Korte proza

Vinden

Uit het niets staat hij voor mijn deur wanneer ik opendoe. Ik weet niet goed meer waarom ik de deur open. De bel had, dacht ik, niet gerinkeld. Daar staat hij, en hij kijkt me strak aan. Meteen begint hij al: “U ziet er niet bijster wakker uit, meneer.”

Ik denk nog even dat de man een verkooppraatje komt houden. Daar houd ik van, dus open ik de deur iets wijder. Hij glipt direct naar binnen. “Uw gang kan wel een extra laagje witte verf gebruiken,” klinkt het achter me terwijl de man hoorbaar doorloopt naar de woonkamer. Alsof hij hier al jaren woont.
Lees meer

Altijd te kort rood

Stoplichten, dat vond Karel ook zoiets. Ze stonden altijd te kort op rood. Met een dwingende gevaarkleur dwingen ze je gejaagde pas te stoppen en te wachten. Je weet nooit hoe lang. Ja, in sommige van die nieuwerwetserige steden hebben ze van die luxe krengen die op allerlei moderne manieren aangeven hoe lang het nog duurt. Daar moest Karel al helemaal niks van hebben.
Lees meer

Voeten

Zo zit ik tussen Serieuze Dichters. Enkelen van hen kennen me. Van vorige gelegenheden. Niet de organisator. Die kan ik wel beetpakken met grappen over zijn penislengte – hij heeft eerder vanavond al gegrapt over de mijne.

Ik bedenk mij dat weinig mensen weten hoe het er aan toe gaat tussen dichters. Dus bij deze. De jaren, net als bij eiken, tellen het meeste. Als je een dichter doormidden snijdt, ken je zijn waarde. Tel gewoon zijn ringen en je weet wat je aan hem hebt. Als je bovendien meerdere bomen rondom hem telt met ook meetellende ringen, dan is het een dichter van waarde.
Lees meer

Krak

Mijn avontuurlijke hart klopt in mijn borst, maar toch kruip ik onder de dekens. Vandaag heb ik veel gedaan en voor morgen staat er ook een boel op de planning. Terwijl ik mezelf zo nestel, bruist op loopafstand van mijn woning het nachtleven. Mensen klinken er glazen en lossen er luidkeels de wereldproblemen op. Ik zou er heen kunnen gaan, maar dan kan ik een aantal dingen morgenvroeg echt vergeten. En toch: de stad lonkt.

Morrend trek ik mijn deken over mijn neus. En dan plots krák ! Ligt mijn halve matras scheef. Geschrokken zit ik rechtop, of wat voor rechtop moet doorgaan. In feite tuimel ik vooral half uit mijn bed. Mijn kat heeft zich al bovenop de kast verschanst.
Lees meer

Het leven als een dartpijl

Ach, wie maakt u wat wijs. U leeft uw leven als een dartpijl. Met een forse zwaai bent u erin geslingerd, met een rotvaart raust u er doorheen, en ferm en krachtig komt uw pad ten einde op een relatief willekeurig punt op het bord. U heeft vast veel belangwekkends gedaan, verzameld, gezien of gevoeld onderweg. Maar in de grotere schaal van Alles was u vooral een worp van Niets.
Lees meer

Prozacjugend

Ooit zat er een groep wijze oude mannen aan een tafel in Prozacstad. Die zaten daar elke week zichzelf te beraden over de toestandindewereld en na een lang, vloeibaar beraad waren alle toestandindewereldproblemen voorgoed opgelost. Deze week echter was er slecht nieuws voor de toestandindewereldproblematiek.

De oude man die meestal als laatste kwam, zag het als eerste. De rest was namelijk onderworpen aan een keur van andere verplichtingen. De een moest zus. De ander zo. Enkel de laatkomert had geen andere plannen en was als zodanig, bij hoge uitzondering, de eerste.

Maar bij binnenkomst zag hij geen lege tafel waar de Prozactafel-raad aan kon plaatsnemen. Neen. Hij zag een groep jongeren. Erger, een groep jongeren die op een bepaald alcoholpromillage de toestandindewereldproblematiek aan het oplossen zat. Verbaasd ging de Late Man een tafeltje verder zitten. Hij luisterde stilletjes mee.
Lees meer

Literatuur of brood

De klok geeft het helder aan: er is geen tijd voor beide. Lastig. Ik moet echt kiezen: literatuur of brood. Ik heb weer enorm getreuzeld en de tijd is op. Lastig. Het wordt óf een verhaaltje schrijven, óf mijn lunch smeren. Ik zeg het tegen de poes: het wordt literatuur of brood, poes. Ik vraag haar niet wat zij zou kiezen. Mijn poes schrijft niet. Jammer, want ze heeft vast talent. Mijn poes kan alles.
Lees meer

Aan / uit

Nog in het duister gaat de wekker aan. De hele dag door gaan er dingen doorlopend aan, en dan weer uit. De waterkoker klikt aan, en als het water klaar is voor koffie, klikt hij uit. Beschaafde mensen doen ‘s ochtends hun kleren aan, en ‘s avonds weer uit. De vuilnisbak moet deze ochtend aan de straat. Vanavond moet hij de straat weer uit. Structuur is een lastig euvel om mee te leren leven.
Lees meer