Als ik wakker word, blijkt de buitenwereld mijn hoofd te belegeren. Een reusachtige hoeveelheid buitenwereld valt me aan. Maar dan hebben ze buiten mijn kop gerekend. Daar komt een buitenwereld niet zomaar in. Zelfs niet met alle geweld van de wereld. Mijn hoofd onderhoudt een gezonde handelsrelatie met de buitenwereld, maar daar blijft het bij. De volle verdediging wordt nu dan ook ingezet. Lees meer
De schoonmakers van de treinen staken. Al een tijdje. Dat zegt de krant. De krant zegt ook dat het nu enorm smerig is in de treinen. Ik ben eigenlijk wel benieuwd. Gewoon omdat het kan stap ik dus in de trein. Ik heb zo’n privacybeschadigende treinkaart niet voor niets. Kom maar op, denk ik. Ik wil die smeerboel wel eens zien. De postapocalyptische toestanden wanneer er achter de moderne mens niet opgeruimd wordt. Ik heb een nieuwsgierig en licht masochistisch karakter. Lees meer
U heeft allemaal geld. U bulkt ervan. Ik weet het zeker. Ik hoor u hier bulken. Daarom vandaag: een sponsorpoging. Ik schrijf deze tekst, en per woord doneert u een cent aan Stichting No Guts No Glory. Zie de link. Een cent; wat is nou een cent ? Niet veel, maar we zijn nu al de vijftig cent voorbij. Jahaa, dat gaat snel. Voor je het doorhebt, zitten we zometeen al aan de euro. Maal tweehonderdnegenenzestig lezers, dat is een mooi begin. Nu nog niet hoor. Bijna. We zitten bijna aan de eerste hele euro. Nog eventjes… Ja, nu ! Één euro. Lees meer
“Mijn ei smaakt ronduit smerig.”
“Hoe komt dat ?”
“Het is slecht gebakken.”
“Hoe kun je nou een ei slecht bakken, man. Iedereen kan een ei bakken.”
“Er zit overdadigesmolten kaas op.”
“Overdadig gesmolten kaas, of overdadige gesmolten kaas ?”
“Nee, overdadigesmolten. Overdadigesmolten kaas.”
“Ik volg je niet.” Lees meer
Op de middelbare school had ik een tijdje een crush op het bolle meisje met de kop. Ik had heel vaak crushes. Altijd heimelijk. Er iets aan doen leek me zo’n gedoe. Beetje mensen lastig vallen met dat ik ze leuk vind. Dus ook het bolle meisje met de kop zei ik niks. Het ergste is, dat ze zelf daarna een bescheiden hoeveelheid initiatief nam. Maar wel tot vriendschap. Ik had nog de leeftijd dat ik dat het ergste vond dat me kon overkomen. Ik was zo lief. Lees meer
Zelf eet ik geen vetbollen. Ik heb dat voer niet voor niks gekocht, brom ik. Dus hang ik, winter of geen winter, de vetbollen aan het vogelhuisje in de tuin. Op een ochtend sta ik daardoor bij mijn keukenraam oog in oog met een reusachtige kraai. Hij kijkt me betrapt aan terwijl hij aan het vogelhuisje bungelt. Een netje pinda’s aan zijn snavel. Lees meer
Ik was moe en had eigenlijk alleen nog maar zin om thuis om de bank te ploffen. Maar als Frank het stamcafé uitrent, mijn naam roepend, dan stop ik. Met zijn bier nog in de hand vraagt hij of ik nog even iets kom drinken in het café. Mijn voeten doen enorm zeer en ik ben moe, maar Frank kan ik niks weigeren. Even later zit ik met enkele mensen op het terras. Aan een biertje dat ik niet van plan was. Lees meer
De seconden op zijn horloge tikten hard, maar verbeten zette hij voort. A.Storm, superheld zonder weerga, gaf zich niet zomaar gewonnen. Als hij nog even met al zijn macht zijn handen samenkneep, was de stalen ondersteuning herversterkt en kon de wolkenkrabber de naderende aardbeving weerstaan. Het metaal piepte en knarstte maar het lukte. Bij de eerste rilling van de aarde stond het megalomane bouwwerk stevig genoeg om er de komende vier decennia weer tegen te kunnen, en niemand in het hele pand wist dat A.Storm hen gered had. Daar was hij te bescheiden voor, A.Storm. Hij was al in razende vlucht onderweg naar de volgende noodtoestand. Joe, dacht hij bij zichzelf. Maar niet te lang, want het bezigen van hippe uitdrukkingen getuigt van een zwakke geest en dient derhalve enkel in ironische context plaats te vinden. Lees meer
Mijn ogen staren naar het plafond. Er staart een drietal vliegen terug. Ik kan me amper bewegen. Alles schreeuwt dat ik nog niet klaar ben voor de dag. Maar ik moet. Met mijn stomme kop heb ik weer eens ergens ja op gezegd. Waardoor ik uiteindelijk maar een paar uurtjes slaap heb gehad. Ik ben nog niet genoeg terug in vorm om zomaar een korte nacht aan te kunnen. Waarom heb ik dan ook geen nee gezegd… Bepaalde manieren van vragen zijn uiterst effectief. Er is ‘de crisis’. Waar iemand diens probleem aan me voorlegt en inspeelt op mijn sympathie, of op mijn wanhopigheid een bepaalde baan te behouden. In essentie maakt zo iemand dan van diens probleem mijn probleem. Er is ook ‘ de overval’. Wanneer ik echt hard en geconcentreer werk, overval me dan met je vraag en ik zal, verward en ontspoord, waarschijnlijk wel ja antwoorden. En zo zijn er nog meer vraagmanieren waar mensen dankbaar gebruik van maken. Wie de knoppen kent, krijgt veel bij me gedaan. Lees meer
“Ik heb nog iets voor je,” zegt de bewaker. Hij tovert uit zijn lade een toegangsbadge met mijn foto erop. En twee papiertjes. Hier en hier tekenen alstublieft. Opgewonden rolt mijn pen over het papier. Mijn eigen badge ! Terwijl ik ermee naar de kleedkamer loop, vraag ik me af hoeveel eigen badges ik eigenlijk gehad heb in mijn leven. Op die dozijnen aan plekken waar ik gewerkt heb. Nergens, in feite. Ja, wel ‘eigen’ badges, maar toch geen met eigen foto. Die ze dus niet terug in een lade kunnen gooien, later met één muisklik aan iemand anders kunnen toewijzen en die persoon twee krabbels voor kunnen laten zetten. Mijn eigen badge. Dat de foto niet mijn beste is – iemand kwam die ‘even snel’ maken middenin de werkzaamheden – zal vast pas later een ergernis worden. Lees meer