René leest voor

Godenstad

We drinken zwijgend in de zon. Wij zijn de winnaars. We wonen in deze stad, en deze stad is een van de geweldigste steden in de wereld, en dat maakt ons geweldig. Wij zijn reuzen, en de mensen die elders wonen, zij zijn dwergen. Elke grote prestatie van mensen uit deze stad is de onze. Elke grote prestatie van mensen van elders, negeren we. Die prestaties tellen niet. Dat zijn bergbeklimmende mieren, terwijl wij op grotere hoogte, nee, bovenop de Godenberg strijden. Dit is ook de enige plek ter wereld waar dit bier zo lekker smaakt. Het bier is niet hier gebrouwen, maar dat zien we door de vingers. In elke andere plek op de wereld is dit bier smerig, maar hier, in onze Godenstad, daar valt het nog reuze, ha ha, mee.
Lees meer

Juichloze dag


Onwennig loop ik door het huis. Het gemis kluift aan mijn poriën. De kater overigens ook. De juich stroomt nog door mijn bloed, maar vandaag is een juichloze dag. No cheer today. Ik pluk enveloppen uit mijn brievenvak. Ze bevatten rekeningen. De enveloppen zijn geopend, de inhoud is bekeken en daarna terug in de envelop gestoken. Er ligt een stapeltje. Ik voel me toch al kut, dus dan maar wat geld aan de graaiers geven. Met moeite vind ik een pen en begin ik handtekeningen te zetten. Ze schieten in allerlei richtingen het handtekeningvakje uit en lijken in niets op mijn normale handtekening. Deze kater gaat mij geld besparen. Zo toch dit stapeltje maar even posten. Kijken of de bank erin trapt.
Lees meer

Lonkende dampen

Het is een dagelijks ritueel dat steeds meer op mijn zenuwen werkt. Dan heb je die eerste koffie van de dag. Daar staat hij. Lokkend te dampen. Maar nee hoor. Er moet eerst een alinea of drie uit mijn vingers. Ik knijp hard in mijn vingers maar helaas, het is geen melken waar het hier over gaat. Melken zou trouwens ook niet gaan met mijn vingers. Tenminste: melk komt er ook niet uit, dus. Hoe hard ik ook knijp. Misschien moet ik erbij proberen te loeien. Maar op dit tijdstip ben ik nog te moe om te loeien. Zo moe, moe, moe dat ik ben. En almaar die lonkende dampen. Ze wenken, verleiden, ze krioelen seductief door elkaar als sirenenzang. Vergeet die tekst, schrijft de damp in de lucht. Drink, word wakker.
Lees meer

Hoempapavogel

Een beest waarvan ik blij ben dat die niet bestaat, is de hoempapavogel. Met die ene zin weet ik al bijna zeker dat u, lezer, het met me eens bent. Maar voor de mensen thuis met te weinig voorstellingsvermogen, beeld u een vogeltje in dat carnavaleske schuiftrompetmuziek fluit. ‘s Ochtends vroeg, bij het eerste gloren, vanuit de boom voor uw raam, keihard: Hele grote bloemkolen ! Of wanneer u in uw tuin in de zon even bij wil komen van de noeste arbeid, wetende dat de pensioensleeftijd toch nog altijd een eindje vóór u uit ligt, vanuit de struiken: Mien, waar is mijn feestneus….
Lees meer

Geen maandag

Plotseling is er geen maandag. Althans, plotseling: dat klinkt iets teveel alsof dit plotmatig plaatsvindt. Het is meer deus ex machina onverwacht. Althans, deus ex: ook dat is teveel eer. Het is meer alsof iemand even vergeten is waar de maandagen opgeborgen zijn, of even deze dag vergeten is in de rij van komende dagen te plaatsen. Gewoonweg bam, geen maandag. Een rommelig begin van de week, al met al. Je zou hier toch een maandag verwachten, maar ho maar. In geen velden of wegen is er een maandag te bekennen.
Lees meer

Location, location

De echte vraag vandaag is: wáár ? Want natuurlijk ga ik voetbal kijken. Mijn huisgenoot kijkt alle wedstrijden en heeft mij daarmee aangestoken. Ondanks dat de vorige wedstrijd van een bepaald niet nader te noemen team meer op beukend straatvoetbal leek. Laatst was hij een dagje weg en liep ik onwennig door het huis. Ik kon er de vinger niet op leggen wat er miste, tot het kwartje viel: de televisie stond niet aan ! Van pure cold turkey heb ik toen zelf zitten kijken. Dus uiteraard wordt er vandaag ook naar het balspelletje gekoekerd. De locatie, dat is de kwestie. Location, location, location.
Lees meer

Baard

De baard is weer aan de beurt. Hij is te lang, te vettig, de huid eronder wordt kriebelig. Dan gaat hij er altijd af. Gewoon, drastisch, hoppakee, alles eraf. Grote plukken haar in het putje, babyface in de spiegel. Ik doe dit opnieuw en opnieuw. De enige reden dat ik een baard heb, is omdat ik te lui ben om me te scheren. Ik verslijt op deze manier ongeveer één scheermesje in de drie jaar. Toen ik in slaap viel, twijfelde ik nog een beetje, maar nu ben ik er zeker van: de baard is weer aan de beurt.
Lees meer

Een hoog


En weer stopt er eentje. Kijkt. Voor zijn gevoel kijken ze allemaal zomaar zijn woonkamer in. Het werkt enorm op zijn zenuwen. Knorrig rolt hij een sjekkie om op zijn balkonnetje te gaan roken. Als die eikel dan nog staat te koekeloeren, neemt hij zich voor, dan schreeuw ik hem weg. Met zijn gekijk. Ga ergens anders kijken, vent. Rot op. Ik wóón hier, ja. Zijn vloeitje scheurt. Inwendig vloekt hij. De koekeloerdert is alweer doorgefietst, maar toch. Allemaal zijn schuld. Agressief pulkt hij een nieuw vloeitje uit het pakje. Dan maar rollen op het balkon.
Lees meer

Renk

Ik lig op de bank. Alles beweegt om me heen. Mijn kat rent naar buiten, dan weer naar binnen. Ze heeft een vlinder gevangen en die gaat er nu aan. Want dat moet aan mijn voeten. Mijn huisgenoot heeft bezoek, vervolgens gaat het bezoek weer weg en zet de huisgenoot de teevee aan. Voetbal. De poes rent nu weer de achtertuin in. Ze komt terug met een veertje. De wind komt ook op bezoek. Hij waait enkele rondjes in de woonkamer en vlucht dan door de open deur. Ik blijf liggen waar ik lig. Soms moet je de wereld gewoon zijn ruimte geven en uit de weg gaan.
Lees meer