Knipperen
Jouw schild
over mijn ogen, je hebt
diepzwarte schuilplaats
waar de wereld niet
Je knippert
en even is het weg
Lees meer
Jouw schild
over mijn ogen, je hebt
diepzwarte schuilplaats
waar de wereld niet
Je knippert
en even is het weg
Lees meer
Muziekcafé in wilde paniek aan de lijn. Er heeft een coverbandje afgezegd. Dus hebben ze voorlezende schrijvers nodig. Ik krijg een gratis biertje en mag ook gratis naar het toilet. Aangezien het café op loopafstand ligt en ik geen andere plannen heb, kan ik niet weigeren. Zeggen ze tegen me. Ik geloof ze.
Bij het café aangekomen blijken er meerdere schrijvers uit Prozacstad opgetrommeld te zijn. We worden in een kudde bijeengedreven achterin het café met instructies om ‘de betalende bezoekers er door te laten als ze naar binnen of naar buiten willen.’ Het is erg krap in de hoek. Ik voel een jonge schrijfster met haar tepels tegen mijn rug priemen. Het kriebelt.
Lees meer
Trots gaat ook deze in de collectie. De collectie wordt forser en forser. Afwijzingen van literaire bladen. Het is jammer dat ik deze zelf heb moeten uitprinten. E-mail is de doodssteek voor iedere fatsoenlijke afwijzingencollectie. Het is toch ‘echter’ als er een handtekening op staat. En een postzegel aan besteed is. Een digitale afwijzing is niet zelden control vee send.
Ook het originaliteitsgehalte is tanende. Triestig. Ooit maakten de literaire redacties nog écht werk van het afkeuren. Een zeldzame redacteur ging wel eens in op het waaróm jouw werk niet. Een ander bracht een ironische, humoristische schets van kwaliteitsbewaking te berde. Sommige bladen hadden het bewonderenswaardige lef om zoveel te zeggen als ‘we hebben veel schrijvers, weinig abonnees, misschien als u een abonnement neemt, dat we eerder zullen overwegen iets van u te plaatsen’. Het was altijd smullen, wachten op reactie nadat je werk instuurde.
Lees meer
Beste WimEngelbert-Justus,
Ik waardeer hoezeer je met me meedenkt. Nee, de tijden zijn niet makkelijk geweest. Inderdaad. Ik bijt al een tijdje op allerlei houtjes, niet zelden tweedehands, of zelfs tweedehonds. En dat is niet lekker, kan ik je verzekeren. Van die hondekwijl in je mond. Toen ik je zei dat ik misschien alsnog niet kon komen optreden, wegens geldgebrek, ontroerde het me dat je met zoveel mogelijke oplossingen aan kwam zetten.
Je begon nog met: “Jamaar maat, er komt daar volk af se, en die hebben geld he, die poëziemensen. Zeker de wijven. Allemaal dure kleedjes aan en hippe kapsels. En anders de gasten die indruk op hen willen maken wel, die bulken helemáál van het geld. Als je dat optreden goed doet, verkoop je ineens ál je boekjes uit.”
Lees meer
Traditioneel vallen in de herfst de bladen. Met bosjes tegelijk. Bezuinigingen. Om de bomen te redden moeten de bladen eraan. De redacties van de bladen zijn niet blij. Nu moeten ze thuis koffie gaan drinken en ze weten niet goed hoe dat werkt. En oploskoffie is voor paupers. Vertwijfeld zitten ze in de kantoortuin te kijken naar de gevallen bladen. Iemand stelt voor met een hark in ieder geval de bladenkarkassen op te ruimen. Een ander antwoordt verbaasd dat ze daar toch mensen voor in dienst hebben. Maar die blijken al opgerot.
Lees meer
Nieuwsgierigheid kan nog wel eens de kat knijpen, of zoiets. Het blijft uitkijken met de films die je voor je, ehm, volwassen plezier, mee naar huis neemt. Zo’n DVD-hoes belooft vanalles maar in praktijk pakt het beeldmateriaal altijd weer anders uit. Dat weet elke kenner. Heel soms positief, maar meestal wat slapper, rauwer en realistischer dan de verbeelding prikkelende hoes. Een andere keer vind je, tja, iets dat je liever direct vernietigt.
Lees meer
In de winkel sla ik ‘m toch nieuwsgierig open. De nieuwe bijbelvertaling. Het is zo’n typische boekenwinkel waar de oude dame of heer achter de kassa, het midden tussen een standbeeld en een inktzwam houdt. Dus ik heb alle tijd om te lezen. Er is niemand anders in de zaak: het is een boekwinkel.
Lees meer
Met vuurrode pluimen in het haar, rukken ze op over de heuvels. De legendarische Jamaarho’s. Een meute. Een grote meute. Hun ogen lezen bloed. Schuimende mondhoeken. Ze jakkeren hun stokpaarden aan en razen op hun doel af.
Lees meer
De man tiept wat in op een welluidend toetsenbord uit het jaar blok. Met samengeknepen ogen tuurt hij naar zijn scherm. Dan zegt hij verbaasd dat ik nog helemaal niet in het systeem voorkom. Dat kan kloppen, zeg ik. Dit is mijn eerste keer. Verbaasd kijkt de man mij aan en vraagt hoe oud ik ben. Ik antwoord dat ik vijfendertig ben.
“En dan nu pas je eerste uitkering ?”
Lees meer
In de grote bibliotheek van Prozacstad gaat een vinger over boekranden. Er staat, in de grote kast, geen enkel boek over een onmogelijke liefde tussen een dinosauriër en een soepstengel. Dit betekent niet dat niemand dat boek geschreven heeft. Het kan al bestaan. Een prima reden om hetzelfde verhaal niet op te schrijven. En zo schrijft de Grote Uitsteller alle stomme ideeën die hij deze morgen krijgt, onverbiddelijk af.
Lees meer