De man tiept wat in op een welluidend toetsenbord uit het jaar blok. Met samengeknepen ogen tuurt hij naar zijn scherm. Dan zegt hij verbaasd dat ik nog helemaal niet in het systeem voorkom. Dat kan kloppen, zeg ik. Dit is mijn eerste keer. Verbaasd kijkt de man mij aan en vraagt hoe oud ik ben. Ik antwoord dat ik vijfendertig ben.
“En dan nu pas je eerste uitkering ?”
Hij staat op vanachter zijn bureau en loopt op me af. Met een kirrend geluid knijpt hij in mijn wangetjes. Zijn noestige amtenarenhand aait over mijn bolletje. Ik voel de eelt op zijn vingertoppen over mijn schedelpan strelen. Dan slentert hij naar zijn archiefkast. Ik verwacht dat ik informatie krijg over het verdere verloop van het proces. Dat zou welkom zijn, ik weet namelijk niet hoe het verder met mij moet.
Als hij zich omdraait, blijkt hij echter een lolly te hebben gepakt. De letters van de uitkeringsinstantie staan er in vrolijke kleuren op. Ook een kleurige kaart, “HOERA MIJN EERSTE UIT-
KERING”, wordt me aangereikt. Aan de binnenkant plakt een tegoedbon: vijf euro, te besteden bij McDonald’s.
Hij gaat terug aan zijn bureau zitten en tiept nog wat op het akoestische toetsenbord.
Dit ZKV verscheen in
“Prozacstad: Je bent er”
In 2014 bracht René van Densen zijn collectie ZKV’s (of Zeer Korte Verhalen) in een ZDB (of Zeer Dun Boekje) uit dat NZD (Niet Zeer Duur) was. Hierin las je de eerste avonturen van de bewoners van het misschien niet super fictieve stadje Prozacstad, waar de Opperpater altijd stabiel en soepel blijft en een vrouw met een brief in één hand en de rode draad in haar andere, van de eerste tot de laatste pagina het boek doorkruist. Het boekje verscheen slechts in een beperkte oplage (50 ex) in eigen beheer en is allang uitverkocht, maar op Google Play kun je het nog als ebook kopen en lezen. Dan begrijp je misschien ook beter waar het verhaal hierboven op sloeg. Tenzij je het koopt en niet leest, natuurlijk. Dat mag op zich ook prima, ook die centjes zijn gewoon welkom, daar doe ik niet kinderachtig over.

