Brood
Niet-begrijpend kijkt hij me aan. Ik herhaal mijn stelling dat ik niet het volledige bedrag voor het brood zal betalen. “Het is twee euro,” herhaalt hij opstandig. Ik zeg dat ik dat wel begrijp, maar dat ik een start-up ben. “Een wat ?” vraagt hij. Ik zeg dat ik als een gewoon mens functioneer maar verwacht veel minder te hoeven betalen voor alles dat ik nodig heb. Dus ik geef liever niet meer dan vijfenzeventig cent uit. “Daar krijg je niet eens een half brood voor,” zegt de bakker kwaad. Ik zeg dat ik later waarschijnlijk wél de volle twee euro kan betalen voor een brood. Hij moet er gewoon vooral in geloven. “Dus later betaal je me de rest van de prijs van dit brood ?” vraagt hij. Neenee, zeg ik. Nu betaal ik vijfenzeventig cent. Maar daardoor loopt de bakker de kans dat ik in de toekomst wél het volledige bedrag zal betalen. Voor een volledig brood. De bakker snoeft en pakt het brood weer van de toonbank.
Lees meer