Iedereen die schrijft zal dit wel herkennen: de beste ideeën krijg je, wanneer ze heel slecht uitkomen. Je staat bijvoorbeeld net onder de douche, of je begint net aan een toiletbezoek dat wel pakweg een half tijdschrift kan duren. Of je bent met wat vrienden iets aan het drinken, en inééns, inééns heb je het. Dat éne geniale concept dat een wereldschokkend geweldige tekst gaat voortbrengen en dat echt heus niet alleen maar geniaal is omdat je gedronken hebt. Zoals vermoedelijk de meeste anderen het opgelost hebben, bezit ook ik daarom een zakboekje.
Dan zeg ik wel zakboekje, maar het is eigenlijk nog best een fors boek. Het past dan ook bijna in geen enkele zak. Ja, mijn rugzak. Of een schoudertas. Één van mijn colbertjes heeft zakken waar het boek net in past. Daarna houdt het ongeveer wel op. En ik vergeet het ding altijd. Zit ik daar, op het toilet, tijdschrift in de hand, briljant idee in mijn hoofd. Of op het terras, toch maar weer om bierviljtes te vragen.
Natuurlijk vergeet ik het boekje niet áltijd. Er staan gedichten in die bijna ongewijzigd gepubliceerd zijn, zó, ineens in een bus opgeschreven. Er staan verhaalfragmenten in die eindeljk dat nog op de plank liggende ideetje rijp maken om uit te werken. Losse zinnen en rare woordcombinaties, waarvan ik vast dacht dat ik wel zou onthouden waarom ik die genoteerd had. En dat heb ik uiteraard niet onthouden.
Maar het grootste deel van het boek staat vol met onleesbare krabbels. Dat zijn de caféconcepten. Hoe langzaam en geconcentreerd ik ze ook heb proberen op te schrijven, ik kan er de volgende dag geen touw meer aan vastknopen. Alsof een klein kind met goede bedoelingen en opgezwollen handen voor het eerst probeert te schrijven. Kansloos. Ik kan ook wel zien dat ik dit gisteren extreem belangrijk vond. Het moést voor het nageslacht vastgelegd worden. Alleen, begot, wat stáát er in vredesnaam ?
“Desl om wasnl de enige iesbe die ile oqmno verpsyoo.” Dat is er eentje, bijvoorbeeld. Nou. Klassiekertje hoor. Goed dat ik die opgeschreven heb. Of deze: “niot vergetn: kwqmd statrum dande voguele herfest ma avond !!!” Als het belangrijk was, zal ik vermoedelijk binnenkort wel een verwijt krijgen waar ik maandagavond was. “Zie,” staat er ergens. Gewoon: “Zie.” Ook helder.
Het is verder natuurlijk wel superhandig. Zo’n zakboek in je rugzak.

