Korte proza

Allebei dood

“Ja, Van Densen en de striptekenaar zijn hier,” zegt de Opperpater tegen zijn moeder. Zijn moeder belt op steeds onvoorspelbaardere tijdstippen op de avond, maar wel elke. Ze bespreken dan Eastenders. Allebei kijken ze het, en dan bespreken ze het. Al 25 jaar. Bij hoge uitzondering neemt de Opperpater het op, maar dan moet hij het van tevoren weten, en zijn moeder ook.
Lees meer

Terrasechtgenote (2)

Mijn moeder is op vakantie geweest. Ze heeft gemist dat ik op een terras in een dronken bui met iemand ben getrouwd. Ze had de hoop op een schoondochter opgegeven. Ik begrijp dat ze mijn vrienden inmiddels verzoeken stuurt om hen als familie te mogen beschouwen. Op Facebook. Ik wil haar vertellen over haar schoondochter, maar die heb ik sinds ons terrashuwelijk niet meer gezien.

Vanavond komt mijn terrasechtgenote bij me langs. Ik ben benieuwd hoe ze eruit ziet. De Opperpater komt ook. Ik hoop dat ze niet gaan vechten. Ik heb de boel net aan kant.
Lees meer

Zangmond

Als ik voor de spiegel gaap, heb ik een zangmond. Echt zo’n halve laadschuur waar een hoge schrilgil uit kan galmen. Minstens bij de eerste gaap. Wanneer ik, amper wakker, naar de badkamer heb gesjokt en voor de spiegel aan mijn buik sta te krabben. Het is de gaap waarbij het half bij me doordringt hoe mijn slaapkapsel oogt. Dat klinkt erger dan het is, want hoewel het soms echt alle kanten kan opsteken, zit mijn haar meestal bij het opstaan al fantastisch. Je moet met sommige dingen maar net geluk hebben.
Lees meer

Varkentjes

“Woon jij nog steeds in die stad waar de auto’s varkentjes eten ?” vraagt ze me. Althans, zo versta ik het. Iedereen is halfdronken en praat door elkaar heen. Ook is haar Nederlands nog niet volmaakt. Ik kijk haar niet-begrijpend aan. In mijn stad gebeuren veel gekke dingen, maar auto’s die varkentjes eten, dat moet ik nog meemaken.

Een man dringt aan dat we zijn wijn drinken. Ik zie het etiket: Bergerac. Goedzo, denk ik. Niks mis met een goede Bergerac. Sterker, hij heeft hem een aantal jaren laten rijpen, proef ik direct. Ik ben geen dranksnob, maar Bergerac heb ik indertijd genoeg gedronken om te weten wanneer die goed is, en wanneer béter. Ondertussen blijft mijn buurvrouw aandringen op de varkentjes.
Lees meer

Date

Ik ben, een tikkeltje nerveus, onderweg naar een date. Er is een kans dat het meisje, waarmee ik een date heb, later deze avond mee zal gaan naar mijn huis. Ik heb daar de hele dag uitvoerige voorbereidingen voor getroffen. Zo heb ik mijn laptop vol met porno gedownload om zo normaal mogelijk over te komen. De contactenlijst in mijn mobiel heb ik gevuld met allemaal vrouwennamen. Achter elke vrouwennaam gaat hetzelfde nummer schuil, dat van mijn moeder, maar dat hoeft het meisje niet te weten.
Lees meer

Dwalen

Je bent mooi. Alles aan je is subtiel in pracht. Je wangen spreken emotie, je lippen zwijgen discreet. Je wenkbrauwen spreken weinig en zeggen veel. En wat een ogen. Donker, nieuwsgierig, maar toch vol van levenswijsheid. Jij hebt wat gezien. Maar mij nog nooit.

Ik merk het aan hoe je ogen dwalen. Keer op keer. In mijn richting. Ik merk zoiets omdat het weinig voorkomt. Ik ben de observeerder. Niet het geobserveerde. Zo werkt het universum toch meestal. Ik word er onwennig van. Je kijkt weer. Staat mijn rits wellicht open ?
Lees meer

Kerstmensen

Dat het de langste dag van het jaar is, dat voelen we niet, want alcohol. En luide gesprekken en bruinhouten muren. Het bier wordt nauwkeurig getapt en klotst vervolgens bij elke proost. Decorum, dat heeft mijn land nooit onder de knie gekregen.

En ineens staat het café vol met kerstmensen. Jonge kerstmannen, die ironisch over hun hipsterbaard een witte wattenbaard hebben hangen. Vrouwen, die een rood nauwsluitend roodwit kerstkostuum dragen waar hun kont goed in uitkomt, en een koddig kerstmutsje dat pront andere prontigheid belooft.
Lees meer

Spoken

Ik ben een van de laatsten, en voor een keer niet uit koppigheid. Of uit mijn eeuwige plakgedrag. Ik heb gewoon nergens anders waar ik heen kan. De overige bewoners in de wijk wel. Hun taak zit erop. Ze hebben de wijk van stom naar leuk veranderd. En nu moeten ze weg, want nu willen stomme mensen in de leuke wijk wonen. En de leuke mensen trekken weer door naar een plek waar de woningen goedkoop zijn. Waarschijnlijk weer een stomme wijk. Die ze dan ook weer voor zichzelf gaan verpesten.

Avond na avond spook ik door de straten en de verlaten huizen. De meeste bewoners hebben hun achterdeuren open gelaten. Er staan nog wat spullen binnen. Alles wordt gesloopt. Het idee is: pak van deze spullen wat je wil of nodig hebt, want we nemen het zelf niet mee. In de ene woning staat nog een ingestorte zitbank. In het andere huis een zwartgeblakerde waterkoker. Iedereen heeft hun lampen laten hangen. Gloeilampen. Overal gloeilampen.
Lees meer