Sprieten


Verhaal door René van DensenDe ochtenden zijn het ergst. Vanuit een vredige droom word je gewekt door een dwars miauwende poes die iets wil. Wát, is niet eens direct helder. Ze duwt haar neus -boenk- in je gezicht en miauwt nog eens. Dan maakt ze een gravende beweging waar je deken en je lijf bijeen komen.

Je tilt de deken op om te zien of ze erbij wil kruipen. Dat was het. Eventjes toch. Ze gaat spinnend tegen je aan liggen maar is binnen een halve minuut weer weg. En dan weer terug. Natuurlijk is dit de dagelijkse dans: ze wil naar buiten. Maar je bent nog niet klaar voor buiten. Je zit nog binnen. Heel erg binnen. Met een wild uitwaaierende bos sprieten op je bol.

Voorzichtig tasten mijn sprietharen de werkelijkheid af. Verdomme. Zo hapklaar als alle waanzin in mijn droom was, zo stormachtig raast de werkelijkheid binnen. Niks aan te doen.

Ik kan wel koppig terug onder de deken kruipen. Dat wel. Maar mijn sprieten steken nog altijd uit. En daar zit nu, spinnend, ook nog een kattetong overheen te trekken. Verdomme. Wanhopig probeer ik naar mijn droom terug te keren.

Wat was hij ook alweer ? Het glipt door mijn vingers. Iets met een vliegtuigterminal. Ik was er verkeerd uitgelopen. Niet naar het vliegtuig, maar terug naar buiten. En kreeg toen de weg niet teruggevonden. Proberen je zoveel mogelijk te herinneren, nu.

Langzaam zak ik een beetje terug weg. En daar gaan we weer – boenk, een katteneus. Luid spinnend en miauwend. Niet akkoord. Niks slapen. Aandacht. Voer. Buitenlucht. Haar sprieten zijn er klaar voor, voor die werkelijkheid. Slapen kan altijd nog. Vindt het dier dat zestien uur per dag ligt te maffen.

Zucht. Bedrand. Pantoffels. Sjokken. Sprieten in de frisse ochtendlucht. Ik zal ze zo maar eens kammen.

Share Button

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *