Brief aan een organisator (5)

Dat is nou jammerBeste WimEngelbert-Justus,

Ik waardeer hoezeer je met me meedenkt. Nee, de tijden zijn niet makkelijk geweest. Inderdaad. Ik bijt al een tijdje op allerlei houtjes, niet zelden tweedehands, of zelfs tweedehonds. En dat is niet lekker, kan ik je verzekeren. Van die hondekwijl in je mond. Toen ik je zei dat ik misschien alsnog niet kon komen optreden, wegens geldgebrek, ontroerde het me dat je met zoveel mogelijke oplossingen aan kwam zetten.

Je begon nog met: “Jamaar maat, er komt daar volk af se, en die hebben geld he, die poëziemensen. Zeker de wijven. Allemaal dure kleedjes aan en hippe kapsels. En anders de gasten die indruk op hen willen maken wel, die bulken helemáál van het geld. Als je dat optreden goed doet, verkoop je ineens ál je boekjes uit.”

Ik wierp tegen dat de totale voorraad boekjes flink wat weegt, zelfs als ik met de bus kom. Dan scheurt mijn reisvalies uit. Daar moet ik nog mijn sloopwoning mee uit verhuizen. Geen probleem, zei je, dan pak je iets lichters mee, dat ook superduur is, en verkoop je dat. Je hebt toch van die petjes laten maken, vroeg je me. Jahaaaaaa, zei ik, maar die zijn nu al bijna uitverkocht, zo populair zijn ze. En ze moeten nog van de leverancier komen. Dus ik weet niet of ik dat wel red, met die petjes. Tot de avond van het optreden.

Vervolgens begon je online mensen enthousiast te maken dat ik bijna al mijn tweedehands dvd’s verkoop. Dat klopt. Maar allé WimJustus-Willibrord, dat zijn er honderdvijftig. Honderdvijftig. Nogmaals: ik heb mijn valies nog nodig, naderhand !

En dan ging ineens deze ochtend de bel. Een geheimzinnige man met zonnebril gaf mij een groot, in kartonpapier verpakt pakket. Resoluut draaide hij zich om en met strakke tred maakte hij zich uit de voeten. Het pakket ligt nu op mijn woonkamertafel. Dat durf ik best te schrijven, want er gelooft mij toch nooit iemand. Drie kilo bam-bampoeder, op mijn tafel, gelooft mijn hond.

Ik kan me niemand voorstellen die me hierin betrokken kan hebben. Weliswaar heb ik veel idiote vrienden, maar die zijn, zogezegd, op z’n best wat onnozel. Dwaas, zou een ander zeggen. Olijk, dan weer de een. Daarom dat ik met enige schroom vraag: heb jij me dit op mijn hals gehaald ?

Want ik waardeer het, hoor, dat ik op deze manier wellicht heel eenvoudig en in één klap een pak geld kan verdienen. Maar ik zou toch willen vragen of je het zelf kunt komen halen. Het is niet dat ik zozeer bang ben verwikkeld te raken in onfrisse zaken.

Het is dat mijn kat enorm nieuwsgierig is en haar klauwen nooit thuis houdt. Ze heeft al één randje opengekrabt en daar lekt nu wit poeder uit. En daar reageert ze heel gek op. En ik kan er niet de hele tijd bij zijn. Toevallig weet ik dat je komend weekend in mijn stad bent. Voor een optreden, toch, WimPhilippe-Malcolm ? Als je het nou daarna even komt oppikken en dan mee pakt naar TurnhouBelgië ?

Het is dan toch zondag. Ik weet zeker dat nie-mand je op de busreis naar huis zal controleren. En verder blijft het dan allemaal tussen ons. Ik zie je komend weekend !

Liefs,

Je René.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *