Adoptievis

Ik loop met een vis door de stad. Het is een adoptievis. Iemand met een lekke vijver waar een reiger alle vis al uit gevangen had, trof de vis aan bij het legen. Heel de horrorwinter overleefd. De vis is dik. Een taaie rakker, kortom. De adoptievis overleeft misschien zelfs de vijver in mijn tuin dus nog wel.
Vanaf een terrasje roepen wat bekenden mijn naam. Ik zwaai en roep dat ik niet kan stoppen, dat ik een vis achterop mijn fiets heb. De terrasmensen kennen me en niets verbaast ze meer. Ik loop door.
Het verbaast me dat ik middenin de spitsdrukte de vis relatief veilig kan vervoeren. De stoep ligt schots en scheef dus het water klotst vervaarlijk. De vis lijkt zich om niks te bekommeren.
Ik zie de Grote Literaire Gast van mijn stad over straat lopen. Ik ken hem niet maar herken hem direct. Hij ziet mij maar met een halve blik. Nog geen half oog voor de gele emmer met klotsend water op mijn bagagedrager. Hij loopt het meest voor de hand liggende schrijverscafé binnen terwijl ik doorklots. Schrijvers die nieuwsgierig zijn, het is een uitstervende soort.

Loco

Ongeduldig wacht ik op een zonovergoten perron. Ik ontvlucht mijn thuisprovincie. Van binnenuit wordt die provincie veroverd door drank, trompetgeluiden en melige seksuele innuendo. Ik ben een te subtiele en lieve jongen om me aan andermans schouders vast te klampen. Het fijne is: weg van mijn stad zijn alle treinen stil. Iedereen stroomt toé, niet weg.
Het is zelfs zo stil dat halverwege de reis het enkel ik en de machinist nog maar zijn. Hij roept om of er iemand in de trein is. Ik loop naar een conducteurstelefoon en antwoord hem. Al snel hebben we een leuk gesprek. Hij wou vroeger racecoureur worden. Ik wou stuntman worden.
Ergens middenin een zonovergoten weiland staat een reeks coupés stil. Vijftig kilometer verderop zoeven we met de locomotief over de rails. Lachend en gillend. De dag van ons leven.

Schandvlek

De godganse dag lig ik op de bank mijn eigen schandvlek op de maatschappij te zijn. Dat vergt inspanning. Zowel dat vlek zijn als het liggen. Liggen is verdomd lastiger dan het klinkt, de hele dag. Zo moet je echt bijtijds verliggen in een andere houding. Anders gaat alles pijn doen. Nooit doorliggen. Ook probeert de natuur van tijd tot tijd je tot opstaan te manen. Niet naar luisteren. Je kunt het best nog een tijdje ophouden. Als je écht niet wil, kun je heel lang een pijnlijke blaas tolereren.
Lees meer

Optreden: Poëzie Met De Hoed, 15/02, Gent

We gaan met de hoed rond in Gent, de dag na Valentijnsdag. Niet om te ontvangen, maar om te geven… De aanwezige dichters zullen om beurten, met de hoed op het hoofd of in de hand, een gedicht voordragen. Een dynamische en spannende avond waarbij uiteraard iedereen met dichterlijke aspiraties even de hoed mag kapen! En jawel, ook René van Densen zal er weer optreden, tijdelijk terug in zijn favoriete stad.

Informatie, zie: https://www.facebook.com/events/816573155026264/