preloader

Kaftloos

De introverte cactus (sprookje)

Voluptueus stond hij daar, de cactus. In de zon. Veel meer doen cactussen ogenschijnlijk doorgaans ook niet. Beetje staan, daar houdt het wel mee op. Soms wat bloeien of groeien. Er zijn heldere aanleidingen dat nog geen cactus het tot geloofwaardige actiefilmster heeft geschopt, wil ik maar zeggen. Enfin, ik zou graag nu beweren dat deze bewuste cactus een uitzondering op die regel was, maar helaas, uiterlijke inactie was ook bij hem van toepassing. Een bewuste cactus was het echter zeer zeker wel. Een ronduit introverte cactus zelfs, durf ik wel te stellen.
Lees meer

Kiwi’s in de ballenbak (sprookje)

Voorzichtig opende de kiwi zijn ogen en keek om hem heen. Felle neonkleuren omringden hem. Even dacht hij dat hij gestorven was, maar de bonte kleurenboel kwam hem weinig sacraal over. Ook de geuren die zijn snavel penetreerden kon hij moeilijk als verheven bestempelen. Maar zomaar iets bestempelen lag ook niet in zijn aard. Voor een kiwi, zelfs voor een kiwi, had hij een danig onderontwikkelde geldingsdrang in de realiteit. Men zou het met een beetje goede wil zelfs faalangst kunnen noemen. Als benoemen ook al niet iets was waar de kiwi liefst ver bij wegbleef. En zo wentelde hij zich nog even in zelfontwijkende faalangst en kleurige plastic ballen. Maar dat kon niet blijven duren natuurlijk. De realiteit zou zich ongetwijfeld weer komen opdringen. Hij kon het beter voorblijven, besloot hij. Halfslachtig. Want besluiten was ook zo zijn ding niet. Hij schudde zijn pluizige vacht behoedzaam en heropende zijn ogen.
Lees meer

Moeilijke koffie

Het zou een moeilijke koffie worden. Dat merkte hij aan zijn korstige, halfopen ogen. Los sloften zijn pantoffels rond zijn voeten mee. Sleutel, deur. Een reep zonnestralen stormde binnen. Neussnuffend en keelschrapend slofte hij door het gras. Ja, hier was een prima plek. De sloffen stopten. Boxer omlaag. Een straal donkergeel klatergoud voelde blij dat de nacht voorbij was.
Lees meer

Dikke bult

Soms ben ik net een man. Lang niet altijd. Maar soms wel. Meestal als ik koppig ben. Het is mijn hardnekkigste eigenschap. En daardoor is vaak ook wat me overkomt, gewoon mijn eigen schuld. Dikke bult. Dan kun je best tandenknarsen. En heel erg hard iemand anders de schuld willen geven. Maar het is gewoon de jouwe. Dombo. Wanneer ik dan weer eens ontdek dat het toch écht dikke bult is, draag ik die zo sportief mogelijk. Ik pronk niet met mijn dikke bult. Dat gaat te ver. Maar ik erken mijn dikke bult. Ik geef mijn dikke bult een biertje. Samen met mijn dikke bult zit ik in de zon. We zwijgen en denken na. Liever zaten we niet met elkaar opgescheept. Maar het zijn de aarden van de beestjes.
Lees meer

Rage

Na twee dagen niet mogen werken, staan de mensen nu ongeduldig achter elkaar in rijen en files. Hun werklust is niet in te tomen. Weinigen hebben de vrije tijd gebruikt om zich spiritueel te bezinnen. Sommigen bleven zelfs gewoon bereikbaar voor werk. Althans, dit geldt voor de Plastic Mensen. De Plastic Mensen is de nieuwste rage onder het speelgoed. Talloze kindjes hebben inmiddels een lade vol met Plastic Mensen. De Plastic Mensen rijden over een speelgoedsnelweg en maken échte toetergeluiden (excl. batterijen). Je kunt ze ook laten foeteren. Met een app. Foeters kosten wel wat, die moet je los kopen. In een foeterstore. Kinderen kopen massaal hun road rage geluiden, vloekwoorden en razende rhaaa’s in de foeterstore.
Lees meer

Namaak

Namaak poes

Wanneer de Opperpater teveel lawaai maakt, fluit zijn vogeltje. Letterlijk. De Opperpater heeft een vogeltje. In een kooitje. Het vogeltje stoot fluitgeluit uit als een bepaald aantal decibel overstegen wordt. Het vogeltje is namaak. Het is gekocht omdat de benedenburen klaagden over het lawaai. De Opperpater is zelf al niet de stilste man ter wereld. Sommige van zijn gasten zijn nog lawaaieriger. Het vogeltje is er dus om gelazer met de buren te voorkomen.
Lees meer

Eersteklas

Ik zwaai wat vaag met mijn mobiel. Natuurlijk heb ik netjes per SMS betaald, maar niet alle buschauffeurs hebben zin om dat te controleren. De chauffeur knikt en lacht. Wanneer hij me ziet worstelen met mijn valies, roept hij, als geschrokken van zijn onhoffelijkheid, dat hij de tweede deur wel even opent. Ik vind dit nu al een fantastische chauffeur. Vind die in Nederland nog maar.
Lees meer

Zombies

Ontegenzeglijk heb ik wel leuker gedroomd. Het huis krioelt ervan en ik kan me nergens veilig terugtrekken. Geen deur stopt ze. Doorheen het hele huis ben ik op vlucht voor zombies. Ze klauwen en grommen. Het is rete-irritant. Ik roep naar de zombies dat ze me even met rust moeten laten. Dat ik moe van ze word. Of ze niet even zichzelf kunnen vermaken of zo. Er staat bier in de koelkast, roep ik. Geen reactie.
Lees meer

Lek

Ik moet u vooraf waarschuwen. Er zit een groot veiligheidslek in dit verhaal. Terwijl u leest, bij elk woord, loopt u een groter en groter risico (en groter en groter) dat het lek overspringt naar u. Wat kan dat voor gevolgen hebben, zou iemand die hier nog niet direct van geschrokken is, zich afvragen. En dat is nog best een goede vraag ook. Dat geef ik dan eerlijk toe. Ja, je kunt beter afdoende geïnformeerd zijn, immers. Ongeïnformeerde angst is een gevaarlijk goedje.
Lees meer