Jouw samen

Geen maskers
Geen gehoor
Geen gezaam
Ja geheid

Jouw samen
ik kan er niets mee

Geen vaccinatie
Geen quarantine
Geen avondklok
Jij hebt schijt

Jouw samen
is individee

Geen geloof in
Geen gevolg aan
Geen respect voor
Reken maar

Jouw samen
is een minitiatief
Continue reading “Jouw samen”

Wees niet bang

Wees niet bang want
deze woorden willen je nu eens
helemaal niks wijs maken

Je hoeft dus niet van
gedachte te veranderen, of je iets
moeilijks voor te stellen

Je in andermans schoenen
te plaatsen, nee, blijf gewoon zitten
en haal opgelucht adem, we blijven hier

Want ik schreef dit,
en niet iets anders
Dus wees niet bang
Continue reading “Wees niet bang”

Road rage

De spiegel achteruit
is vanzelf

veel kleiner
en heeft
geen wisser
ongewis

En rijden
dwars

door druppels
en wind, nee
is ook geen
kattepis

Je bijt goed door
en laat je

de vulling
smaken
schreef ik op
je bonbon

Nadat je
alle ruzies won

Dacht je
ooit ook nog
aan hoe het
begon ?

Concentrisch

Ik ben klaar.
Ik verdik, het is waar
Maar waar ?

Waar muurt nog
mijn gevest om
En

is het strijdvaardig
houvast
genoeg ?

There’s a hundred
here today
they say
Continue reading “Concentrisch”

Zonnebril

Stop met uw straks
Dat strakke wanhopen
De ogen niet open
Voor je heidense nu

Weg met je later
De holle paniek
Draait je ziel ziek
Voorgewend voorwensel

Wie ben je nog straks
Zonder adem in het heden
Zagend verlaten verleden
De cirkels onrond

Spin je weefsel weg
Middel jezelf weer open
Met je dromen rondlopen
Hou toch op, hou toch op

Zet de zonnebril op.

VERZANDIGD

Ik laat ze steeds meer los, de woorden
want de honger is weg

Ik heb er zelden nog een zin in
en steek ze dan maar

In loze spinsels die verdampen
en even, heel even

Vraag ik me af of ik ze toch niet
beter opgeschreven had

Maar de zolder is vol en er past
niet eens meer een punt achter

Ze klauwen en groeien zich uit mijn kop,
mijn ogen, mijn neus uit, ad neuseum

Dus: in dozen, in zakken, prop ze in een bundel
en leer ze geduldig, later als ze groot zijn

Dat er bloemen bloeien
in de stilte.

Dooruit maar weer

Niet,
niet omkijken,
niet staren naar
toen ik nog
tweezaam was.

Smaak van
zoutpilaar in mijn
mond, gekoekt op
woorden die hun
smaken allen verloren.

Kauwen, kauwen
om het kauwen en
misschien uitspugen
of stilletjes en beschaafd
doorslikken.

Er zitten er nog
genoeg in de
verpakking van het
verschiet.

De tijd kruipt

De tijd
kruipt
als een kind
onbeholpen

Of als roep
in de woestijn
klauwend zand
zonder graven

De tijd grijpt
De tijd stort
De tijd keilt
De tijd trekt

De tijd stuit
en herbegint.