Ik woon in een weckpot. Het woont best comfortabel. Als ik me niet teveel wil uitrekken heb ik ruimte voldoende. En de lucht kan ook nog wel even mee.
Het uitzicht is niet verkeerd. Ik kan in het rond kijken. En nog eens in het rond. En nog eens in het rond. Ik heb wat wit zand dat comfortabel zit. En een klein kasteeltje om mee te spelen. Het kasteeltje is donkerblauw.
Ook liggen er overal in het zand letters. Ik leg ze de hele dag door in allerlei volgordes. Zo vermaak ik mezelf wel; zoals ook de toeschouwers buiten de weckpot. Er zijn er veel. Een bizar groot aantal mensen is door het glas van de weckpot naar binnen aan het turen. Kindjes drukken hun neuzen plat tegen het glas. Ademloos lezen ze elk woord dat ik vorm. Zoals het woord bananenmoes.
Even voelt iedereen zich bananenmoes. Maar ik het meest, in mijn weckpot.
Dit ZKV verscheen in
“Prozacstad: Je bent er”
In 2014 bracht René van Densen zijn collectie ZKV’s (of Zeer Korte Verhalen) in een ZDB (of Zeer Dun Boekje) uit dat NZD (Niet Zeer Duur) was. Hierin las je de eerste avonturen van de bewoners van het misschien niet super fictieve stadje Prozacstad, waar de Opperpater altijd stabiel en soepel blijft en een vrouw met een brief in één hand en de rode draad in haar andere, van de eerste tot de laatste pagina het boek doorkruist. Het boekje verscheen slechts in een beperkte oplage (50 ex) in eigen beheer en is allang uitverkocht, maar op Google Play kun je het nog als ebook kopen en lezen. Dan begrijp je misschien ook beter waar het verhaal hierboven op sloeg. Tenzij je het koopt en niet leest, natuurlijk. Dat mag op zich ook prima, ook die centjes zijn gewoon welkom, daar doe ik niet kinderachtig over.

