Assertiviteit


Verhaal door René van DensenMijn ogen staren naar het plafond. Er staart een drietal vliegen terug. Ik kan me amper bewegen. Alles schreeuwt dat ik nog niet klaar ben voor de dag. Maar ik moet. Met mijn stomme kop heb ik weer eens ergens ja op gezegd. Waardoor ik uiteindelijk maar een paar uurtjes slaap heb gehad. Ik ben nog niet genoeg terug in vorm om zomaar een korte nacht aan te kunnen. Waarom heb ik dan ook geen nee gezegd… Bepaalde manieren van vragen zijn uiterst effectief. Er is ‘de crisis’. Waar iemand diens probleem aan me voorlegt en inspeelt op mijn sympathie, of op mijn wanhopigheid een bepaalde baan te behouden. In essentie maakt zo iemand dan van diens probleem mijn probleem. Er is ook ‘ de overval’. Wanneer ik echt hard en geconcentreer werk, overval me dan met je vraag en ik zal, verward en ontspoord, waarschijnlijk wel ja antwoorden. En zo zijn er nog meer vraagmanieren waar mensen dankbaar gebruik van maken. Wie de knoppen kent, krijgt veel bij me gedaan.

Op aanraden van de psycholoog – want mensen vroegen op een bepaald moment zoveel aan mij dat ik een lange tijd serieuze klachten aan heb overgehouden aan het nakomen van alles – meldde ik me aan bij een assertiviteitstraining. Ik ben eerst het gebouw zes keer aarzelend voorbij gefietst. Ik wist niet zeker of ik die mensen wel moest storen. Het gebouw zag er belangrijk en industrieel uit. Uiteindelijk reed ik dan toch de parkeerplaats op. Ik stalde mijn fiets zoveel mogelijk uit andermans weg. In de wachtkamer liet ik iemand, die na me binnen was gekomen, voorgaan. Maar die had helaas niet veel vragen en was snel weg. In een smorsig lokaaltje volgde mijn intake. Een spervuur aan vragen wordt verschoten. Ik probeer zo schamper mogelijk over mijn situatie te doen, want stoer. Dan vraagt de intakepersoon welke dag me het beste schikt, of welke juist het slechtste. Voor de training. Ik zeg alles behalve donderdag.

Een paar weken later ontvang ik een brief. Ik ben ingedeeld bij de assertiviteitstraining op donderdag. Na anderhalve dag twijfelen, met de brief op tafel, bel ik ze op. Ik zeg, wat is dit nou. Ik zeg, jullie plannen me in op de enige dag die ik aangaf dat niet kon. Ik zeg, dan snap ik niet waarom ik dat moest invullen. Ik zeg, vraag me dan niks. Ik zeg, stelletje koekenbakkers. Ik zeg dit natuurlijk allemaal niet, alleen de eerste twee dingen. Ze beamen na wat papiergeritsel dat er een fout gemaakt is. Ze gaan me in de ‘maandaggroep’ plaatsen. Ik ontvang vanzelf bericht wanneer die training start

Dit gesprek vond bijna driekwart jaar geleden plaats. Ik durf er nog steeds niet achteraan te bellen wanneer we nou beginnen. Ondertussen moet ik me nu haasten naar het werk. Ik ben benieuwd wat voor stomme dingen ik zoal nog meer niet zal kunnen weigeren vandaag.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *