Uit verveling twitter ik ineens dat ik over een uur op BNR business radio te horen ben in een interview over de zelfpublicatie van mijn dichtbundels. Ik grinnik even en plaats het ook op facebook. Direct tien likes. Op twitter blije reacties: “Leuk, ik ga luisteren!” en “Ik zit er helemaal klaar voor!”
Ik wacht gespannen af tot er iemand reageert dat ik helemaal niet op de radio te horen ben. Maar het blijft uit. Zelfs na drie uur, niemand. Één persoon zegt zelfs “Leuk interview man, deed je goed.” Hij krijgt meteen zestien likes op zijn reactie. Iemand beaamt het. Ik krab wat op mijn achterhoofd.
Vanaf dan twitter ik bijna elke dag dat ik ergens op de radio te horen ben. Omroep Brabant, 3FM, StuBru, 538. Ik noem zelfs radiozenders die niet meer bestaan. Iedereen vindt het supertof voor mij dat ik zoveel aandacht krijg. En allemaal gaan ze luisteren. Ik snap er niks meer van. Voor de zekerheid zet ik zelf de radio aan. En verdomd, ik hoor mijn eigen stem. Honderduit vertel ik over mijn dichtbundels en optredens. Ademloos luistert de interviewer toe en stelt bewonderende vragen. Ik declameer enkele van mijn betere gedichten, en dat doe ik erg goed, al zeg ik het zelf. Ook de muziekkeuzes die ik meegebracht heb liggen prima in het oor. Met mijn ogen knipperend luister ik hoe ik de show steel.
Ik zet de radio uit en twitter dat ik de rest van de week even geen interviews meer doe. Omdat er ook nog wat geschreven moet worden. Zo komt die roman nooit af, twitter ik. Negentien retweets.

