Ik zou best een rapper willen zijn in een puriteins land. Amerika of zo. Waar ze piepjes of stiltes inlassen wanneer je woorden zegt die je niet hoort te zeggen. Alsof er woorden bestaan die je niet hoort te zeggen. Maar sommige woorden dienen blijkbaar vooral niet gehoord te worden. En daarom mag je ze niet zeggen. Lees meer
Het is superirritant, want nog altijd niet voorbij: ik ben een burnout. Of héb ik een burnout ? De literatuur over mijn ziekte – want dat schijnt het te zijn – loopt op dat punt nogal uiteen.
Héb ik een burnout ? Ja, zo ver ben ik nu wel. Na de ellende in het begin die me keihard met de neus op de feiten drukte. Het is verschrikkelijk om te hebben, want je hoort er schamper over te doen. ‘Van een beetje stress is nog niemand kapot gegaan,’ hoor ik mezelf meermalen in mijn leven denken en zeggen. Daar leefde ik ook naar. Ik ben een kind van mijn wereld.
Je kunt het ook niet zien. Ik loop, ik praat, ik fiets. Een tijdje terug werkte ik ook weer. Het ging niet van harte, en mijn energiepeil van vroeger komt wellicht nooit meer terug. Maar men ziet mij lopen, praten, fietsen, werken. Dus ik ben niet ziek. Men ziet niet hoe ik daarna kapót op de bank lig en minimaal een paar uur echt niets meer kan doen. Lees meer
De ochtenden zijn het ergst. Vanuit een vredige droom word je gewekt door een dwars miauwende poes die iets wil. Wát, is niet eens direct helder. Ze duwt haar neus -boenk- in je gezicht en miauwt nog eens. Dan maakt ze een gravende beweging waar je deken en je lijf bijeen komen.
Je tilt de deken op om te zien of ze erbij wil kruipen. Dat was het. Eventjes toch. Ze gaat spinnend tegen je aan liggen maar is binnen een halve minuut weer weg. En dan weer terug. Natuurlijk is dit de dagelijkse dans: ze wil naar buiten. Maar je bent nog niet klaar voor buiten. Je zit nog binnen. Heel erg binnen. Met een wild uitwaaierende bos sprieten op je bol. Lees meer
De Opperpater drinkt uit zijn blik. “Ik ben verliefd, knikker,” stelt hij. Ik hef mijn eigen blik en feliciteer hem. “Ja, knikker,” zegt hij en drinkt. “Ze eet elke dag bij het minima-restaurant.”
Ik laat de Opperpater graag praten. Bij de Opperpater is het nooit nodig om te vragen om informatie, die komt er vroeg of laat wel uit. “Ze is vierenzeventig, knikker,” vult hij direct aan. Ik ben een tikje verbaasd. Niet dat de beschrijvingen van de andere vriendinnen van de Opperpater verrassende topmodellen schetsten, maar toch. Lees meer
Mijn vriend de jonge schrijver had het me aangeraden. “Je doet er langer over, maar het scheelt zo tyfusveel geld, man. Je bent een dief van je portemonnee als je het niet doet. De tréin, pffff… Daar kun je echt vier keer van met de bus, geloof me.”
Dus daar sta ik, in de Lijnwinkel. Dat ik graag met de bus van Gent naar Tilburg wil reizen. Lees meer
Het kind loopt over straat, hoewel het lopen nauw tegen huppelen aanschurkt. Het weer belooft een mooie toekomst vol vrije dagen, dus de tred is licht. Ook zijn schoenen hoeven nog niet tegen teveel tegenslag bestand te zijn. Groeit hij binnen enkele maanden weer uit, op naar een nieuwe voetmaat.
Gepiep achter hem. De tred stopt, het kind kijkt om. Een kooi op wieltjes. Het kind doet nog een stap maar blijft kijken. De kooi volgt. Bizar, besluit het kind, maar richt de blik terug vooruit. We waren onderweg naar een mooie horizon, laten we dat niet vergeten. Lees meer
Er hangt een schemaatje op de muur met gekleurde stippen. In de rij sta ik er precies naast, dus ik kan het uitgebreid bekijken. Er zijn gele, groene en rode stippen. Geel staat voor ‘normaal’, groen voor ‘redelijk druk’ en rood drukt ‘erg druk’ uit.
Mijn rij is, vind ik zelf, best lang, maar ik sta er tijdens een geel tijdsblok. Blijkbaar mag ik niet klagen. Of wellicht hangt dat schema er enkel om mensen het gevoel te geven dat ze niet mogen klagen, in welk geval ik er goed ingetrapt ben. Lees meer
Ik heb het te pakken, het beste gedicht dat ik ooit zal schrijven. Naarstig zoek ik naar een pen. Onder het balletje ontstaat, in hanepotenhandschrift, het mooiste gedicht in de wereld. Het is eenvoudig, treffend, lyrisch, een woordencombinatie die je ziet en denkt, verdomme, hoezo heeft niemand hier eerder aan gedacht ? De hanepoten maken het wel wat lastig te lezen. Ook in mijn dromen schrijf ik dus in hanepoten. Lees meer
Op sommige ochtenden begraaf ik mijn hoofd in een handdoek. Dat moet dan liefst geen záchte handdoek zijn, maar zo eentje die al tachtigduizend keer gewassen is. Een handdoek van schuurpapier-maché, zogezegd. Waarvan je elke vezel over je gezichtshuid voelt schrapen. Ik steek mijn neus er diep in en sluit mijn ogen. Lees meer
De zoekmachine kijkt vermoeid. Er hangt een roestige baard op zijn kaken. Www-wallen onder zijn ogen. Laconiek reageert hij op mijn bezoek – ik ben zijn enige bezoeker op dit moment. Hij drinkt met luide slurp. “Welkom bij de Zoekmachine,” spreekt hij monotoon, “hoe kan ik je helpen.” Hij wacht het antwoord niet eens af, maar steekt ongeïnteresseerd een sigaret aan.
“Hoi,” zeg ik voorzichtig, “ik ben op zoek naar -” Direct onderbreekt hij me: “Laat me raden: Ello invites. Hier,” werpt hij me enkele blauwgekleurde teksten toe, “wat links maar Marktplaats en Ebay en alles.” De blauwe teksten kletteren op de smerige grond. Lees meer