Niet,
niet omkijken,
niet staren naar
toen ik nog
tweezaam was.
Smaak van
zoutpilaar in mijn
mond, gekoekt op
woorden die hun
smaken allen verloren.
Kauwen, kauwen
om het kauwen en
misschien uitspugen
of stilletjes en beschaafd
doorslikken.
Er zitten er nog
genoeg in de
verpakking van het
verschiet.
Dit gedicht verscheen in
“Onderop De Stapel Rechts”
De vierde dichtbundel van René van Densen verkent als thema verhuizen, transitie van één situatie naar een andere. Waarbij je altijd dingen kwijtraakt, maar er ook iets nieuws ontstaat, gesymboliseerd door kleine poëziedoosjes die je kunt uitknippen en die een nieuw gedicht vormen, maar waarbij je dan wel zes andere gedichten moet laten verdwijnen. Verdeeld in metaforische ruimtes in een nieuw huis verkent Van Densen wat je wel of niet mee moet nemen.
“Er lopen tig dichters rond in Nederland en Vlaanderen die al blij zouden zijn met de kruimels die van van Densens tafel vallen.” – Anton Voloshin

