Er galmt een voice-over. Een vermoeide vrouwenstem kondigt aan dat de volgende halte, tevens het eindstation. Bagage en uitchecken. Al de gebruikelijke shit. Dan vervolgt ze: “Ook wensen wij u veel kijkplezier bij de wedstrijd vanavond en toi toi toi, dat we winnen mogen.” Passagiers lachen. De vrouwenstem klonk bij deze woorden nog net zo vermoeid. Ik heb medelijden. Maar mijn biertje is leeg en eigenlijk moet ik er hier ook uit. Bagage, uitchecken, al de gebruikelijke shit. Wanneer ik het blikje wil weggooien, zie ik het pas. Een flesje dat uit de treinvuilnisbak steekt. Ik zit er al minimaal veertig minuten naast en nu zie ik het pas.

Het flesje is niet leeg. Ik herken het goedje direct. Wodka. Schichtige blik om me heen: niemand in de coupé. Ik ruik onder de dop. Goed spul, wel. Stevige slok. En ineens besluit ik tegen bagage, uitchecken, al de gebruikelijke shit. Even rommel ik voor de zekerheid in mijn tas. Ja, ik heb het arsenaal in mijn tas. Sinds ik onregelmatig Poëzie Met De Hoed organiseer, heb ik altijd onvoorgedragen gedichten in mijn tas. Ik neem nog een grote slok. Goed dat iemand wat moed over heeft gelaten.

De trein staat op het punt van vertrekken op de terugreis. Goed vol. Ik wacht tot de conductrice weer vermoeid iets omroept. Dan loop ik naar haar toe. Ik vraag haar of ik anders gedichten mag voordragen over de intercom. Ik ben niet vermoeid. Ze is blij met me en ik krijg een kus op allebei de wangen. Dan lees ik mijn gedichten voor. Later zou de NS-woordvoerder vaststellen dat het een unicum is: in de totale geschiedenis van het treinverkeer is het nooit voorgekomen dat passagiers voor hun eigen trein sprongen.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *