Achteraf is iedereen te moe voor bier. In de tuin zitten we uit te puffen en alle sjouwers zitten aan het water. Iedereen zweet, behalve de tuinbioloog. Die geniet van zijn bier. De tuinbioloog draait voor zo’n verhuizinkje zijn hand niet om. Geamuseerd beziet hij de zwetende zwoegers. Sloebers, zo valt zijn oordeel van zijn gezicht te lezen. Hij staat op om een nieuw biertje te pakken. Er staan er genoeg koud. Lees meer
Al talloze keren heb ik me afgevraagd of ik hem niet gewoon zou weggeven. Bijna nooit heb ik hem aan. De gloeilampen zijn ook bijna niet meer te verkrijgen, want die mogen niet meer. En misschien ben ik er ook gewoon een tikje te oud voor inmiddels, zo’n lavalamp. Lees meer
We zweten ons kapot, maar de verhuisbioloog houdt zich goed druk. Met commentaar. Hij meldt ons dat het zweet dat we produceren, een natuurlijk afkoelingsmechanisme is. We zijn blij om het te horen, maar het zweet stroomt er niet minder om. Lees meer
Ik heb niet heel veel bekenden dus vraag ik ze allemaal of ze willen helpen bij mijn verhuizing. Zelfs de terrasbioloog vraag ik. De terrasbioloog heeft normaal toch niets anders te doen dan een beetje terrasbiologen. Daar kan hij prima even tussendoor pauzeren en een paar doosjes sjouwen. Schat ik in. Lees meer
Op mijn nieuwe woonadres blijk ik niet aanlijn te zijn. Ik ben er aflijn. De aanlijnmensen hebben daardoor geen verbinding meer met me. Ze sturen allemaal aanlijnberichten, maar die komen niet aan. Er is op de nieuwe plek wel een lijn, maar daar kan ik nog niet aan. In de nabije toekomst kan ik er wel een keer aan, maar nu is het een aflijn lijn. Lees meer
De wieltjes neigen telkens naar links en ik moet flink bijsturen om hem recht te houden. Mijn huisgenoot trekt aan de voorkant van het karretje. Onze handen zijn smerig, want in deze lading grofvuil zitten ook planken van constructies die ik in onze tuin heb gebouwd. Als ik iets in onze tuin bouwde, dan was het doorgaans voor mijn kat. Het hokje waar deze half rottende planken vanaf komen, was geen uitzondering. Lees meer
Ze kijkt strak vooruit. Als ze al merkt dat ik een blik op haar werp, dan verbergt ze het goed. Alle passagiers zijn iets aan het doen. Praten. Krant lezen. Slapen. Prikken op een plastic schermpje. Zij niet. Ze kijkt enkel strak vooruit. Op iets anders kun je haar niet betrappen. Lees meer
Je moet er wat voor over hebben. De eerste dag, toen ging het nog wel. Als kwajongens gniffelden ze onder elkaar. Er was ook nog veel bier, en vooral wijn, aanwezig. De emmers waren nog leeg. Broederlijk zongen ze, arm in arm, dronkemansliederen uit vervlogen tijden. Wat een grap. Zeker nu, bijna een week later.
Hun leider was een week eerder met het idee gekomen. Sterker, alles was al geregeld. Perfect in scène gezet. Een briljante stunt, van een Andy Kaufman kaliber. Alle juiste mensen waren in het complot betrokken. Perfecte acteurs. Maar zij zouden de hoofdrolspelers zijn. Helden. Ze moesten het enkel geheim houden. Dat viel nog niet mee, naarmate de dag naderde. Ondertussen zaten ze al dagen verstoken van buitenwereld. Of de grap een beetje geslaagd was – ze hadden geen benul. En dat maakte het allemaal een stuk zwaarder. Lees meer
De weg was een tunnel wervelend licht, gewikkeld in duister. Jij stuurde. Geen van ons beiden wist uiteraard de weg en ook je GPS kende dit gebied niet. De dobbelstenen bobbelden op en neer aan de spiegel waarin jouw ogen mij weigerden aan te kijken.
Twee strakke blikken vooruit. Er waren woorden gevallen en die rolden nog luidruchtig na op de vloer. Er lag ook ergens een lege fles drank mee te rollen. Voor mij hoefde het al niet meer. Rechtsomkeerts was ook prima. Maar mijn zwijgen werd medeplichtig aan het doorrijden van de auto. Tengere takjes zwiepten langs de ruit en er was overal zand, zand. Lees meer