Verhaal door René van DensenZelf eet ik geen vetbollen. Ik heb dat voer niet voor niks gekocht, brom ik. Dus hang ik, winter of geen winter, de vetbollen aan het vogelhuisje in de tuin. Op een ochtend sta ik daardoor bij mijn keukenraam oog in oog met een reusachtige kraai. Hij kijkt me betrapt aan terwijl hij aan het vogelhuisje bungelt. Een netje pinda’s aan zijn snavel.

Het worden er al snel meer. Een dagelijks groeiende zwerm kraaien plundert het huisje. Met veel tumult en kabaal. Het is een bescheiden vogelhuisje, dus sommige dagen tref ik het omgegooid aan. Sowieso leg ik elke dag met een zucht de netjes vogelvoer terug in het huisje. Ze liggen uitgestrooid over de tuin.

De kraaien zijn heel vernuftig. Ik heb al met metaaldraadjes knopen gelegd in de netjes om ze steviger te bevestigen, maar dat krijgen ze toch ook los. En ineens kreeg er ééntje door dat de voorraad voer binnenshuis ligt. Zo zat er één, vervolgens vijf, vervolgens twintig bij mijn achterdeur. En als ik thuiskom, fladderen ze plots allemaal weg en tref ik krassen aan op mijn achterdeurslot.

Ik had ook rekening moeten houden met de volharding van kraaien. Vanochtend scheen de zon in mijn ogen. Sjacherijnig vroeg ik me af waarom ik de gordijnen niet gesloten had. En toen zag ik het. Het huis lag een stukje verderop. Op zijn zijkant. Overal lagen zwarte veren. En het hoekje met het vogelvoer was helemaal geplunderd. Komend najaar, winter of geen winter, krijgen die rotvogels helemaal niks meer.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Eén gedachte over “Kraaien”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *