Putjes

De putjesschepper
Wordt aanbeden
Door kuilen
Die onuitputtend
Hoop putten

Om bergen te verzetten
Om nooit in de put te zitten
Om diepgravende inzichten
Om wat water

Om de snakkende ziel
Mee te laven

Proost

Er is weer
Boel
in’t
Midden-Oosten

Proost
Cheers
Schol
Santé

En weer
wat rijken
die bubbly
Proosten

Proost
Cheers
Schol
Santé

Er zijn
weer mensen
enorm
arm

Proost
Cheers
Schol
Santé

Een half land
heeft het
komende winter
niet warm

Proost
Cheers
Schol
Santé

Nog altijd
stroomt er
radioactief
water

Proost
Cheers
Schol
Santé

Maar dat
is als altijd
een zorg
voor later

Proost
Cheers
Schol
Santé

We weten
niet of er
een morgen
zal komen

Proost
Cheers
Schol
Santé

Maar na
De volgende
ronde gaan we
weer dromen

Proost
Cheers
Schol
Santé

Overleed

Ook deze nacht
Overleed ik weer
Voor niets

Het was zonde
Voor de anderen
Om iets

En zo was er
Ook een kruis af
En toe

Maar vooral was
Er weer alles
Voor niets

Een feit

Ik ben
geen land
heb zelfs
amper
een regering

Maar ook ik
heb
Mijn grenzen.

Terug

Er op af.
Af.
In.
Een stukje mee.
Uit.
Door.
Ik stap.

Typisch

Alles ontspannen
Loom, warm
Alles is af
Niks is nood
Er is geen hoeven

Verveling
als een stekker.

Dan die ene zoem
Hoog, nerveus
Bij je oor
Slaan met hand
Nu niet, rotmug !

Verdomme
lag net zo lekker.

Context

Te ver
Ver goten
On menselijk
Oorlog leed

Te koop
Ver kocht
On roerend
Prijzen Oorlog

Het is allemaal
maar net
de context

Kwalitorium


In een glazen
bubbel zo onvermijdelijk
Als mijn dood
waar ik trouwens prima
Mee kan leven

Hangt daar het
achterhaalde concept van
Kwaliteit, wat
dat ook mogen zijn want
Bestaat dat wel

Misschien is er
in dit glazen kwalitorium
Ook geen echte
plek meer voor nieuwe
Open deuren

Als een drijvende
reddingsboot zonder knoop
Laat ik het varen
maar verlaat me toch nooit
Op een zondag.

De tuinman

Ik geef een tien aan de tuinman
Die erg tamelijk tuiniert
De straat staat bomvol met tuinen
Die hij niet heeft verstiert
En dan dus voor maar ook achter
Groeit alles onder zijn handen
Steeds prachter en prachter
Zo rondom de panden

Ik geef een negen aan de tuinman
Die mijn rozen doet bloeien
Want ze vloeien en stoeien
En ze blijven maar knoeien
Met hun zaad en hun stampers
Maken ze enorm lawaai
En niks anders wil groeien,
Wat ik ook zaai

Ik geef een acht aan de tuinman
Die met zijn groene tengels
De zeldzaamste planten plant
En zelfs ook hengels
Dus naast dat ik nergens
Meer rondlopen mag
Zitten die planten te vissen
Verdomme. De hele dag !

Ik geef een zeven aan de tuinman
Die mijn moestuin aanmaakte
Ik heb ervan geproeft, en zeg
Dat er niets van naar moes smaakte
Misschien moet ik eerst
De boel platstampen, maar ja
Ik ben pacifist, hè
Ik sla nog geen sla.

Ik geef een zes aan de tuinman
Hij slaagt nog maar net
Want tussen dat groen is
Weinig ruimte voor pret
Het gras is geen twee kontjes hoog
En het onkruid blijft weg
Terwijl ik wel van tuig houd,
Dus dat is weer pech.

Ik geef een vijf aan de tuinman
En zeg niet waarom
Ik gooi de hele tuin vol stenen
En ga barbecueën, wat ik je brom !

Het kroos

Het opkomend kroos krioelt
Keer op keer tussen
Kier en kleur en klacht

Het klauwt en keurt en kosten-kopert
Keer op keer tussen
Commercie en conservatie

Het kroos komt en klooit en kneutert
Keer op keer tussen
Kleuterend leven en knar

Het constateert, converseert, consterneert
Keer op keer tussen
Herkauwde keuzes en kiezen

Kabbelt de kabeljauw na en knikkert de kiewvis
Keer op keer tussen
Koelhok en kotter

Maar klagen, nee,
Keer op keer
Mag het kroos dat niet.