Audio stories

WK-kansen

Op de rommelmarkt vind ik vanalles wat ik niet zoek. Al snel loop ik rond met een potsierlijke rieten hoed die me voor geen meter staat. Even later loop ik een enorm slecht moppenboek op. Vijftig cent. Geen geld. De moppen zijn echt verschrikkelijk. Ik blader er even wat doorheen en krijg bijna pijn van het lezen. Geniaal, dit. Geen geld. Overal om me heen wemelt het van mensen die nutteloze troep hebben gekocht. Velen hebben het aangetrokken. Paarse berenpakken, WK-supportkledij uit godweetwelkjaar, jongens joelend in roze jurken. Althans, ik hoop dat ze dit aangetrokken hebben na aanschaf, en niet dat ze zo naar deze rommelmarkt toe zijn gekomen. Alles kan. En ik moet niet moeilijk doen over mijn afkomst: ook ik loop schaamteloos voor schut met mijn hoed en mijn boek.
Lees meer

Zeemeermin


Katerig word ik wakker door de deurbel. De striptekenaar staat in mijn voortuin. Hij zwaait. Ik denk, oh ja. Die had ik gisteren bij Club P. uitgenodigd om langs te komen. Ik kwam aan bij Club P na een afpeigerende week met beduidend wat overuren. Volgens mij heb ik zes biertjes gedronken. Zeker negen uur muurvast geslapen. Ik zie dat mijn kat een speeltje in mijn schoen heeft gelegd. Ze hoopte waarschijnlijk dat ik die weggooide. Dan brengt zij hem terug. Mijn kat apporteert. Maar niet als ik niks weggooi. Ik heb dwars door het spelletje heen geslapen. Ik zeg dat de striptekenaar door de achterpoort binnen mag komen, dan kan hij zijn fiets even stallen.
Lees meer

Yell-Art

Geld voor de voedselbank is er niet, maar de regering heeft een andere mooie deal weten te sluiten. De armen van Prozacstad mogen gratis naar de voorstelling ‘Yell Art‘ in het museum. Met hongerige magen schuiven ze in kolonne het gebouw binnen. Gratis is gratis. Ze willen niet ondankbaar overkomen. Er wordt tenminste nog iets voor hen gedaan van het gemeenschapsgeld. Dat mag je niet in de bek kijken. Ironisch genoeg is dit precies wat de voorstelling toont. Overal om hen heen zijn afbeeldingen van grote schreeuwende monden. Als ze de monden passeren, komen daar luidruchtige soundbites uit geschreeuwd.
Lees meer

Sabbatical

Soms zap ik door mijn droom heen: jahaaaa, al eerder gezien. Saai. De loop en het eind zijn dan al bekend. Een beetje meer variatie had ik toch wel van mijn dromen verwacht. Ik spreek dan mijn dromen altijd even streng toe: over de hele dag genomen werken jullie strikt het kortst, dus is er geen excuus om er met de pet naar te gooien. De dromen zeggen altijd bedremmeld sorry, en dan doen ze het soms de nacht erop verdomme wéér.
Lees meer

Doosjes

Ik werk de ganse dag met doosjes. Ik stapel ze op. Dan moet ik de doosjes verplaatsen. Iemand anders stapelt ze dan weer af. Vervolgens stapelt weer iemand anders ze weer op. Zelf stapel ik de doosjes ook weer van andere stapels af. We houden elkaar zo de hele dag goed bezig. Overal in het pand vind je dan ook doosjes. Opgestapeld en afgestapeld. Je krijgt er sterke armen van, al hebben veel medewerkers ook inmiddels een tennisarm. Ik vooralsnog niet. Dus stapel ik lustig -op en -af. Ik wil ook een tennisarm. Zonder ooit één keer getennist te hebben.
Lees meer

Ver zwelgen


Op het eind zijn ze verdwenen. Niemand weet waar ze heen zijn. Maar eerst zit Charles op een bankje. Je schrijft Charles maar spreekt zijn naam uit als Sjarrel. Sjarrel zit wat voor zich uit te staren. Hij zou het liefst verzwolgen worden. Niks ziet hij meer zitten. Ook zichzelf niet. Ondanks het bankje. Sjarrel zit er doorhéén. Hij wil niet meer, hij kan niet meer, en het enige dat hij kan denken is wat er na dit leven gebeurt. Hoe je lijf verteerd wordt en weer onderdeel uitmaakt van alle andere leven. Dat zou hij nu wel willen. Zo zit Sjarrel te zwelgen over verzwolgen worden.
Lees meer

Krouwt of klauwt of weetikhet

De collega praat met volle mond en zijn woorden schieten kruimels over de tafel. Het is een vurig betoog. Dus wordt er ook fors wat afgekruimeld. Hoe slim ik ben dat ik in deze tijd mijn verhaaltjes op internet schrijf. Dat heeft de toekomst, kruimelt hij. Ik moet in de klauwt, zegt hij. De klauwt heeft de toekomst. Tussen de medeklinkers door zie ik zijn lunch in brokken rond zijn mond tuimelen. Een tikje bedremmeld kijk ik naar mijn nagels. Ze zijn vies. Ik doe weer eens werk waar je nagels vies van worden. Van alle werk worden mijn nagels vies. Behalve als ik schrijf. Dan zijn mijn nagels schoon. Geen idee hoe dat komt. Een kruimel spat op mijn nagel en ik kijk weg, naar de muur.
Lees meer

Heenreis

De bus hobbelt over de weg. Meter voor meter vraag ik me af of dit wel zo’n strak plan was. Ja, het heet inderdaad vakantiegeld. Maar dat je het krijgt, betekent niet dat je het daaraan moet uitgeven. Veel mensen doen dat helemaal niet. En zeker niet als ze zo weinig gekregen hebben als ik. Mijn overgemaakte vakantiegeld werd berekend over één gewerkte dag. Het betaalt net de busreis naar het kleine Belgische plaatsje. De heenreis. Hoe ik terugkom, weet ik nog niet. Wat ik er ga doen, weet ik nog niet. Ik heb verstandigere plannen in mijn kop gehad. Niet veel, maar ze wáren er wel.
Lees meer