De introverte cactus (sprookje)

Verhaal door René van DensenVoluptueus stond hij daar, de cactus. In de zon. Veel meer doen cactussen ogenschijnlijk doorgaans ook niet. Beetje staan, daar houdt het wel mee op. Soms wat bloeien of groeien. Er zijn heldere aanleidingen dat nog geen cactus het tot geloofwaardige actiefilmster heeft geschopt, wil ik maar zeggen. Enfin, ik zou graag nu beweren dat deze bewuste cactus een uitzondering op die regel was, maar helaas, uiterlijke inactie was ook bij hem van toepassing. Een bewuste cactus was het echter zeer zeker wel. Een ronduit introverte cactus zelfs, durf ik wel te stellen.

Introvert kon hij dan wel genoemd worden, de cactus, maar groen was hij allerminst. Ja, van buiten, maar wederom kon schijn lelijk bedriegen. De cactus had al heel wat gezien in zijn leven. Hij had de broeikassen gezien waar hij en zijn soortgenoten gekweekt waren tot huiskamervriendelijke succulenten. Naast de vetplanten, pff, sprak hem niet van de vetplanten. Over vetplanten hoefde je hem ook niets meer wijs te maken. Die vetplanten met hun gezapige bladeren. Hij moest er als cactus niets van hebben. En dan het transport. En de plantenwinkels. Waar hij met een schuin oog de rozen bewonderde. Met hun sierlijke doornen. Af en toe keek hij dan beteuterd op zijn miezerige stekeltjes en voelde hij zich wat nederig. Maar ook zijn stekeltjes mochten er zijn, uiteraard. Dat wist hij inmiddels al. Hij had talloze rozen zien verwelken. Niet bestand tegen het echte leven, die tere roosjes. Hopeloos.

Al met al mocht hij niet ontevreden zijn over hoe hij het inmiddels voor elkaar had in het leven. Je zou deze cactus niet snel horen klagen, in zijn trotse terrarium. Dat was niet echt een terrarium maar gewoon een glazen plantenbak, maar hij vond het zelf een terrarium. Het terrarium was misschien niet groot, maar hij was wel van hém. De ruitjes waren mooi gepoetst en hij had uitzicht in alle richtingen. Transparantie, dat beviel hem wel. Dat had de wereld hard nodig, meer transparantie. Via zijn ruitjes kon hij mooi de vetplanten in de gaten houden. Want die vetplanten voerden altijd iets in hun schild, zo kende hij ze wel. Hij kon nooit echt pinpointen wat ze nou in hun schild voerden, maar je zag het gewoon. Die vetplanten, met hun eeuwige strawatsen. Een vetplant is en blijft een vetplant. Geen cactus zoals hij, die tenminste eerlijk binnenvet. En van transparantie had de introverte cactus niets te vrezen, hij had immers niets te verbergen. Niets dat je zo kon zien, toch. Nee, hij had zijn zaakjes prima in orde.

Terwijl hij zo zijn morele superoriteit zat te overpeinzen, zakte onopgemerkt voor de cactus de stand van de prille maar felle lentezon onder een ongelukkige invalshoek op het glas. En een klein puntje gefocust licht begon op de stekelige huid in te branden. Eerst merkte de cactus er weinig van. Een kleine rooklucht, dat was alles wat hij waarnam. Maar waar het vandaan kwam, daar moest je hem niet op vastpinnen. Hij had een akelig vermoeden dat het wel weer de vetplanten zouden zijn, want vetplanten, daar komt enkel ellende van. Die hadden nul feeling met cactussen als hij. Nee, hij had weinig fiductie in de wondere wereld van vetplanten.

Na een tijdje begon hij een beetje te koken van binnen. Maar ja, je zou om minder ! Zie ze daar arrogant staan, die vieze vetplanten, in hun schaduwrijke kamerhoek. Nul transparantie, bij die vetplanten. Dat ze maar eens een les trokken uit goudeerlijke, échte cacti als hij. Aan transparantie bij hem geen gebrek, en waarvan akte verdomme. Zijn wereld was heerlijk en helder. Geen vuiltje aan de lucht. Maar die vetplanten die zich maar hulden in obscuriteit, met hun dikke bladeren en hun kromme takken. Het leek wel alsof zij helemaal geen behoefte koesterden aan transparantie. Alsof ze niet begrepen dat transparantie in iedereens belang was !

Zijn verontwaardiging bracht hem helemaal in vuur en vlam. Een vurig betoog op het heetst van de naald borrelde zich in hem op. Niet dat hij het uit zou gaan brullen. Daar was hij toch een te introverte cactus voor. Maar hij vond het wel lekker dat hij het allemaal kon vinden. Met name dat van die vetplanten. Die verdomde vetplanten die volstrekt weigerden enige openheid van zaken te geven.

Langzaam werd het hem rood voor de ogen. En ging hij, zonder het te in te zien, aan zijn gekoesterde transparantie ten onder.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *