Dooruit maar weer

Niet,
niet omkijken,
niet staren naar
toen ik nog
tweezaam was.

Smaak van
zoutpilaar in mijn
mond, gekoekt op
woorden die hun
smaken allen verloren.

Kauwen, kauwen
om het kauwen en
misschien uitspugen
of stilletjes en beschaafd
doorslikken.

Er zitten er nog
genoeg in de
verpakking van het
verschiet.

Share Button

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.