Anteapocalypse


Verhaal door René van DensenHet wrangste was dat iedereen deed alsof ze van niets wisten. Iedereen wist hoe laat het was. De treinmachinist die te laat het station in reed. De rijen automobilisten die deze file voor hadden willen blijven. De vogels, die steeds meer twijfelden aan de zin om nog naar het Zuiden te trekken.

In dikke drommen bevonden zich de mensen op de weg. Een kluwen van lichaamsvocht, emotie, van taal als wapen waar je de slag niet mee zou winnen. Met botte, roestige woorden sloegen gefrustreerde, afgestompte semianarchisten rond zich heen. En als er niemand was om naar te schreeuwen, dan sprongen ze vlug even het internet op en deden het daar.

Ik sjok zoveel mogelijk in de schaduw en zie platgestampte slakken, sleetgereden vogelresten, en ertussen de dieren die van andermans dood hun brood proberen te maken. De zon en de natuur waren aan de verliezende hand, maar ze waren er nog. Ik kon niet wachten tot het eind van de anteapocalypse. Stil vroeg ik me af of de postapocalypse een einde zou hebben. Hopen. Van niet.

Share Button

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.