Brief aan een organisator (3)

Yo Grandmaster W.,

oke, zo zal ik je niet meer noemen, Wim. Ik dacht, ik probeer iets nieuws, maar nu ik het zelf zwart op wit zie staan denk ik mmmmnee.

Wat een eer, dat je me vroeg om Stadsdichter van Turnh… van jouw stad te worden. En wat fijn dat je me verzekerde dat Tur, eh, de stad, me met open armen verwelkomt. Het verbaast me, aangezien ik er enkel zo nu en dan wat biertjes heb gedronken. Bij jouw evenementje, binnenkort, treed ik pas voor het eerst op. En dat je me dan al meteen tot volgende Stadsdichter wilt kronen, het komt echt als een grote verrassing. Zwaar vereerd, echt. Ik zeg volmondig: ja !
Lees meer

Granny is a Tranny III

Dat het allemaal nog veel erger kan, bewijst de film Granny is a Tranny III. Ik trof deze documentaire aan op een USB-stick die iemand in de plaatselijke videotheek had laten vallen, en heb met verwondering gekeken. Het onderwerp – dat schijnbaar in een langer lopende reeks behandeld wordt – is oudere dames die blijkbaar, qua geslachtsorganen, anders bedeeld blijken dan men zou verwachten, en hoe zij en hun omgeving daarmee omgaan.
Lees meer

Tussen ons

Er stond altijd iets tussen ons. Eerst was het nog een set zuilen. Daarna de emotionele muren die we opwierpen. Vervolgens de kleuren van Benetton. De graaiende torens vol kopende en verkopende kapitalisten. En nu: dat er niets meer is.

Er gaapte altijd iets tussen ons. Was het geen cultuurverschil, dan een generatiekloof. Was het onbegrip om schoenen aan in huis, of een onpeilbaar ravijn aan gekoesterde geheimen. De afstand tussen geven en nemen. Uitslapen in het bed van iemand die elke dag de zon ziet opkomen. Er gaapten hele tijdzones tussen ons in.
Lees meer

Lekker onbelangrijk

Ze hadden altijd wat, die meisjes. “Alleen die bríl,” of “alleen die puistjes, hè.” Of: “Die schoénen, die kunnen dus èèèèèèècht niet.” Er was een minimum van één slechte kwaliteit aan mij, en als die er niet was, dan was ik misschien overwogen. Want “verder” was ik “eigenlijk” nog “best een leuke jongen of zo”.
Lees meer

Turing

Ik doe, naast aan een verhalenwedstrijd, ook mee aan een dichtwedstrijd. Ik moet wel, want de mensen geven me wel likes maar kopen geen boekjes. Dat kan ik ze niet kwalijk nemen, want ik maak boekjes die niet bedoeld zijn om bij een breed publiek in de smaak te vallen. Maar ondertussen moet ik, zo ontdekte ik tot mijn schrik, wel de huur betalen en alles. Gedoe, hoor. Dus heb ik ook voor het eerst maar eens een paar gedichtjes ingestuurd naar de Turing Gedichtenwedstrijddinges. Dit meld ik hier gewoon om het te melden, want als publiek kunt u helemaal niet meestemmen of wat dan ook. Ik maak geen kans, want mijn gedichtjes zijn versjes. En de jury is een driekoppig groepje Mensen Met Verstand Ervan. In zekere zin sponsor ik dus de prijswinnaar. Graag gedaan, prijswinnaar. Ik hoop dat je de huur nu kunt betalen. Het is je gegund.

“Raak het nooit kwijt”

Plop, ging de stiftdop. Dat, met name dat, zal me altijd bijblijven. Ben en een stift in zijn handen. Hij kon alles aan iedereen verkopen, zolang hij maar een stift in zijn handen had en een whiteboard aan de muur. Hoeveel vergaderingen heb ik hem niet vergezeld, waar geen enkele aanwezige van plan was om hem aan te horen, tot die stiftdop plopte ? En een duizelingwekkend verhaal vol pijlen en afkortingen later liep hij de vergaderruimte uit met een getekend contract op zak. Ik drommelde er beduusd achteraan. Ben was een natuurfenomeen.
Lees meer

Plat

Op een ochtend word ik wakker en blijk ik plat te zijn geworden. Volledig plat. Alsof er tijdens mijn slaap een stoomwals over mijn bed gereden heeft. Mijn vingers zijn plat. Mijn voeten zijn plat. Plassen kan nog wel eens een probleem worden, is het eerste dat door mijn hoofd schiet. Ik ben een zeer praktische jongen.

Overeind komen valt ook niet mee. De lucht drukt me effectief tegen mijn bed aan. Met uiterste inspanning pel ik me los van de lakens. Overeind zitten lukt niet: ook mijn ruggegraat is plat. Ik krab even aan de rand van mijn hoofd hoe dit nu allemaal moet. Een stekende pijn in mijn platte vingertoppen. Ik kijk verbaasd naar mijn vingers en zie dat ik me aan mijn eigen kop gesneden heb.
Lees meer

Varken van het Vrije Woord

Mijn vriend vraagt wat ik wil drinken. Koffie, zeg ik. Hij zegt dat zijn water afgesloten is, maar koffie moet nog lukken. Terwijl zijn apparaat een bakje koffie ratelt, laat hij zien wat hij gekregen heeft, ter compensatie van de werkzaamheden waardoor hij zonder water zit: één plastic voorraadzak water. Genoeg om van te drinken, dat wel, maar een spoelbak vullen of douchen lukt daar niet mee.

In Prozacstad was er een nijpend tekort aan waakhonden. Van de democratie. Dus werd er een avond georganiseerd, met een Initiatief. Dat moest het vrije woord weer aanmoedigen.

Hij zet de koffie op tafel en even zwijgen we. Is wel lekker. Er wordt al zoveel gezegd. Ik vraag hoe het nu gaat. Ik heb mijn vriend zeker een maand niet gezien.
Lees meer