Ik verkoop niet zomaar aan iedereen mijn boekjes.

Ik ging hier eerst geen bericht over schrijven, want ik vond het iets tussen mij en degeen die me mailde. Uiteraard heb ik ook het laatste mailtje even ter info doorgestuurd naar… Nee, wacht, ik begin even bij het begin.

Ik kreeg gisteren een best interessante bestelling (zeg maar gerust: een exemplaar van alle boekjes die op dit moment nog bij mij verkrijgbaar zijn) per mail binnen. Normaal: geweldig ! Zal ik ze zelf komen brengen ? Wil je ze gesigneerd, wil je er een gratis Kerk van de Kalebas bumpersticker bij, wil je mijn eerstgeboren kind ? Maar toch heb ik de bestelling vriendelijk geweigerd te leveren en de afzender bedankt voor zijn interesse.
Lees meer

Brief aan een organisator (4)

Hoi Steven,

ik ga stoppen met beweren dat je geen Wim heet, want op termijn gelooft niemand dat meer. Dat werkt averechts. Dus noem ik je vanaf nu Steven, zodat er verwarring blijft over je achternaam. Steven Paeshuyse. Haha, nee, grapje.

Ik heb je posterontwerp bekeken voor de dichtersavond. Niet om kinderachtig te doen, maar het is belachelijk dat mijn naam op dezelfde lettergrootte staat als de andere optredende artiesten. Ten eerste ben ik de enige buitenlander en dus speciaal. Ik heb keihard geploeterd om in het buitenland geboren te worden. Daar wens ik toch wel wat erkenning voor te hebben. Er wordt in jouw land veel te weinig benadrukt dat buitenlanders als ik uit het buitenland komen. Sowieso is daarnaast mijn naam korter, dus enkel door de toevoeging “(NL)” kom ik nu ongeveer aan dezelfde ‘lengte’ als de rest.
Lees meer

Nights In Black Cotton XXX

Mijn videotheekmeneer was eerst áán, en toen op de fles. Toen is-ie doorgestart, over de kop gegaan, en met het geld gevlucht. Ik vind het niet erg, want daardoor verdwijnt mijn boete. Nu zit er een nieuwe videotheekmeneer, eentje die van kansen droomt in een land dat van oorsprong niet het zijne is. Hij groet me enorm vriendelijk als ik binnenloop en ik ben telkens bang dat hij achter me aan gaat lopen om te vragen of hij me kan helpen. Zo onopvallend mogelijk loop ik langs de rekken richtig het deel van de zaak waar gordijntjes hangen.
Lees meer

A.L.Snijdersprijs, helaas niet op de longlist

De jury van de A.L.Snijdersprijs 2014 heeft geen van mijn beide ingezonden verhalen geselecteerd voor de longlist (de eerste selectie). Ik kan wellicht nog per ongeluk de publieksprijs winnen, met mijn twee verhaaltjes temidden van pakweg 1200 andere. Ach, wie maak ik wat wijs: andere auteurs geven hun fans de nummers van hun verhalen door zodat ze kunnen stemmen (de inzendingen staan anoniem in één lijst onder elkaar). Ik niet. Ik hou wel van het eerlijke element dat het anoniem is. Ik ga u dan ook niet vertellen welk van de verhalen die je hier kunt lezen, van mij zijn. Kortom: ik maak helemaal geen kans. Maar ja, dat is niet nieuw. Of nee, natuurlijk bedoel ik: ik ben ontroostbaar verdrietig en het enige dat u kunt doen om de pijn te verzachten is massaal boekjes van mij aanschaffen. Snik. Snik. Neussnuit.

Dit lot is minimaal één schrijversvriend van mij ook beschoren geraakt. Een ander niet: mijn vriend Joubert Pignon staat tussen de 57 verhalen die kans maken op een positie in de shortlist. Dat gun ik hem van harte. Omdat hij toch al zo uit zijn mond stinkt. En één korter been heeft. En een bochel. En een ooglap. En altijd poep in de broek. Altijd. Poep in zijn broek.

Complot

Vurig verdedig ik dat het een soort rite of passage was. Het moment dat me eindelijk werd verteld dat Sinterklaas niet bestond. Bij mij aan tafel: iemand die het jaren eerder dan zijn leeftijdsgenoten al wist, iemand die het als een opluchting zag na jaren bang zijn van Sinterklaas en Zwarte Piet, en ik zelf. Ik wou het eerst heel lang niet geloven en ben nog op de vuist gevlogen met andere kinderen, want hoe durfden ze, natúúrlijk bestond Sinterklaas ! En toen het eenmaal verteld was, zat ik in het complot. Mijn jongere broer mocht het immers nog niet weten. Het was een ruw wakker worden: als men wilde, kon heel de wereld samen tegen je jokken.

Haar ogen registreren tranerig ale clichés van de drukbezette barman. Zijn handelingen, zijn klanten, zijn kont. Zwaaiend wervelen er wat festivalbandjes aan haar arm die niet getuigen van kamperen in de modder. Alles is pose, tot haar strakke haarknot toe. Iedereen in dit café is onorigineel. Ik ken de originele afdrukken van wie ze waren: ze waren tien jaar jonger en ze kenden mijn naam. Dit zijn hun nieuwe-generatie imitaties. Mensen die niet in Sinterklaas geloven.
Lees meer

Zakboekje

Iedereen die schrijft zal dit wel herkennen: de beste ideeën krijg je, wanneer ze heel slecht uitkomen. Je staat bijvoorbeeld net onder de douche, of je begint net aan een toiletbezoek dat wel pakweg een half tijdschrift kan duren. Of je bent met wat vrienden iets aan het drinken, en inééns, inééns heb je het. Dat éne geniale concept dat een wereldschokkend geweldige tekst gaat voortbrengen en dat echt heus niet alleen maar geniaal is omdat je gedronken hebt. Zoals vermoedelijk de meeste anderen het opgelost hebben, bezit ook ik daarom een zakboekje.
Lees meer

Je zult maar de strepen op de weg zijn

Je zult maar de strepen op de weg zijn. Altijd evenredig ver uit elkaar, gespleten, en altijd even lang. Je zult maar de bedoeling hebben, je enige nut in deze wereld. om twee helften op te delen. En niet eens strikt, maar ‘goedbedoeld’. Mensen mogen van rechts naar links, of van links naar rechts, dwars over je heen. Je wordt een ‘stippellijn’ genoemd. Woorden waarin letters dubbel voorkomen zijn vaak niet heel soeps.
Lees meer

Bondagekelder

Dan kun je wel vloeken dat je écht nooit meer zoveel drinkt, maar daar hang je dan. In een bondagekelder. Koppijn van jewelste en geen idéé waar je bril is. Of hoe je hier terecht bent gekomen. Schuchter vraag je of er iemand anders is. Geen gehoor. Lekker dan, dit.

Terugdenken. Het laatste dat je weet: je was op een of ander dichtersavondje. Uiteraard was je weer op een dichtersavondje. Dichters zijn de beste drankebroeders, dat weet een kind. Althans, een kind weet dat uiteraard niet, dankzij de nieuwe drankwetten in dit land. Het witschuimend goud klaterde dan ook weer lustig en aandacht voor andermans teksten had allang niemand meer.
Lees meer

Kortjakje

Ik heb echt geen idéé wie Kortjakje was, maar zij moet wel de Bitch van het Dorp zijn geweest. Met haar altijd ziek zijn. En haar korte jas. En haar zilverwerk. Ik bedoel, voordat er een liedje de omloop en daarna cultuurgoed wordt, moet er een bepaalde mate van herkenbaarheid spelen. Iedereen wist wie Kortjakje was. Die éne trut, die zich aan alle maatschappelijke plicht onttrok door altijd ziek te zijn. Behalve zondag.
Lees meer