Soms ben ik net een man. Lang niet altijd. Maar soms wel. Meestal als ik koppig ben. Het is mijn hardnekkigste eigenschap. En daardoor is vaak ook wat me overkomt, gewoon mijn eigen schuld. Dikke bult. Dan kun je best tandenknarsen. En heel erg hard iemand anders de schuld willen geven. Maar het is gewoon de jouwe. Dombo. Wanneer ik dan weer eens ontdek dat het toch écht dikke bult is, draag ik die zo sportief mogelijk. Ik pronk niet met mijn dikke bult. Dat gaat te ver. Maar ik erken mijn dikke bult. Ik geef mijn dikke bult een biertje. Samen met mijn dikke bult zit ik in de zon. We zwijgen en denken na. Liever zaten we niet met elkaar opgescheept. Maar het zijn de aarden van de beestjes.

Dus natuurlijk, als ik eindelijk zowaar werk heb, vertrek ik op mijn eerste dag eigenlijk maar nipt op tijd. Ik mag geen tegenvallers treffen op deze rit, bedenk ik me als ik op de klok kijk bij het verlaten van het huis. Zonder tegenvallers kom ik zelfs vroeg. Dat weet ik zeker. Niet schokkend vroeg, maar wel vroeg. Meteen mijn straat uit is het al mis. Mijn fiets kraakt, klaagt, ratelt, kortom, laat onmiskenbaar merken dat er iets niet naar zijn zin is. Ik krijg ook geen goede versnelling geschakeld. Ik vloek op het ding. De fiets is oud. Maar ik ben trots op de kwaliteit van de oude fiets. Ik wou deze fiets. De dikke bult zit nu al achterop.

Uiteraard weet ik mijn sluiproute. Scheelt zeker tien minuten. Kom ik ruim op tijd dus. Ja, natuurlijk ligt die route halverwege kilometers lang afgesloten. Met geen uitwijkmogelijkheid. Ik moet helemaal terug. En met een reusachtige omweg kom ik te laat. De dikke bult giechelt. Ik werk hard, mijn eerste werkdag. Compensatiedrang. Te laat gekomen, immers. Dus hoewel ik minder betaald krijg, zal ik toch de correcte hoeveelheid werk plegen. Aard, beestje. Als ik aan het eind van de werkdag gebroken op mijn fiets stap, zit de dikke bult een vrolijk liedje te zingen. Hárd. Hij geniet. Krakend en klagend rolt de fiets naar huis. Mijn voeten voelen als pijnlijke steenklompen. Thuis kijk ik mijn fiets na. Ik zie niks geks. Dan zie ik het plots. Die bidonhouder, die ik per se op de fiets wou hebben. Die knelt gewoon de versnellingskabel vast. Zo verdomd stom. De dikke bult heeft een vriendengroep uitgenodigd en ze dansen rondjes rond me. De dikkebultengroep speelt fanfare. Ik zucht en knik. En erken dat ze gelijk hebben. Ja.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *