René die het voorleest: Elco Wareman die het voorleest en zingt:
Vannacht is een dief. Hij heeft hele voorraad woorden geplunderd. Heb van collectie nog meeste wel. Zijn al eerste woorden gewoon aanwezig. Ook al tweede woorden.
Ik echter zoek ga mijn derde, blijken die volledig verdwenen. Ben er heel erg mee. Schrijft niet erg handig. Hoop dat snel de vuile dief en arresteren. Wat geluk ook mijn derde woorden boven water. Alleen eerste tweede woorden, dat schiet erg op. Lees meer
Het was niet zo’n kaasschaaf met een lange platte plaat, maar zo’n korte. Daar is hij geen held mee, nooit geweest. Dus heel zorgvuldig, voorzichtig, heeft hij plakje voor plakje de schaaf over zijn ziel gehaald. De plakjes voorzichtig op een schaaltje in de koelkast. Lees meer
Ik had hem lange tijd niet gezien, maar nu stond hij dan toch weer eens naast me bij de bakker. Ik groette hem, hij groette terug. Hij zag er goed uit, opgewekt. Opgelucht, was misschien een beter woord. Omdat ik binnen en buiten mijn werk in clichés grossier, vroeg ik hoe het met hem ging. Lees meer
Op de achtste dag van Prozacstad was hij er plots, en hij is nooit meer weggegaan. De minst spraakmakende schrijver ter wereld. Hij was een trotse Prozacstadbewoner en liet dat merken door overal zo nadrukkelijk mogelijk aanwezig te zijn. Maar niet té aanwezig. Men zag hem altijd maar vond niet veel van hem. En zo werd en bleef hij de minst spraakmakende schrijver ter wereld. Lees meer
In de bioscoop draait een film met een man met de hamer. De man met de hamer is heel bezitterig. Niemand anders mag de hamer gebruiken. Ook de buren niet. Terwijl die klusjes genoeg in en om het huis hebben, waarbij ze graag even de hamer zouden lenen. De man met de hamer staat niet op geweldige voet met zijn buren. Lees meer
Er is weer een nieuwe maandelijkse thema-avond in Prozacstad. Het Schijtcafé. Het wordt georganiseerd met medewerking van de Vereniging voor Proctologen en het GGD. Kakken, want Belgen zijn ook welkom, kan een gecompliceerde kwestie zijn. De eerste avond was gisteren, in een passend bruin café waar de koffie rijkelijk vloeide. Lees meer
Er staan twee bloemen in de rookruimte. Ze kuchen niet, dat maakt ze prettig in de omgang. Wel hangen ze plechtig hun bloemkelk. Het zijn toch mede-planten die hier schuldonbewust gecremeerd worden. De as rust tussen filters en plastic koek-verpakkingen.
Bij nadere inspectie verraadt een naaldje onder een bloemblad, dat de flora namaak is. Misschien rouwen ze om de koekjewikkels. Lees meer
Haar eerste rapport. Het was onleesbaar. Maar ze was zo trots, haar dochter. En moederlief kwam er met de ingevulde cijfers alvast wel uit. Haar dochter was een genie, dat stond buiten kijf ! En altijd zo vrolijk. En creatief, ongelooflijk creatief. Voor haarzelf was het leven te zwaar geweest om creatief te blijven. Maar in haar jeugd, in dat andere land, dat land dat ze eeuwigheden niet meer gezien had, meende ze zich te herinneren, creatief te zijn geweest. Ooit. Haar dochter had het beslist van haar.
Nee, ze zal niet huilen. Ze gaat vechten. En eerst vluchten. Van die verschrikkelijke mannen. Hoe durven ze. Ze is linea recta naar huis gegaan, nadat ze begreep wat er in de onleesbare brief stond. Haar vriendin vertaalde het helder en geduldig, maar met een welbespraakt droevige blik in haar ogen. Ze had de strekking al in die blik gelezen, voordat de vertaling halverwege was. En al begreep ze nu wat elk laatste woord op het papier betekende, de brief bleef onleesbaar. Lees meer
Ik kijk een film, thuis bij de Opperpater. Op een bepaald moment zeg ik van iemand in de film dat ze best een lekker wijf is. Die dingen zeggen we weleens. De Opperpater vraagt: “Wie ? Die rechtse ?” Er zijn in deze scène links een man, rechts een vrouw, en verder enkel twee paarden te zien.
De Opperpater meent dat er een veel te lage bodycount en veel te weinig explosies in deze film zitten. Maar doordat hij de mooie vrouw nu ook gezien heeft, hoopt hij nog op tieten. Lees meer
Zoals de mist ‘s ochtends onopgemerkt door de straten van Prozacstad kruipt en er dan ineens ís, zo ging het. Het duurde even om door te dringen, maar toen hoorden de dieren rondom de schapenwei het ineens. De schapen waren stil. Ze blaatten niet meer. Nu blaten de meeste schapen niet onophoudelijk, maar je zou haast zeggen van wel. Er stonden zovéél schapen in de wei dat er altijd geblaat klonk. En dat geblaat werkte vaak aanstekelijk. Lees meer