Gewonnen

Ik won laatst
een oorlog
nog gloedjenieuw
in de verpakking

Maar vermoedde
dat de ander
er vanaf wou

Want bij nadere
inspectie
was de boel
maar weinig waard.

Dooruit maar weer

Niet,
niet omkijken,
niet staren naar
toen ik nog
tweezaam was.

Smaak van
zoutpilaar in mijn
mond, gekoekt op
woorden die hun
smaken allen verloren.

Kauwen, kauwen
om het kauwen en
misschien uitspugen
of stilletjes en beschaafd
doorslikken.

Er zitten er nog
genoeg in de
verpakking van het
verschiet.

Kaal


Verhaal door René van DensenAls ik de zeepresten afdroog, zie ik in de spiegel het gezicht van mijn vader, onder een potsierlijke pruik. Het gezicht waar ik aan gewend ben, spoelt met de restjes het putje in. Ik heb evenveel lach- en zorgrimpels als hij en ze zitten op bijna allemaal dezelfde plekken. Een andere levenskoers zorgt dus niet voor andere rimpels. Alleen die grote horizontale bedenkelijke fronsrimpel, die is echt van mezelf.

Voorzichtig voel ik. Geen wondjes dit keer. Wellicht leer ik het ooit eens. Schraapgeluidjes in de hoekjes. Weer niet volledig grondig geschoren. Geeft niet. De baard is er enkel af om over drie weken weer podiumklaar te zijn. Bijsnoeien, daar doe ik niet aan. Talent dat andere mensen beheersen, ik niet. En te lang oogt potsierlijk en jeukt gigantisch.

Gisteren had ik nog een sik om aan te plukken. Ik pluk aan mijn vader’s kin. Gek om het kuiltje nu te zien. Vergeet steeds dat die daar zit. Hij mocht er gisteren niet af. Video opnemen. Als ik mijn dichtersjas aan heb, moet ik een baard hebben. Eigenlijk zou ik een baard in de kast moeten hebben. Voor noodgevallen. Als ik kaal ben, komen er even geen optredens. Het is timing. Allemaal timing.

Mijn kat kijkt toe. Ze herkent me prima zonder baard. Maar snapt geen drol van wat ik doe. Ik kijk in de spiegel. Zou liegen als ik het wel snapte. We doen toch allemaal maar wat. Ik spoel het mesje af. Er zitten roestvlekken op. Ook dat is nu eenmaal zo. Ik draai de kraan dicht en besluit dat het weer genoeg gezichtsverlies is voor vandaag.

Puik (nu met video!)

Mensen die me wat langer volgen weten dat er ooit een heel getalenteerde vriend van me, genaamd Elco Wareman, een aantal van mijn teksten op muziek had vertolkt. Één van de nummers was mijn persoonlijke favoriet. “Puik”. Die verdween echter offline voor een heel lange tijd, lang verhaal. Toen kwam hij weer online. En nu heb ik er zelf maar een videoclip bij gemaakt. Sowieso wil ik dit jaar meer video’s maken. Maar dit is dus alvast de eerste van het jaar. Laat gerust weten wat u ervan vind !
Lees meer

Schouderhaar, omdat het moet (6 februari a.s.)

Wie mij een beetje volgt, heeft waarschijnlijk gehoord van het innovatieve Collectief Schouderhaar. Sommigen hebben zelfs een van de twee optredens van ons gelegenheidscollectief bezocht. Voor hen, en voor iedereen wiens interesse gewekt is door eerdere berichten, goed nieuws, want 6 februari aanstaande (een zaterdagavond, en ideaal voor Carnavalsvluchtelingen) staan we weer op de planken. Op dezelfde plek als de vorige keer omdat ook de organisator danig onder de indruk was van de dynamische show. U moet dus gewoon allemaal komen. Bel en/of reserveer wel, want het aantal zitplaatsen is beperkt. Zelf ben ik superenthousiast weer met deze groep én op die plek te mogen optreden: de locatie is schitterend (ik meen dat volledig) en van de optredens van Schouderhaar keer ik altijd terug met verse energie om mezelf te pletter te schrijven. Ik kan u dan ook enkel aanraden om met mij het glas te komen heffen na het optreden en ons gelukkig te prijzen dat we er maar mooi weer bij waren.

PS: ook Schouderhaar heeft nu een website.

schouderhaar-3-opus-4-060216

Plonsjes

Chaos, paniek in
de watertoren:
de vogel poogt wild
het water uit te
voordat de diepte
voordat de lucht
maar de uitweg

Hij ziet het niet meer
de toren berust
maakt zijn metaal nog
iets dikker

En wacht kalm
tot de plonsen
plonsjes worden.

Krassen


Verhaal door René van DensenOf ze niet wou wachten tot thuis, stelde ik voorzichtig voor. Want stel dat. Dan zouden we een reden hebben om terug te komen. Naar dit land. Naar dit gevoel. Naar dit moment. Maar nee. Zij wou het meteen weten. Dus ik gaf haar een muntje en nam er zelf ook een. En daar gingen we.

Het laagje kraste simpel weg. Het bood geen merkbaar verzet. Alles was onvermijdelijk. Ik wist al van tevoren dat er op dit lot geen prijs zou zitten. Soms voel je dat. En dan kun je enkel het laagje wegkrassen en je gelijk constateren. Zie. Je. Wel. Kras kras kras, voila. Zoals verwacht. Ze vraagt welke symbolen ik heb. Ik slik een cynische grap in en meld braaf welke plaatjes er op mijn lot staan. Zij zegt die van haar.

Het zijn zonnige plaatjes die mensen vrolijk maken. Andere mensen. Niet mij. Zeker niet nu. Daar staan we, buiten de winkel, allebei te krassen. Zoals verwacht is mijn lot prijsloos. Het hare ook. Ik haal mijn schouders op en grap dat we tenminste geluk hebben in de liefde.

Eigenlijk is dit het moment dat alles al voorbij is. Kon ik het maar onder een kraslaagje bewaren. Ik zou het nooit meer wegkrassen. Gewoon daar houden. Weten dat het is zoals het is. En gewoon voorzichtig opbergen. Stil verfrommel ik het kraslot en gooi het in de vuilnisbak.

Po-e-zine nummer 12

poezine-12-frontMorguh. Of middag. Whatever. U bent brak. Snap ik. Ik ook. Ik hou het kort. Want moe. Veel drank. Jaar goed gestart. Proost. Nieuwtje dus. Meteen al. 2016 amper begonnen en hij hep al nieuws. Ja natuurlijk. Dat houdt niet op. Misschien wordt het even niet gemeld door de dames en heren journalisten, maar nieuws trekt zich niks aan van de kalender. Laat u niks wijs maken. Enfin. Nieuws. Dus. Gek woord, nieuws. Zoals groots. Kleins. Zoets. Zachts. Nieuws. Doet er niet toe. Mijn nieuwtje. Gisteren verschenen. Online poëzieblaadje. Bekend. Heet Po-e-zine. Waren er elf van. Nu twaalf. Blaadje heeft doorgaans een thema. Thema ditkeer is XII. Oftewel twaalf. Lekker fantasierijk. Maar ja. Eind van jaar. Makers waren aan oliebollen en bubbels toe denk ik. Enfin. Nummer twaalf. Recordaantal inzendingen. Gigantische hoeveelheid dus. Ik overdrijf niet. Tweehonderdtweeëntwintig pagina’s. Aan poëzie, proza, meligheid, interviews en weet ik het. Ik ga het op mijn gemak lezen. Misschien u ook. Want. Mijn nieuwtje. Ik sta er ook ergens in. Niet te ver zoeken. Meteen in het begin. Ja, daar. U heeft ‘m gevonden. En een stukkie verder nog eens. En nog voor halverwege nog ergens. Daar sta ik. Dus. Met een paar gedichies. Zo ben ik wel. Als er een recordaantal inzendingen zijn, dan ben ik ook niet te lullig om mee te doen. Duit in zakje. Steentje bij. Wist u trouwens. Dat poëzie zalvend is voor het katerig hoofd ? Serieus. Beetje poëzie lezen terwijl het gif langzaam uit uw lijf trekt. Prima te doen. Dus. Aanrader. Lees dat nummer. Nummer twaalf. René out.