Korte proza

De spullen

De spullen waren weer met meer dit jaar. Samen zitten de spullen rond de tafel. Voor de spullen waren de afgelopen twaalf maanden goed geweest. Voor de spullen wel, ja. Likkebaardend zitten ze klaar. Met hun bestek te hameren. De spullen hadden honger. Het jaarlijkse spullenfeest breekt aan, en de spullen willen genieten. Ze hebben er het hele jaar door hard genoeg voor gewerkt.
Lees meer

Als plots de wegen woningen worden

Als plots de wegen woningen worden. Stel u voor. Het is niet vergezocht. Het aantal daklozen is enorm gestegen, en die leven zogezegd toch echt ‘op straat’. Dus zijn de wegen nu woningen. Dan kunt u niet meer rijden. Met uw vroemvroem. Ik ook niet hoor. Met mijn dringdring. We kunnen dan overal misschién nog door als we heel lief kijken. En als we als vervoersmiddel de stapstap kiezen.
Lees meer

Aquariumvideo

Omdat mijn kat veel binnen moet blijven zo op het eind van het jaar, maak ik me soms bezorgd of ze zich niet verveelt. Ze moet binnenblijven omdat ik de deur niet voor haar openlaat. Het wordt dan te koud binnen.

Bovendien worden er volop vuurwerkbommen afgestoken in de buurt. Die worden afgestoken wegens Nieuwjaar. Nieuwjaar duurt nog twee weken. Ik denk dat de vuurbomafstekers geen kalender hebben. Al een dag zoek ik naar de Giro 555-campagne om aan te doneren zodat vuurwerkafstekers eindelijk genoeg geld hebben voor een kalender.
Lees meer

Moeke

Doordringend kijken de ogen van mijn moeke in de mijne. Ik hou vol dat het goed gaat. “Eindelijk weer, moeke, na al die ellende. Het gaat écht alweer een heel stuk beter.” Ze blijft me aankijken. Zoals een kind dat voor het eerst hoort dat spruitjes heel goed voor je zijn. Die blik van ‘ja hoor, en koeien kunnen vliegen zeker’.

Maar ik houd voet bij stuk. “Ik heb werk, moeke, en ik ga er ook gewoon echt geld voor betaald krijgen. Niet zoals die dichtoptredens en de columns en andere dingen. Daar kreeg ik af en toe wel eens een biertje voor, maar voor dit werk krijg ik dus echt geld. Van dat geld dat in de werkelijkheid geldig is.” Die ongelovige blik is wat verzacht, de verkeerde kant op. Ze kijkt nu ronduit bezorgd.
Lees meer

Dat je leeft

Er waren tijden dat ik nu zou denken dat ik leef. Dat het door mijn kop zou schieten. “Zie je wel,” zou ik denken, “ik lééf, verdomme !” Misschien waren die tijden er nooit écht, maar in mijn herinnering waren ze er. Dat ik, zoals nu, gehurkt, draden uit mijn mond, proestend en hoestend boven de WC-bril, vervuld kon raken van de zin van het bestaan.

Nu niet. Op dit moment wil ik enkel slapen. En daar komt godver alwéér een golf aan, voel ik, en ik zet me schrap. Jawel: nog een stuk avondmaaltijd perst zich antiperistaltisch een baan mijn lijf uit. Kutzooi, is het enige dat ik denk. En dat het verdomme lang duurt. Mijn hele nacht is al zo goed als naar de klote.
Lees meer

Treinvriendjes

In de eerste baan die ik, op een onverstandig moment, ‘serieus’ noemde, had ik een collega die elke dag dezelfde man tegenkwam. Hij heen, de ander weer. Ze zwaaiden en zeiden hoi. Elke ochtend: “Hoi.” Meer niet. Ze wisten elkaars naam niet, waar de ander heen ging, niets. En ze groetten elkaar zo al ruim vijf jaar. Mijn collega legde eens uit: “Dat is mijn hoi-kennis.”

Ik werk inmiddels weer in dezelfde stad als waar dit plaatsvond. Ik wil ook een hoi-kennis. Maar daarvoor is alles nog te pril, blijkbaar. Wel heb ik twee treinvriendjes. Die moeten ook, op ongeveer dezelfde tijdstippen als ik, van dezelfde stad vertrekken en in dezelfde stad uitstappen.
Lees meer