Ze vecht


Verhaal door René van DensenZe vecht. Niet meer zoals zojuist toen we haar uit de cat carrier probeerden te halen. Nu koppig. Koppig zoals haar baasje, als hij aan medische handen overgeleverd is. We passen, dat is helder.

De dierenarts heeft een deken over haar kooitje gehangen en helpt ondertussen de volgende klant. Het is een konijn dat niet wil eten. Vitaminetekort, ontsteking in de mond. Hij wordt in een dekentje gewikkeld en krijgt met een soort speelgoedspuit babyvoeding. Mijn kat vecht nog steeds. Ik hoor haar sissen onder de deken. Alsof ze wil zeggen: je kunt me dan wel verdoofd hebben, maar je krijgt mij er niet onder.

Maar ik weet dat ze zich klein voelt. Klein en bang. Ze vecht met immer de rug tegen de muur. Genieten, dat is rusten zonder angst. Ze kruipt graag onder mijn deken. Tegen me aan. Dan zijn we samen klein en bang. Klaar. Klaar om te vechten.

Langzaam zakt ze door haar pootjes. Maar niet volledig. Nooit volledig. Ze is niet van plan het op te geven, wat ze ook in haar spuiten. Woedend blaast ze, kwaad op de verdoving in haar aderen. Op de tintels in haar benen en het verlies van controle. Ik aai haar zachtjes en probeer haar in te fluisteren dat ze niet hoeft te vechten. Ze sist. Maar niet naar mij. Maar luisteren, dat gaat ze ook niet doen. Ze vecht.

Klei


Verhaal door René van DensenMijn ogen proberen het wel, om de boeken te lezen van schrijvers met belangrijkere namen dan de mijne, die in hoge stapels op mijn toilet liggen, maar de woorden kunnen me volstrekt niet bekoren en zeker Campert vind ik een lul. Die sla ik dus rap over in de verzamelbundel, maar ook andere schrijvers willen er niet in. Dat kan aan mijn vermoeide ogen liggen, of aan het gerommel in mijn maag, dat klatsen boetseerklei oplevert die speels in het water onder mijn billen de eeuwigheid tegemoet plonzen.

Mijn kat legt ook onvaste plakken, constateerde ik bij thuiskomst. Ze hebben een ongezonde kleur en ook aan haar achterste kleeft een vochtige groene substantie. Mijn kat moet naar de dierenarts want ik heb geen dierengeneeskundige opleiding genoten en kan haar dus niet helpen. Ik kan wel de dierenarts aan een flinke zwik geld helpen zodat hij of zij mijn kat kan helpen. Van de kat krijg ik een kopje. Zelf kan ik alleen krakkemikkige korte verhaaltjes schrijven die andere mensen ongetwijfeld vol walging wegklikken omdat de woorden hen volstrekt niet kunnen bekoren en ze me een lul vinden.

Mijn kat is echter niet zielig, mijn kat is stoer en lief. Ze heeft geen pijn. Een. Ik ook niet. Twee. De plonzende klei ruikt en voelt anders dan de plakken die de kat legt. Dat is mooi, dan hoef ik zelf niet naar de dierenarts. Drie. Ik tel mijn zegeningen. Het ene na het andere boek leg ik ondertussen vol walging terug op de stapel: wat zijn er toch een hoop bomen zinloos gesneuveld. Ik neem veel toiletpapier.

Forward

Holes in the path
behind me, craters
between footprints,
a scruffy ragged soul
barely standing while
the winds pluck bits
of yarn, pieces
that try to fly off
on their own,
yet leave together
forward ?
Lees meer

Neem

NEEM / Neem nou / jou / Neem nu / mij / Neem je / zelf / Neem de / tijd / Vecht de / strijd / Neem het / leed / Don't be / late / Neem je / tijd

BEARDED

Then there was the
bearded snowflake
who knew he would
die alone

In the vast ocean of
time, he had but a
limited purpose and
span

But melt he did not, nor
whisk or fall, but he
grew a beard and he
shone

While his kind fell on
tongues in the bliss that is,
he calmly decided to
outlive man.

TEACHER

Now of course
they were all taught
to run
when they were children

So they did
one ran fast
another ran in panic

one didn’t run.

One by one
he provided
the leg-up
to get over the wall

And they ran on

There is true bravery
in staying behind

It’s the one thing
he couldn’t teach you.