Achteraf is iedereen te moe voor bier. In de tuin zitten we uit te puffen en alle sjouwers zitten aan het water. Iedereen zweet, behalve de tuinbioloog. Die geniet van zijn bier. De tuinbioloog draait voor zo’n verhuizinkje zijn hand niet om. Geamuseerd beziet hij de zwetende zwoegers. Sloebers, zo valt zijn oordeel van zijn gezicht te lezen. Hij staat op om een nieuw biertje te pakken. Er staan er genoeg koud.
De verhuisbioloog die nu tuinbioloog is, gaat weer zitten en vraagt of we nog verkleed naar Carnaval gaan. Niemands hoofd staat op dit moment naar Carnaval. Ik zeg dat ik niet naar Carnaval ga en de rest knikt stilletjes. De tuinbioloog zegt dat het gezond is om naar Carnaval te gaan, en zeker verkleed als iemand anders.
Ik zeg dat ik niet als iemand anders wil gaan. Ik wil gewoon het hele jaar door mezelf zijn. Dat lijkt me veel gezonder. De tuinbioloog zegt dat hij altijd als iemand anders gaat. Zo is hij al eens als terrasbioloog, wildplasexpert, verhuisbioloog en tuinbioloog naar Carnaval geweest. Dit jaar, zegt de tuinbioloog, dit jaar ga ik als Nachtbioloog denk ik.

