preloader

Het Ongrijpbaar Gelukte

Pinguïnkop

Vanop de douchevloer lijkt mijn warmtekraan wat op een chromen pinguïn met een mening. Ik wil hem zeggen dat hij me niet zo moet aankijken, maar dan zou mijn douchekraan me op een mening betrappen. Hij staart op een zwak moment want ik kramp van de pijn. Niet aanstellen: van pijnlijk ongemak. Het is niet dat ik een kogelwond aan het desinfecteren ben of een been onverdoofd heb geamputeerd. Nee, er wil krampachtig iets niet uit dat mijn lijf er echter wél uit wil hebben. Ik zat eerst een half uur op de wc in dichtbundels te bijten maar er kwam geen beweging in. Daarom besloot ik dan maar in de douche te stappen. Helpt het niet, dan ben ik gewassen en geschoren, ook mooi.
Lees meer

Poef

De jonge bevriende schrijver staat naast me in de Kringwinkel en bevestigt dat ze geel zijn. “Okergeel, ja. Ga je ze meenemen ?” We staren naar een poef, met daarop een extra kussen, en ernaast nog zo een. Ik vroeg wegens twijfel of ze geel waren. Ik wil zoveel mogelijk geel in mijn huis. Het is een zonnige kleur en ik hoop dat mijn gemoed ervan opklaart. Het valt niet mee om gele dingen te vinden. Wat het erger maakt is dat ik kleurenblind ben. Ik heb al veel gele dingen teruggebracht die groen bleken. Dus vroeg ik het de bevriende jonge schrijver die niet kleurenblind is. Je bent nooit te oud om om hulp te vragen.
Lees meer

Om vijf uur

“Nee ik ga vandaag niets meer doen, dat heb ik vanochtend om vijf uur besloten,” stelt de overbierman terwijl we over straat slenteren. Dat slenteren klinkt misschien als een activiteit, maar de overbierman strompelt zo zigzaggend dat dit geen doen meer mag heten. Bij doen stel ik me tenminste een minimumhoeveelheid vaardigheid voor, en zijn voortgang lijkt meer op een herhaaldelijk niet voorovervallen. Hij valtniet huiswaarts. In feite is het naar het café gaan het enige die dag dat je hem als doen kunt aanwrijven, en zelfs daar zat een mordicum meeslepen mijnerzijds bij.
Lees meer

Zaterdagdeken

Vandaag mag ik onder een deken op de zetel liggen, het is zaterdag, niemand wordt boos. Misschien heb ik morgen een paar dingen niet in huis omdat ik vandaag geen plastic pasje gebliept heb in wat winkels die morgen dicht zijn. Dan ben ik morgen boos op de mij die vandaag onder een deken ligt. Een vriend heeft een kortverhaal doorgestuurd. Ik lees het, tik mijn eerste bevindingen uit en stuur het op. Meteen vraag ik me af of ik niet te bruut of ongeïnteresseerd of onvriendelijk of te weinig steunend of enthousiast of vrolijk of tja, vriendelijk ben geweest in mijn reactie. Het is een zaterdagdekendag en dat was een zaterdagdekenbericht, ik ben te zaterdagdekenig om er een rectificatie of uitweiding achteraan te sturen. De vriend is een lieve begripvolle man en het zal wel het goede keelgat in schieten.
Lees meer

Groot bedrag

Weet je wat ik zou doen, mocht ik ineens een groot bedrag winnen ?

Scène: mijn busgenoot kijkt me aan met een vermoeide ohneewatnuweer-blik. De blik is er één van iemand die me duidelijk al een tijd kent.

Ik zou die instrumentenwinkel daar binnen lopen, en dan zo’n ukelele van veertig euro kopen. Dan naar buiten lopen en die op de stoep voor de zaak aan gruzelementen slaan op de kasseien. Vervolgens terug naar binnen lopen en vragen om een nieuwe te kopen. Hoeveel denk je dat ik er zou kunnen kopen voor ze het niet leuk meer vinden ? Ik denk drie.

Scène: rollende ogen en een zucht, schouderophalen. Na een beetje twijfel een gok: vier ?
Lees meer

Key buddy

Ik kijk verstoord naar de deurmat wanneer ik mijn fiets binnenrijd. Het is bloedwarm buiten, zweet stort zich van alle windloze richtingen mijn lijf af en er ligt een briefje van de postbezorger. Dat ik niet thuis was. Mijn pakketje is drie deuren verderop afgeleverd. Ik verwacht geen pakketje. Geërgerd zet ik mijn fiets in de hal, gooi er mijn rugzak naast, gris het papiertje en loop de deur uit. Dan meteen het pakketje maar ophalen. Ik trek de deur dicht en denk shiiiiiiiiiiii-

Door het raam zie ik de sleutelbos uit het fietsslot bengelen. Daar sta ik dan. De deur is duidelijk in het slot. Er zijn geen grote ramen open waar ik door binnen kan klauteren. Binnen hoor ik de kat miauwen. Ik krab even op het achterhoofd. Gelukkig heb ik een key buddy vlakbij wonen. Ik grabbel mijn gsm uit de broekzak en stuur hem een bericht of hij thuis is. In de ongenadige zon sjok ik naar zijn deur. Sissend verdampt het zweetspoor achter me. Ik vervloek mezelf om dat stomme buitensluiten. Maar goed. We kunnen het oplossen.
Lees meer

Koekjes

Eind elke ochtend staat mijn bejaarde overbuurvrouw met een dikke jas, haar in verse krullen en een verwachtingsvolle blik tegen de verplichte rijrichting in, op haar drempel te wachten. Soms kijkt ze wat naar de lucht, alsof de engelen eerder zullen komen dan haar lift. Uiteindelijk arriveert de auto en helpt steeds dezelfde man haar achterin. Het is nooit een taxi. Iemand draagt persoonlijke zorg. Hartverwarmend. De overbuurvrouw stapt haar drempel af, sluit haar deur, en sjokt richting auto. Ze wordt weggevoerd als een koningin naar wie weet waar, vermoedelijk een consumeerlocatie. Elk tijdperk krijgt de tempel die ze verdient.
Lees meer

Over tot de orde van de dag

En we wisten best dat een beetje langer nog misschien slimmer was. Maar het was verrassend hoe snel veel dingen weer bij het oude waren. Al snel was het thuiswerken in plaats van een frustrerende, onzekere toestand waarin je eigenlijk teveel uren maakt uit schuldgevoel voor een koffiepauze en waar al het contact met collega’s via prutserige videochats liep, een rap romantiserende herinnering. En ontdekten we terug aan onze bureaus dat sommige collega’s elke dag heel luid samen lachen en anderen blijkbaar een gezicht hebben in plaats van een grote letter. Aanvankelijk wezen we de asocialen in de trein nog op het terug opzetten van hun masker maar dat word je ook beu. En elke keer op café moeten verdedigen dat de mondmaskers weliswaar niet meer op MOETEN maar wel MOGEN word je ook zat.
Lees meer

Spannend

Ik doe niets belangrijks. Ik ben geen cruciale werker. Ik werk niet super hard. Ik verdien niet super veel. Mijn CV is niet super imposant. Mijn woorden zijn niet groots of van belang. Ik ben niet groots of van belang. Ik ben ook niet echt een goede vriend. Soms help ik eens iemand met iets, dus een slèchte ben ik ook niet. Zo’n middel-maat zeg maar. Wat meteen mijn weinig uitzonderlijke gevoel voor humor illustreert. Waren we allemaal glanzende prijsbekers, dan zou ik alvast niet uitblinken.
Lees meer