Renk

Verhaal door René van DensenIk lig op de bank. Alles beweegt om me heen. Mijn kat rent naar buiten, dan weer naar binnen. Ze heeft een vlinder gevangen en die gaat er nu aan. Want dat moet aan mijn voeten. Mijn huisgenoot heeft bezoek, vervolgens gaat het bezoek weer weg en zet de huisgenoot de teevee aan. Voetbal. De poes rent nu weer de achtertuin in. Ze komt terug met een veertje. De wind komt ook op bezoek. Hij waait enkele rondjes in de woonkamer en vlucht dan door de open deur. Ik blijf liggen waar ik lig. Soms moet je de wereld gewoon zijn ruimte geven en uit de weg gaan.

Langzaam smelt ik samen met de bank. Eerst is er een soort Renébank. Dan al een renank. Voor je het weet, staat er in de woonkamer een renk. Mijn kat en mijn huisgenoot zoeken me, maar ik ben er niet meer. Wel een of andere vreemde renk. De politie wordt gebeld. Zo was ik er, zo was ik er niet meer, immers. Ze komen onderzoeken. Hun oog valt op de renk. Wat is dat ? vraagt één nieuwsgierige agent. Mijn huisgenoot haalt zijn schouders op. Een renk, antwoordt hij. De agent kan de hele tijd zijn ogen niet van de renk afhouden. Waar hebben jullie die gehaald, vraagt hij. Kwenie, zegt mijn huisgenoot. Hij was er gewoon ineens. Ik wil er ook een, zegt de agent.

Een handige ondernemer springt er enkele dagen later op in en begint renken te produceren. Al snel heeft iedereen een renk. Ze vliegen de winkels uit. Je wordt ermee doodgegooid, met de renken. Alle woonwijken staan er vol mee. Al snel zijn de mensen de renken weer beu. Met bosjes staan ze bij het grofvuil. Iedereen is renkmoe. Ook ik. Langzaam strek ik mijn armen. Zo ga ik van renk naar renank naar René en bank terug. Mijn kat laat van schrik haar vers gevangen sprinkhaan ontsnappen. Heeft er toch iemand baat bij gehad.

Share Button

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *