Verhaal door René van DensenDe schoonmakers van de treinen staken. Al een tijdje. Dat zegt de krant. De krant zegt ook dat het nu enorm smerig is in de treinen. Ik ben eigenlijk wel benieuwd. Gewoon omdat het kan stap ik dus in de trein. Ik heb zo’n privacybeschadigende treinkaart niet voor niets. Kom maar op, denk ik. Ik wil die smeerboel wel eens zien. De postapocalyptische toestanden wanneer er achter de moderne mens niet opgeruimd wordt. Ik heb een nieuwsgierig en licht masochistisch karakter.

Hoge verwachtingen worden er gekoesterd. Kniehoog in smurrie. Rottend tuinafval, radioactieve vaten, en vergane lijken. Bij elk station moet de coupé klotsen om aan mijn beeld te voldoen. Maar bij het instappen zie ik enkel twee flardjes toiletpapier in de gang. Naast mijn treinzetel een McDonaldsbeker die lichtgevuld achtergelaten is. Rechts van mij wat kruimels.

In feite is het nog minder smerig dan wanneer er wél opgeruimd wordt. Opvallend, denk ik. Ik vraag me onwillekeurig af hoeveel van de prijs van een treinkaartje besteed wordt aan de schoonmaak van de treinen. Blijkt dus helemaal niet nodig. Ik zwijg erover want ik wil niet stoken. In de coupé zijn wel veel grauwe, vertrokken gezichten. Wellicht dat enkel de humeurs voorheen opgeruimd werden. De mensen kijken smerig. En ook als ik buiten het raam kijk. is het één tyfuszooi. Maar de coupé, nee. Die is zeker niet smerig. Zonde van mijn treinkaartje.

Om de volgende ramptoerist tevreden te stellen, laat ik zo onopvallend mogelijk mijn broek zakken. Ik hurk en pers. Warme damp kriebelt mijn billen. Ziezo. Als nu de volgende treinreiziger niks te instagrammen heeft, dan weet ik het ook niet meer.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *