Korte proza

Cursor

Wederom heb ik maar een beperkt tijdsraam. En weer staat hij opjutterig te knipperen. Stomme cursor. De cursor heeft honger en wil woorden gevoed worden. Ik heb geen woorden voor de cursor. Ik heb amper woorden voor mezelf. Maar dat kan de cursor niets schelen.

De cursor knippert langs mijn benen en streelt mijn enkels. Vleiend maar dringerig. Ik geef normaal de cursor nu zijn woorden. Maar vandaag blijkbaar niet. Dat zint de cursor helemaal niets. Er moeten zekerheden in het leven overblijven. Anders kun je cursorknipperen wat je wil, maar is alles voor niets.

De cursor stoot een klagerig geluid uit. Ik haal mijn schouders op en kijk hopeloos. Ik kan het niet helpen, cursor. Dat zeg ik de cursor. Ik heb niets voor je. De cursor knippert kwaad en fel. Ik heb de cursor ontstemd.

Halfuureerdermensen

Slaperig en brak kijk ik om me heen. Dus dit zijn ze nou. Ik wist dat ze moesten bestaan, maar nu zie ik ze met mijn eigen ogen. De halfuureerdermensen. De mensen die al op hun bestemming aankomen wanneer ik normaal pas net in mijn trein stap.

Het zijn er veel. Veel halfuureerdermensen. Een aantal van hen kijkt alsof ze iets smerigs gegeten hebben. Anderen hebben een soort gelaten blik die uitstraalt dat ze dit tijdstip als een straf zien die ze uit moeten zitten. Maar waarvoor ze dan gestraft zijn, is me niet duidelijk. Behalve dat iedereen duidelijk een halfuureerderhumeur heeft.
Lees meer

In stort

Het huis is niet jong, maar ook niet oud, toch staat het in stort. Het kan eigenlijk niet meer. De bakstenen zijn moe. Het dak is rot en iedereen ziet de gaten. Maar het dak weigert de situatie te accepteren. Het gaat prima met het huis, houdt het dak stug vol. Kijk die schoorsteen: hij rookt ! Dat de schoorsteen vooral roet en stof uitbraakt, dat doet het dak niets: dat noemt hij gewoon ‘rook’. Ontken het maar eens, zegt het dak.
Lees meer

Alsof er niets gebeurt

De poes heeft een huisgenoot gekregen. Of eigenlijk heeft haar huisgenoot er een. De kater die ook in dit nieuwe huis woont, was er vierentwintig uur eerder dan zij. Ze zijn een paar dagen uit elkaar gehouden, maar de bedoeling is dat ze zelf de boel oplossen. Zowel ik als de eigenaar van de kater kunnen er immers niet de hele tijd bij blijven. Dus moeten ze af en toe gewoon vrij rondlopen en aan elkaar wennen.

Het gaat niet van een leien dakje. Mijn kat is moeilijk naar andere katten toe. Vroeger heette ze de Terror Kitten. Van kleins af aan siste ze naar andere katten en viel ze aan. De afgelopen anderhalf jaar had ze een heel huis dat van haar was, inclusief de tuin. Andere katten die onverhoopt de tuin in dwaalden, jaagde ze met veel kabaal weg.
Lees meer

Tijden

We gaan allemaal verdwijnen. De ogen die over deze letters strelen, gaan verdwijnen. De letters zelf ook. Sommige letters verdwijnen snel. Anderen langzaam. Er zullen nieuwe letters komen. De gevoelens die deze lettercombinaties oproepen, worden opgeroepen door andere combinaties in een andere tijd. Net als dat ze opgeroepen werden door andere letters in andere tijden.
Lees meer

Verhuisbioloog (3)

Achteraf is iedereen te moe voor bier. In de tuin zitten we uit te puffen en alle sjouwers zitten aan het water. Iedereen zweet, behalve de tuinbioloog. Die geniet van zijn bier. De tuinbioloog draait voor zo’n verhuizinkje zijn hand niet om. Geamuseerd beziet hij de zwetende zwoegers. Sloebers, zo valt zijn oordeel van zijn gezicht te lezen. Hij staat op om een nieuw biertje te pakken. Er staan er genoeg koud.
Lees meer