Vinden
Uit het niets staat hij voor mijn deur wanneer ik opendoe. Ik weet niet goed meer waarom ik de deur open. De bel had, dacht ik, niet gerinkeld. Daar staat hij, en hij kijkt me strak aan. Meteen begint hij al: “U ziet er niet bijster wakker uit, meneer.”
Ik denk nog even dat de man een verkooppraatje komt houden. Daar houd ik van, dus open ik de deur iets wijder. Hij glipt direct naar binnen. “Uw gang kan wel een extra laagje witte verf gebruiken,” klinkt het achter me terwijl de man hoorbaar doorloopt naar de woonkamer. Alsof hij hier al jaren woont.
Lees meer