Verhaal door René van Densen“Woon jij nog steeds in die stad waar de auto’s varkentjes eten ?” vraagt ze me. Althans, zo versta ik het. Iedereen is halfdronken en praat door elkaar heen. Ook is haar Nederlands nog niet volmaakt. Ik kijk haar niet-begrijpend aan. In mijn stad gebeuren veel gekke dingen, maar auto’s die varkentjes eten, dat moet ik nog meemaken.

Een man dringt aan dat we zijn wijn drinken. Ik zie het etiket: Bergerac. Goedzo, denk ik. Niks mis met een goede Bergerac. Sterker, hij heeft hem een aantal jaren laten rijpen, proef ik direct. Ik ben geen dranksnob, maar Bergerac heb ik indertijd genoeg gedronken om te weten wanneer die goed is, en wanneer béter. Ondertussen blijft mijn buurvrouw aandringen op de varkentjes.

Ik zeg dat ik me niet kan heugen wanneer voor het laatst een auto een varkentje heeft verorbert. Ze wuift gefrustreerd en roept “nee, nee” terwijl ze naar de woorden zoekt. “De auto’s.. die de varkentjes eten.” Ik snap het nog niet. Wederom stel ik me voor dat er ergens een varkentje over straat loopt en dat zo’n auto stilletjes en gespannen wacht, om vervolgens toe te slaan. Hapslik, varken weg. Boertje. Een tong die langs de bumper likt. Ik vind het een hilarisch beeld, maar ze bedoelt dit niet.

De Bergeracman vindt ons allemaal kleine geesten en minderwaardig. Groen achter de oren en vol van onszelf. Als nu de aanwezigen net iets niét zijn, maar allee. Ik probeer het te laten gaan. Het is tenslotte feest. Als hij het feest wil vieren door de medemens te beledigen, dan gun ik hem dat. Tot op zekere hoogte. Het pleit voor hem dat zijn wijn lekker is.

De gastvrouwe vraagt of we geen vlees meer aan haar hond willen geven. Het kleeft aan zijn gehemelte en tussen zijn tanden en kost veel moeite om eruit te krijgen. Geen van ons hebben de hond vlees gegeven, maar we knikken maar ja. De Bergeracman moppert dat enkel idioten zulk goed vlees verspillen aan een hond. En dan nog zó’n hond. Het is godsgeklaagd meneer, zegt hij, blijkbaar tegen zichzelf.

Mijn buurvrouw hamert op tafel. De varkentjes ! De auto’s ! Ik kijk haar wederom niet-begrijpend aan. Ze heeft het over auto’s die ik fotografeer in mijn stad. En dan valt het kwartje, deels toch. Ik vraag of de varkentjes de auto’s eten ? Jaaaa, roept ze. De varkentjes eten de lak. Ze heeft het over trabantjes en ander oud, goedkoop vierwielig gespuis. Het klopt dat ik die ook wel eens fotografeer. De Bergeracman schenkt nog een glas voor zichzelf in. Ik zeg dat er geen varkentjes in mijn stad zijn. Het is een schande, zegt de man.

Share Button

Door Rene van Densen

Schrijver, dichter en mafkees René van Densen publiceert niet alleen op internet. Er zijn ook boekjes van hem te koop in zeer gelimiteerde oplagen (en hij doet niet aan tweede drukken).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *