Van grote afstand zag ik precies hoe het mis ging, hoe de man al joggende zijn voet verkeerd zette, zijn been doorboog en viel. Met een luide plons belandde hij in het water. Even golfde alles na en toen spartelden zijn armen boven water. Wilde paniek. De man schreeuwde om hulp – blijkbaar kon hij niet zwemmen. Wie gaat er nou joggen langs een kanaal als je niet kan zwemmen, dacht ik, terwijl ik op hem afliep. Ik zag andere mensen erheen snellen die veel dichterbij waren, dus ik rende niet heel hard. Energie is een kostbaar iets geworden deze dagen. Lees meer
Stil was hij. Het Hoogste Woord.
Daar stond hij, in de wachtkamer.
Hij roerde zich nog even niet.
Het Hoge Woord staarde uit het raam en vroeg zich zwijgend af
hoe het zover had kunnen komen.
Natuurlijk, het had veel te maken gehad met Het Laatste Woord.
Als Het Laatste Woord niet zo’n stampij had lopen maken,
waren er niet zoveel woorden gevallen. Lees meer
We zitten beiden nog maar op één derde van onze individuele bierglazen, tegenover het station, herinneringen op te halen wanneer ze even stilvalt. Ik kijk haar verbaasd aan, want haar gezicht trekt een verwonderde aanblik. “Zie die rode ballon daar, gevangen in den hekken,” verduidelijkt ze me. Ik draai me om, maar waar ik ook kijk in de wirwar van metaal, tramrails en steen rondom Gent Sint-Pieters, een ballon zie ik niet. “Daar, hij is juist verdwenen achter het paaltje, ge kunt ‘em nu juste niet zien.” Ergens in mijn achterhoofd moppert een ergerlijk stemmetje dat ik dit soort spelletjes altijd haat, dat zoeken naar hetgeen dat de ander ziet maar dat jouw blik maar niet kan ontwaren. Ik speur het metaalrooster van de tijdelijke omheining af, maar zie er nergens een ballon in bungelen. Ik draai me terug naar mijn gespreksgenote. Ze wijst. Dáár, de ballon is juist weer in zicht gekomen beweert ze. Ik keer mij om en na een hernieuwde roosterafspeuring zie ik plots dat er beneden, op de grond binnen het hek, een rode ballon rondstuitert als een jong hondje dat niet ingesloten wil zijn. Ah, ik zat foutief in de aanname dat de ballon wel in de mazen van het hekwerk zelf gevangen zou zitten bungelen. Lees meer
Op de allereerste editie van Zaradi Tebe in 2011, Dag 1, Pierkespark in de Brugse Poort, Gent. René van Densen presenteert hier de Kerk van de Kalebas. Dit is de eerste en enige publieke voordracht van de geschriften uit dit Onheilige boekwerk. Lees meer
Met toegegeven schroom stond ik achteraan in de rij ouders-met-kindjes die op de digitale kiek gingen met de geschminckte pensionaris die zojuist twee uur entertainment ten berde had gegeven. In een klein parochiaal zaaltje in een slapende deelgemeente van Gent. Een tristesse die ik me zeer heb laten smaken, temeer de show eigenlijk best ok was. Ik heb me toch zeker vermaakt en me hier en daar betrapt op een lach. Allemaal dingen die ik sans gêne toegeef. Lees meer
Ik nam een diepe slok van mijn halfliterblik bier en een trek van mijn sigaret terwijl onder scherp schijnend lantaarnlicht Bukowski me vertelde van een grote poëet die in een fles piste. Aan de overkant van de straat zag ik een man lopen. Ik maakte geen oogcontact, want het was een andere man. Je wist nooit. Lees meer
De frivole jazzmuziek uit de speakers kietelt mijn oren en mijn ziel. Ik ruik even tevreden aan de Glenfiddich. Zet het glas terug op de toog. Kijk er eens naar. Whisky is een genot om naar te kijken – de kleur alleen al.
Ik zit in een jazzcafé whisky te drinken en Bukowski te lezen en ik geniet van het cliché. Lees meer
De man zat daar opeens. ‘s Ochtends, in Prozacstad.
Een krantenbezorgende jongen per fiets zag hem als eerste. Starend naar de man reed hij bijna zijn voorwiel in een tramrail, wat tot een lelijke valpartij had kunnen leiden. Net op tijd kon hij zijn tweewieler voor dit onheil behoeden. Hoofdschuddend vervolgde hij zijn route, beter beseffend dan de meeste stadsbewoners, wat voor mafkezen er zoal in de wereld rondlopen. Lees meer