Ik had hem lange tijd niet gezien, maar nu stond hij dan toch weer eens naast me bij de bakker. Ik groette hem, hij groette terug. Hij zag er goed uit, opgewekt. Opgelucht, was misschien een beter woord. Omdat ik binnen en buiten mijn werk in clichés grossier, vroeg ik hoe het met hem ging.
Met een brede glimlach, die richting een triomfantelijke grijns neigde, antwoordde hij enkel ‘goed’. Ik zei dat ik hem een tijd niet gezien had. Hij knikte. Hij zei: “Weet je – ik ben goed in wachten bij de bakker. Enorm goed. Ik ben er zo goed in, dat ik er mee opgehouden ben.” Ik keek hem verbaasd aan. Hij staarde me strak aan: “Waarom zou ik onbetaald iets doen waar ik goed in ben, als je er ook de kost mee kunt proberen te verdienen ?”
Ik vroeg hem of hij nu zijn kost verdiende met bij de bakker wachten. “Ik ben nog niet helemaal zover dat de kost ermee verdiend kan worden, maar ik ben onderweg. Mijn bakkerwachtbedrijfje loopt boven verwachting goed, dus binnenkort verwacht ik de serieuze pingels binnen.” Ik was aan de beurt en vroeg of hij voor wou. Hij schudde zijn hoofd. “Nee nee, ga jij maar. Ik wacht nog even.”
Dit ZKV verscheen in
“Prozacstad: Je bent er”
In 2014 bracht René van Densen zijn collectie ZKV’s (of Zeer Korte Verhalen) in een ZDB (of Zeer Dun Boekje) uit dat NZD (Niet Zeer Duur) was. Hierin las je de eerste avonturen van de bewoners van het misschien niet super fictieve stadje Prozacstad, waar de Opperpater altijd stabiel en soepel blijft en een vrouw met een brief in één hand en de rode draad in haar andere, van de eerste tot de laatste pagina het boek doorkruist. Het boekje verscheen slechts in een beperkte oplage (50 ex) in eigen beheer en is allang uitverkocht, maar op Google Play kun je het nog als ebook kopen en lezen. Dan begrijp je misschien ook beter waar het verhaal hierboven op sloeg. Tenzij je het koopt en niet leest, natuurlijk. Dat mag op zich ook prima, ook die centjes zijn gewoon welkom, daar doe ik niet kinderachtig over.

