Vannacht schreeuwde er een man in een van de huizen buiten mijn tuinhek. Hij schreeuwde en schreeuwde. Het was eigenlijk meer een brullen. Het klonk kwaad. Ik woon zo bizar rustig in dit huisje dat ik amper flarden hoorde. Enkel dát er geschreeuwd werd. Lees meer
Ik woon in een weckpot. Het woont best comfortabel. Als ik me niet teveel wil uitrekken heb ik ruimte voldoende. En de lucht kan ook nog wel even mee. Lees meer
Sinds elke dagen ben ik veroordeeld tot een nieuwe route naar huis. Mijn werk is de schuldige: dat moet ik, contractueel, doen op een plaats waar ik nooit eerder geweest ben. Er is geen enkele gangbare route huiswaarts vanaf daar te vinden. Alles is nieuw en een beetje eng. Lees meer
Hij was te laat, veel te laat en vloekte hardop, binnen de stalen tralies van zijn wagen. En nóg stond die achterlijke zijspiegel niet goed. Gefrustreerd draaide hij zijn raampje omlaag en prutste door. Zijn wielen jakkerden over de straten. Richard kon haast janken. Het verhaal van de ééuw, nee, hét allergrootste verhaal ooit, uit de geschiedenis van de mensheid was zich aan het voltrekken. En hij was er niet bij. Hij ! Verdomme de grootste verslaggever van het gehele televisielandschap ! Lees meer
De Opperpater kijkt verbaasd, wanneer hij me ziet. Ik heb al lang niet meer met de pubquiz meegespeeld. Hij telt de mensen in zijn team. Met hem erbij zijn het er vijf. Met mij erbij zes. Zes mensen mogen niet in een team, tenminste, tenzij ze buiten mededinging mee willen strijden. Dat wil de Opperpater niet. De Opperpater speelt keihard. Hij moet en zal winnen. Als hij niet wint, is hij er de hele week chagrijnig van. Niet dat je dat ziet. De Opperpater lacht eigenlijk altijd. Lees meer
René die het voorleest: Elco Wareman die het voorleest en zingt:
Vannacht is een dief. Hij heeft hele voorraad woorden geplunderd. Heb van collectie nog meeste wel. Zijn al eerste woorden gewoon aanwezig. Ook al tweede woorden.
Ik echter zoek ga mijn derde, blijken die volledig verdwenen. Ben er heel erg mee. Schrijft niet erg handig. Hoop dat snel de vuile dief en arresteren. Wat geluk ook mijn derde woorden boven water. Alleen eerste tweede woorden, dat schiet erg op. Lees meer
Het was niet zo’n kaasschaaf met een lange platte plaat, maar zo’n korte. Daar is hij geen held mee, nooit geweest. Dus heel zorgvuldig, voorzichtig, heeft hij plakje voor plakje de schaaf over zijn ziel gehaald. De plakjes voorzichtig op een schaaltje in de koelkast. Lees meer
Ik had hem lange tijd niet gezien, maar nu stond hij dan toch weer eens naast me bij de bakker. Ik groette hem, hij groette terug. Hij zag er goed uit, opgewekt. Opgelucht, was misschien een beter woord. Omdat ik binnen en buiten mijn werk in clichés grossier, vroeg ik hoe het met hem ging. Lees meer
Op de achtste dag van Prozacstad was hij er plots, en hij is nooit meer weggegaan. De minst spraakmakende schrijver ter wereld. Hij was een trotse Prozacstadbewoner en liet dat merken door overal zo nadrukkelijk mogelijk aanwezig te zijn. Maar niet té aanwezig. Men zag hem altijd maar vond niet veel van hem. En zo werd en bleef hij de minst spraakmakende schrijver ter wereld. Lees meer
In de bioscoop draait een film met een man met de hamer. De man met de hamer is heel bezitterig. Niemand anders mag de hamer gebruiken. Ook de buren niet. Terwijl die klusjes genoeg in en om het huis hebben, waarbij ze graag even de hamer zouden lenen. De man met de hamer staat niet op geweldige voet met zijn buren. Lees meer