Uit verveling twitter ik ineens dat ik over een uur op BNR business radio te horen ben in een interview over de zelfpublicatie van mijn dichtbundels. Ik grinnik even en plaats het ook op facebook. Direct tien likes. Op twitter blije reacties: “Leuk, ik ga luisteren!” en “Ik zit er helemaal klaar voor!” Lees meer
Vanuit zijn ooghoek zag God hem komen en vloekte binnensmonds. Kauwend op zijn sigaar leunde de buurman op het tuinhekje dat zijn domein van dat van God scheidde. “Jaja buurman,” sprak hij op een vlakke toon, als iemand die nergens ooit haast bij had. “Universum aan het bouwen ?” Hij wees met zijn bruine sigarenvingers naar de hemel en aarde die God aan het scheppen was.
God veegde het zweet van zijn voorhoofd. Waarom was het ook zo héét vandaag, verdomme. En moet die rotkerel nu net weer buiten komen staan te roken ? Het schoot al niet op met dat universum, dat hielp ook niet. De andere Goden in zijn straat deden het er zo makkelijk uitzien. Schroefje hier, klikje daar, hoppa, weer een universum af. Maar God zat altijd een tijd aan te prutsen. De sigarenrook prikte in zijn ogen. Lees meer
Meer dan de helft van de kat van mijn huisgenoot is kaal. Kaal met plukken, toch. Strikt genomen kun je zeggen dat zijn huid nog begroeid is, maar alles is dunbehaard gekrabd en -gelikt. De huid schijnt door zijn haar heen. De kat heeft van zichzelf al redelijk forse schouders en een stevige kop, dus dat zijn achterlijf zo goed als kaal is, ziet er extra potsierlijk uit. Katten hebben weinig zelfreflectie, dus hij trekt zich er niks van aan. Lees meer
Als ik de zeepresten afdroog, zie ik in de spiegel het gezicht van mijn vader, onder een potsierlijke pruik. Het gezicht waar ik aan gewend ben, spoelt met de restjes het putje in. Ik heb evenveel lach- en zorgrimpels als hij en ze zitten op bijna allemaal dezelfde plekken. Een andere levenskoers zorgt dus niet voor andere rimpels. Alleen die grote horizontale bedenkelijke fronsrimpel, die is echt van mezelf.
Voorzichtig voel ik. Geen wondjes dit keer. Wellicht leer ik het ooit eens. Schraapgeluidjes in de hoekjes. Weer niet volledig grondig geschoren. Geeft niet. De baard is er enkel af om over drie weken weer podiumklaar te zijn. Bijsnoeien, daar doe ik niet aan. Talent dat andere mensen beheersen, ik niet. En te lang oogt potsierlijk en jeukt gigantisch. Lees meer
Zelfs op mijn minst productieve dagen breekt er wel een punt aan dat ik moet kakken. Daar zit ik dan. Meestal op een weinig comfortabele kunststof donut, wijl het papier aan de wand stil wuift. Ik weet meteen dat het een tijdje gaat duren. Geduldig geef ik me over aan het wachten op de eerste plons. Tot die tijd weet je sowieso niet hoe lang je nog bezig zult zijn.
Ik denk aan het maal waarvan de resten zich nu mijn lichaam uit persen. Het heeft me goed gesmaakt, meen ik me te herinneren. Ik leef minstens nog. Dat heb ik toch maar mooi aan dat maal te danken. Ik mompel zachtjes: Dankjewel, maaltijd. De maaltijd zegt niks terug. Of toch, heel zachtjes prubbelt er iets. Haast heeft het hele boeltje alvast zeker niet. Een duidelijk geval van slow food. Lees meer
Het wrangste was dat iedereen deed alsof ze van niets wisten. Iedereen wist hoe laat het was. De treinmachinist die te laat het station in reed. De rijen automobilisten die deze file voor hadden willen blijven. De vogels, die steeds meer twijfelden aan de zin om nog naar het Zuiden te trekken. Lees meer
Poef, er verdwijnt weer een lichtje. Of verschijnt er juist duisternis ? Hij wist het niet. Misschien werd het lichtje wel omhuld door duisternis. Als een warme deken, langzaam het licht smorend. Alé ja, dan verdwijnt het feitelijk alsnog. Het licht komt alvast niet terug. Het is niet zoals wanneer hij naar beneden kijkt. Lees meer
We gaan allemaal verdwijnen. De ogen die over deze letters strelen, gaan verdwijnen. De letters zelf ook. Sommige letters verdwijnen snel. Anderen langzaam. Er zullen nieuwe letters komen. De gevoelens die deze lettercombinaties oproepen, worden opgeroepen door andere combinaties in een andere tijd. Net als dat ze opgeroepen werden door andere letters in andere tijden. Lees meer
Je moet er wat voor over hebben. De eerste dag, toen ging het nog wel. Als kwajongens gniffelden ze onder elkaar. Er was ook nog veel bier, en vooral wijn, aanwezig. De emmers waren nog leeg. Broederlijk zongen ze, arm in arm, dronkemansliederen uit vervlogen tijden. Wat een grap. Zeker nu, bijna een week later.
Hun leider was een week eerder met het idee gekomen. Sterker, alles was al geregeld. Perfect in scène gezet. Een briljante stunt, van een Andy Kaufman kaliber. Alle juiste mensen waren in het complot betrokken. Perfecte acteurs. Maar zij zouden de hoofdrolspelers zijn. Helden. Ze moesten het enkel geheim houden. Dat viel nog niet mee, naarmate de dag naderde. Ondertussen zaten ze al dagen verstoken van buitenwereld. Of de grap een beetje geslaagd was – ze hadden geen benul. En dat maakte het allemaal een stuk zwaarder. Lees meer
Tot dat moment zat ik nog alleen aan de bar. Althans, alleen met mijn gedachten. Maar ineens schoven er enkele massa’s naast mij aan. Heel demonstratief, ook. Zo van, bam, hier zijn wij, en wij zijn massa’s, en nou ? De massa’s keken naar mij terwijl ik probeerde zo achteloos mogelijk van mijn biertje te drinken. Lees meer