René leest voor

Stom van me

Vrolijk lachend werpt ze. Telkens weer een stukje. Ze pulkt het af van haar broodje en gooit het. Naar de gulzig schrokkende duif naast hun tafeltje. De vrouw wordt blij van de schranzende vogel. Ze pulkt nog wat. De duif gooit met zijn snavel het brood in de lucht, in een poging het te scheuren. Het stuitert naast zijn voeten en onmiddellijk slaat de snavel weer toe. Het is een geoefende stadsduif. De vrouw kan nog net het kirren laten, maar ze oogt alsof ze zou willen kirren. Er komt nog een duif toegelopen op het voedselstrooien. Dat spoort de vrouw alleen maar aan tot nog meer broodgooien.
Lees meer

Dichtpresentatie

Alle dichters zijn verschrikkelijke mensen, maar meestal enorm gezellig op het terras. Ik ken een paar niet-drinkende dichters. Die blowen. En als ze dát doen, zijn ze ook nog altijd leuk in de omgang. In feite ben ik gedichten gaan schrijven zodat ik kon meedrinken met leuke mensen. Ik ken inmiddels veel dichters via de drank. Ook mooie vrouwelijke, maar zeker ook lelijke mannelijke. Eigenlijk vraag ik me bijna af of zij niet ook allemaal dichten om met de rest mee te kunnen drinken. Dan zijn we allemaal posers. En bestaat de totale dichtkunst uit de wens met elkaar iets te kunnen drinken. Het zou wat zijn. Ik geef deze hypothese niet veel kans. Maar wie weet, wie weet. Ik ben natuurlijk zelf wel enorm gezellig om mee te drinken. Dus ik begrijp het wél.
Lees meer

Mijn Boze Vriend

U heeft er ongetwijfeld ook wel eentje, maar deze is helemaal van mij. Mijn Boze Vriend. Misschien wil hij ook met u nog wel vriendjes worden, maar dat betwijfel ik. Mijn Boze Vriend legt niet veel contacten. Hij walgt van vrijwel alle mensen die hij nog niet kent. Heilig is hij ervan overtuigd dat ze de moeite niet waard kunnen zijn. Anders had hij ze inmiddels wel onder zijn schaarse vrienden gevoegd. Er is een reden dat hij u niet kent, en dat ligt helemaal aan u. Vindt mijn Boze Vriend. Hij veracht u, ronduit. Bovendien zal u waarschijnlijk wel stinken. Of geld lenen en nooit meer terugbetalen. Mijn Boze Vriend wil niets met u te maken hebben. U bent allemaal hetzelfde.
Lees meer

Geniaal

Op het terras heb ik nog een geniaal verhaal. Uiteráárd heb ik op het terras nog een geniaal verhaal. Ik weet nog hoe ik me voelde: het was het briljantste verhaal dat ik ooit bedacht had. Dat ik dit mooie thema nog nooit eerder had aangekaart ! Zo prachtig, zo elegant, zo verdomde waar. Ik praat met twee vreemden. Eigenlijk weet ik dat als ik met twee vreemden praat, en dat het zelfs een vurig gesprek is, dat ik gewoon dronken ben. Het gaat over iets uitdragen. Of dat nog wel individueel is, of, och, weet ik het. Ik roep vanalles en ik vind het geniaal.
Lees meer

Verslagenheid



Er hangt verslagenheid over de straten als ik naar het centrum loop. Verslagenheid en mist. Het is stil. Af en toe wordt de stilte doorbroken door dronken mensen met neerslachtige buien. Ze hebben vriendinnen, die minder gedronken hebben en hen naar huis loodsen. “We moeten hier oversteken,” zeggen ze. Her en der liggen prullaria die eerder deze avond pronkstukken waren, rondgestrooid langs de weg. Afgedankt. Opgegeven. Onnodig. Woedend terzijde gesmeten. Ze zijn goedkoop gemaakt, goedkoop gekocht, gekoesterd gedragen. Niet eens meer de rommelmarkt waardig, nu. Ik loop kalm. Ik weet niet wat ik moet verwachten. Een paar dagen geleden was ik in een ander land dat eenzelfde teleurstelling voor de kiezen kreeg. Die vierden hun nederlaag. “We zijn toch maar zo vér gekomen,” was het blondklaterend devies. Maar dat is niet het devies van het land waar ik nu loop.
Lees meer

Een zak chipkaarten


Het is wat gepruts, maar ik word er bij elke automaat handiger in. En hoppa, weer een stapel voor in de zak. Ik heb al een flink volle zak chipkaarten. Ze gaan heel veel waard worden. Per morgen zijn ze afgeschaft. Waardevolle verzamelobjecten. En nog helemaal ongebruikt. Ik ga er flink aan verdienen. Wie wat afschaft, heeft wat. Geef het een jaartje en de echte verzamelaars zullen gaan opbieden voor de laatste exemplaren. Ik heb ook nog echte guldens. En de vroegere treinkaartjes. Ik weet nog hoe die afgeschaft werden. Meteen toegeslagen. Er zijn idiote verzamelaars genoeg die veel geld bieden voor vanalles wat uit omloop is.
Lees meer

Pil

De bewoners van Prozacstad moeten er weer aan geloven. Van hogerhand is er iets in hun belang besloten. En dan valt er niks tegen te doen. Iedereen betaalt mee aan de realisering van wat ze niet nodig weten te hebben. In dit geval wordt er een mooi symbool van de stad gerealiseerd. Een standbeeld in de vorm van een pil. Het moet niet zomaar een pil zijn. Geen ordinaire huis- tuin- en keukenpijnstiller. Geen anticonceptiedingetje. Of zo’n banale Viagra. Bah ! En zeker geen Drion. Deze pil moet de mensen vrolijk stemmen. De gemoederen doen opklaren. De mensen hebben het zo zwaar. Daarom moet die reusachtige standbeeldpil er komen. Groter dan de huizen. Hij moet eigenlijk van heinde en verre zichtbaar zijn.
Lees meer

Schroefje

Ik ben een schroefje. Met vuur en kracht ben ik in deze vorm geperst. Ik heb een nuttige schroefdraad. Een tijdje dien ik een doel. Onvermijdelijk slijt ik eens. En dan moet er een ander schroefje komen. Mijn nut zit er dan op. Het is nog niet zover, maar die tijd komt. Ik kan breken. Mijn kop kan gaardraaien. Ik kan losslijten. Mijn schroefdraad, hoewel sterk, is niet onverwoestbaar. Ik zit nu nog krachtig op mijn plaats en dien mijn doel. Maar niets duurt voorgoed. Ik heb het al gezien bij andere schroeven in mijn buurt.
Lees meer

Weer of geen weer


Ik sjok wat over straat. In feite heb ik het druk met andere dingen, maar vandaag is een sjokdag. De dingen wachten wel, ze lopen niet weg. Even tijd voor het sjokken. Middenin mijn gesjok besluit ik even stil te staan. Ik kijk naar boven. Blauwe lucht. Verwonderd staar ik ernaar, want hij is uitzonderlijk blauw. Ik heb hem elders al eens blauwer gezien, maar voor mijn huidige locatie is hij erg blauw. Er drijft een enkel, ogenschijnlijk verdwaald, piepklein wolkje in, maar de rest van de lucht is veroverd door het blauw. Het is een genot om te zien. En dan die éne stralende bol in het midden. Wat een licht, wat een lucht.
Lees meer

Delen

“Wat heb jij nou bij je, knikker ?” vraagt de Opperpater verbaasd. De gasten van Club P moeten altijd hun eigen drank meebrengen, en mijn selectie van vanavond verwondert hem. “Iets nieuws, dat ik toevallig in de winkel zag vandaag,” antwoord ik. “44 centiliter blik. Ik snap de logica ook niet echt, of dat nu zoveel scheelt met een halve liter, maar daarom probeer ik het een keer uit.” Ik zet de blikken in zijn koelkast en kies een stoel.
Lees meer