Kiwi’s in de ballenbak (sprookje)


Verhaal door René van DensenVoorzichtig opende de kiwi zijn ogen en keek om hem heen. Felle neonkleuren omringden hem. Even dacht hij dat hij gestorven was, maar de bonte kleurenboel kwam hem weinig sacraal over. Ook de geuren die zijn snavel penetreerden kon hij moeilijk als verheven bestempelen. Maar zomaar iets bestempelen lag ook niet in zijn aard. Voor een kiwi, zelfs voor een kiwi, had hij een danig onderontwikkelde geldingsdrang in de realiteit. Men zou het met een beetje goede wil zelfs faalangst kunnen noemen. Als benoemen ook al niet iets was waar de kiwi liefst ver bij wegbleef. En zo wentelde hij zich nog even in zelfontwijkende faalangst en kleurige plastic ballen. Maar dat kon niet blijven duren natuurlijk. De realiteit zou zich ongetwijfeld weer komen opdringen. Hij kon het beter voorblijven, besloot hij. Halfslachtig. Want besluiten was ook zo zijn ding niet. Hij schudde zijn pluizige vacht behoedzaam en heropende zijn ogen.

Om nu direct te beweren dat de kiwi een onzeker karakter had, zou allerminst voorbarig of ver bezijdens de waarheid te zijn. Een spijker zou pijnlijk in ziijn rust verstoord over zijn kop wrijven bij een dergelijke bewering, zogezegd. Daarom werden daadwerkelijke stappen in de werkelijkheid nog even op de lange baan geschoven. Het was eerder nog even tijd voor daadonwerkelijkheid, dunkte het de kiwi. Een daadpotentie. Het ontkiemen van mogelijke daden en dan een zorgvuldige overweging tot welke daad al dan niet over te gaan, leek hem het beste. Als onderzoeksdaad – een kiwi moet toch wat – draaide hij een klein beetje met zijn hoofd, teneinde zijn directe omgeving beter in zich op te nemen. Felle kleuren in alle richtingen – boven, onder, links rechts voor achter. Een kakafonie van bonte kleurigheid. Het zou hem zorgen baren als zorgen niet onherroepelijk tot acties konden leiden.

Met een bonk botste er iets tegen zijn hoofd. Het was hard en stekelig en was met een vaart tegen hem opgebotst. Gëergerd draaide de kiwi zich om, maar voor hij goed en wel waar kon nemen wat hem zo geraakt had, werd hem een luide groet toegeroepen. “HOI ! Wie ben jij ?”
De onverwachtte vraag deed hem met de ogen knipperen. Hij had er eigenlijk nooit echt over nagedacht. Iemand zijn had nooit tot zijn verlangens behoord, als zodanig had het hem altijd vrij belachelijk geschenen een naam te dragen. Namen maken individueel, identificeerbaar; hij zag zichzelf liever simpelweg als een kiwi. “Ik ben een kiwi,” antwoordde de kiwi dan ook maar.

“WAT LEUK ! Ik ben ook een kiwi !” antwoordde zijn belager. “Maar wat zie jij er gek uit voor een kiwi !” De kiwi, voorzichtige vogel als hij was, kon makkelijk hetzelfde zeggen van de overenthousiaste belager. Voor een kiwi had die beduidend weinig snavel of looppoten. Hij leek meer op een rond stuk bruin harig fruit. Stugharig dan ook nog eens. Daar was niets pluizigs aan, aan die zelfbenaamde kiwi. Nu hij zijn kiwibroeder eens goed kon bekijken, kwam het hem danig voor dat deze kiwi zich geen kiwi mocht noemen. “Nee gij !” sputterde hij dapper en weerbarstig terug. “Alsof jij een kiwi bent !”

“Ik ben al heel mijn leven een kiwi !” lachtte de bruinfruitkiwi. Twijfel bekroop opnieuw onze kiwi – hij was nou ook weer niet zeker genoeg van zijn zaak om hetzelfde te kunnen beweren. Volgens zijn vroegste herinneringen was hij toen al een kiwi, maar hij leefde al voor die vroegste herinneringen, en het was maar de vraag of hij toen ook al een kiwi was. Bovendien was hem maar aangepraat dat hij een kiwi was – het was niet iets dat hij op enigerlei wijze proefondervindelijk had kunnen vaststellen. Deze en meer vragen rezen in hem op en het is veilig om te stellen dat de ontmoeting met de zelfverzekerde bruinfruitkiwi hem danig van zijn stuk bracht. Het liefst dook hij nu weer terug tussen de neonkleurtjes, snavel diep in de vacht gestoken. Maar de praatzieke bruinfruitkiwi ratelde lustig voort.

“Wat geweldig hier hè, in de ballenbak ? Al die kleurige ballen, al die hoeken, al die plekken om te verkennen ! Ik ben al de halve bak over geweest en heb vanalles gezien !” Aha, dacht de kiwi. Al die neonkleurtjes samen zijn blijkbaar een ballenbak. Met het groeiend realiteitsbesef over zijn huidige plaats in de wereld, overvielen hem tegelijkertijd gevoelens van weemoed en angst. Wat comfortabel was het feitelijk toch, om dingen niet te weten ! Onverdroten hakte bruinfruitkiwi door op het escapisme van onze realiteitsvrezige kiwi terwijl hij in uitvoerige details zijn belevenissen, al stuiterend door de veelzijdige ballenbak, beschreef. “Tsja,” mompelde de kiwi. “Ik was enkel hier. In mijn eigen veilige plekje. In het toen nog rotsvaste geloof dat ik een kiwi was.”

“Een kiwi die op zijn plaats blijft is een kiwi die rot !” riep de bruinfruitkiwi vastberaden uit. “En ik weiger te rotten ! Het leven dient geproeft te worden tot de laatste pit ! Geen haar op mijn hoofd die daar niet in gelooft !” De identiteitscrisiskiwi poogde een tegenwerping: “Ervaring is niets zonder reflectie en plaatsing. Zelfs duiding en hoor en wederhoor hebben hun plaatsje in de werkelijkheid. Bezinnen staat alfabetisch voor ervaren !” “Zonder de zinnen geen bezinnen !” riep de hedonistische bruinfruitkiwi terug.

“DE BOOM IN MET JULLIE INDIVIDUALISTISCHE DIALEKTIEK !” bulderde een mensenstem. Beide kiwi’s schrokken en zagen dat een grote, stevige man zich in hun gezelschap had gevoegd. Met een zwaar accent sprak hij beiden toe: “Ik hoorde jullie discussie en weet je, mates, met die zelfgerichtheid kom je nergens – de echte waarde ligt in het collectief, en hoe je daar met hard werk samen iets mee kunt opbouwen !” De kiwi’s keken elkaar verbaasd aan en vroegen zich beiden individueel af wat je in vredesnaam in een ballenbak zou kunnen opbouwen. De mag las hun blik en sprak: “Ik kom van Nieuw-Zeeland. Denk je dat je het daar redt in je eentje ? Geen mens is een eiland ! Enkel tezamen is dat land geworden wat het is. Schouders eronder en wérk verzetten ! Jezelf de genoegens van het leven ontzeggen tot het werk gedaan is, en niet teveel erbij nadenken verdomme !” Mopperend gaf de bruinfruitkiwi hem als repliek: “Wat is dat voor dogmatisch stoïcijnse nonsens ? Een beetje kiwi houdt zich wars van dergelijke middeleeuwse ideeën.” De man schudde zijn hoofd. “Navelstaren en hedonisme zijn listige verleiders, maar het echte leven vind je in werken voor en met elkander.” Schril schreeuwde de bruinfruitkiwi naar hem: “ER IS MEER IN HET LEVEN DAN WERK ALLEEN ! JE MOET GENOT OOK EEN PLAATS GEVEN ! IEDER HEEFT MAAR ÉËN LEVEN !”

Prompt greep de Nieuwzeelander de bruinfruitkiwi in zijn knuist en vrat ‘m op. Zonder er één woord en één gedachte aan vuil te maken.

De wervelstorm aan filosofische belachelijkheden deden de identiteitscrisiskiwi duizelen. Hij gilde het uit, rende weg, en verstopte zich tussen de kleurige ballen. Weg van die nonsens ! Die neorealistische malligheid kwam hem de snavelgaten uit ! In een hoek kroop hij weg tussen de veelkleurige ballen, stak zijn snavel in zijn vacht, en sloot zijn ogen. En de hele wereld verdween. Inclusief de verteller dezes.

 

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *