Voor Droef.Gent, het (Cultuur)Podium voor Pessimisme wat ik mede zelf organiseer, schrijf ik vanaf nu steeds een openingsgedicht en maak ik daar een video bij. Droef eist namelijk nogal wat van mijn tijd op en op deze manier kan ik toch mijn poëzie een beetje ermee blijven combineren. Beschouw deze video ook maar als mijn eindejaarsvideo, want waarom niet.
DOZALWELZIJN
Ah, de kabbel
Dozalwelzijn
Ah, de brieze
Dozalwelzijn
Ah, de stilte
Dozalwelzijn
Ah, de storm
Dozalwelzijn
Er was – bijeens
in een land, lang geleden
geleidelijk verzand in
te rappe schreden
In rennen op vlakte
oppervlakkig vooruit
In zakken en assen
voer voor modderschuit
Ah, de rimpel
Dozalwelzijn
Ah, de windzucht
Dozalwelzijn
Ah, horror vacui
Dozalwelzijn
Ah, de chaos
Dozalwelzijn
En stuurloos verdrijven
we wat hier niet hoort
want je moet willen horen
wat de wereld verstoort
Of verschijnt enkel schijn
op de plek tussen harten
waar we zeggen te zijn
en spelen we zelf de parten
Ah, de strepen
Dozalwelzijn
Ah, de luchtkastelen
Dozalwelzijn
Ah, ommuurde leegte
Dozalwelzijn
Ah, xenoselfie
Dozalwelzijn.
Dit gedicht verscheen in
“Onderop De Stapel Rechts”
De vierde dichtbundel van René van Densen verkent als thema verhuizen, transitie van één situatie naar een andere. Waarbij je altijd dingen kwijtraakt, maar er ook iets nieuws ontstaat, gesymboliseerd door kleine poëziedoosjes die je kunt uitknippen en die een nieuw gedicht vormen, maar waarbij je dan wel zes andere gedichten moet laten verdwijnen. Verdeeld in metaforische ruimtes in een nieuw huis verkent Van Densen wat je wel of niet mee moet nemen.
“Er lopen tig dichters rond in Nederland en Vlaanderen die al blij zouden zijn met de kruimels die van van Densens tafel vallen.” – Anton Voloshin

