Anders

Dat het toch
zo verdomd veel
lijkt

Op die wereld
en die tijd
waarin

Een iets andere
zon scheen en
andere honden
blaften en andere
uitlaatgassen stonken

De slager
andere plakjes
worst gaf aan
andere kinderen

De straatnamen
die echt geheel
anders klonken
wanneer ik ze las

En dat ene pad
dat ik nooit meer
in hoef te slaan

En waarin geen
zekerheid is of er
nog iemand boter
op een eierkoek
smeert

Hoe ik in hier,
waar alles anders is,
beland ben?

De weg terug
is kwijt

En zwijgend
verwijder ik dan maar
je niet meer geldige
telefoonnummer.

Brabant

De Randstad, och, die loopt er toch
de kantjes achteraf
Die stomme rand, die kadert niks
die is onaf abstract

Dat Brabant, och, dat spoort zich wel
maar kont dus nooit eens af
En dat het steeds weer implodeert
dat is toch knap compact.

Bijna uit

Hongerig
klauwt de vlam
aan de restjes

want van een kaars
is amper nog
sprake

roer- en
vormloos vloeit
de smeltbrij wat, en

weinig herinnert meer
aan de trotse fiere
kaars die was

sterker, zelfs
de vlam had liever
dat deze wanhopige

houdgreep afgelopen is
maar klauwt nog even:

Bijna uit.

Meededeelingh van algemeen nut

Geachte heer

/

mevrouw,

het verheugt
mij u te mogen
mededelen dat

vanaf heden
de productie
der verzen
en gedichten

door aangescherpte
regelgeving

eenvoudiger en
tegen lagere kostprijs
kan verlopen

nu de regelgeving
het als onwenselijk
stelt dat het woord
zin heeft

al is het voor
de grammaticafanaten
een gruwel gebleken

dat een punt nu
helaas ook
ontbreken zal

Ietsie

een iebelig ietsie
was ietwat ietsiepietsie
beschonken, maar op het fietsie
met zijn vrienden op café

maar hoe meer het ietsie
in het stiekeme geniepsie
zat te flirten met een grietsie
kregen zijn vrienden echt de pee

tot plots het ietsie bleek
toen hij ruimhartig rond zich keek
dat vriend na vriend alreeds uitweek
naar een onbekende bestemming

het ietsie stond ietwat versteld
maar had snel opnieuw besteld
en zich dan naast de griet gesteld
met een immer slinkende remming

hij presenteerde zich aldaar
als de bezieler van de bazaar
want wat waren zijn vrienden, ‘tis toch waar
zonder zijn leidersschap te beklagen

edoch zijn vrienden, onderwijl beland
in een fijn filosofenpand
hadden geen euvel aan de hand
zonder hun ietsig ietse vrind

want de heren Wie en Waar,
zongen zonnig en zonneklaar
samen met Wat en Hoe aldaar
over de vragen van een kind

en hoewel Waarom wat droef
uit het raam starend zich in zijn armen groef
lag zijn melancholie niet aan de boef,
het ietsie dat maar sjanste

en terwijl Wanneer de klok vergat
en men verzoop in gerstenat
en de antwoorden op alle vragen vergat
bleek dat de dame met ons ietsie danste

hoe dat verhaal verder verliep is nog een ding,
vergeef me dat ik wat vooruit spring
en vertel hoe het de meid verging
toen ze in bed lag met het ietsie

want ze had het nooit verwacht
maar de ietsie bleek onzijdig geslacht!
ach, geen zorgen, sprak hij zacht

Ik ben in feiten
een trans-ietsie.

Die blik van ‘wat’

Ze is frietsjiek
en met assertieve ogen
staart ze me hautain
en met veel te veel
eyeliner, € 1,72 bij de Action
aan

Als het minderwaardige
wezen dat ik ongetwijfeld
niet alleen voorstel
maar bén, met mijn vale
spijkerbroek, 2 voor € 19,95 bij de C&A
aan

Het is ook werkelijk onbegrijpelijk
dat mensen als ik nog het lef hebben
zich zelfs maar in haar nabijheid
en haar prachtige, glanzende
achterbuurtcoupe, € 63,50 bij Kapsalon Charmonique
te begeven

Zij schiet vuur, ik schraap mijn keel
en wacht met alle geduld van de wereld
tot ze wellicht ooit doorkrijgt

Dat ik er gewoon langs moet.

Willen

Misschien

Wil ik het
allemaal
wel liever

Niet

Als vingertoppen
in lucht

De lijnen
en kringen
weten nog
hoe

Het sneed

En strelen
de
lucht.

Krop

Rond in mijn mond, bal van vuur, maar

geprik, ik slik,
krop het op

Vuur later wel
een foeter
in luchtledige linies

vol slachtofferloze
soldaten
– niet één
sneuvelt ooit

En daarboven
drijven
de eeuwige wolken
in bazig bedaren.

Ontkleed

Ik
ontkleed mijzelf
scheur de stugge
olifantshuid los
en onthul
een boetekleed
dat me strak
omhult

De stoute schoenen
pasten me ook
als geschonken
zonder glazen
muiltje

Ik grijns naar
de naakte zon
op mijn geklede ziel
en doe een
halvezolenhuppel

Opgegroeid

Toen je nog
over straat dartelde
met een ballon
trots
in je klauwen

De wereld kon
niet mooier
want
een ballon !

Door het raam
onder het TL-licht
zie je jezelf
lopen

Terwijl iemand
je belt
dat hij een
mailtje heeft
gestuurd.