René leest voor

Treinvriendjes

In de eerste baan die ik, op een onverstandig moment, ‘serieus’ noemde, had ik een collega die elke dag dezelfde man tegenkwam. Hij heen, de ander weer. Ze zwaaiden en zeiden hoi. Elke ochtend: “Hoi.” Meer niet. Ze wisten elkaars naam niet, waar de ander heen ging, niets. En ze groetten elkaar zo al ruim vijf jaar. Mijn collega legde eens uit: “Dat is mijn hoi-kennis.”

Ik werk inmiddels weer in dezelfde stad als waar dit plaatsvond. Ik wil ook een hoi-kennis. Maar daarvoor is alles nog te pril, blijkbaar. Wel heb ik twee treinvriendjes. Die moeten ook, op ongeveer dezelfde tijdstippen als ik, van dezelfde stad vertrekken en in dezelfde stad uitstappen.
Lees meer

Vluchten

Door mijn vingers kijk ik toe, vanaf de bar. Wat verschrikkelijk: ook déze act is bizar goed. Ik voel paniek. De ene na de andere performance is geweldig en ik moet helemaal op het eind nog. Waarom zeg ik altijd ja op deze dingen ? Ik giet mijn biertje in mijn keel en wil weg, weg.

De bus naar huis rijdt niet meer. Dus dat is alvast niet handig. Ik wenk de barman om me nog maar een biertje te geven. De trein, dat zou nog kunnen. De trein naar die andere stad, dan toch. Naar mijn eigenlijke thuis. Maar bovenal: weg hier, wég. Een volgende dichter treedt op en ik luister. En jawel hoor: ook alweer goed. Godverdomme.
Lees meer

Zenuwen

De Opperpater kijkt voor zich uit, naar de TV. Met een blik waarvan je je moet afvragen hoeveel hij registreert. In een stabiel tempo drinkt hij zijn halveliter bier leeg en rookt hij zijn sigaret. Blik aan lippen, filter aan lippen. En nog eens. Zoals een ander gewichtheft. Of de Vierdaagse loopt. Links, rechts, links, rechts.

Dan zwaait zijn oog naar zijn linker ooghoek. Rechtstreeks kijkt de Opperpater mij aan. Ik zit te staren en ben betrapt. Hij kijkt als een wild dier. Een wild dier dat nog niet zeker weet of je prooi, vriend of bedreiging bent. Een instinctieve respons. Hij draait zijn hoofd nog niet, maar hij heeft gezien dat ik zit te kijken. Als ik blijf kijken, zal hij zijn hoofd wel draaien en er iets van zeggen.
Lees meer

Baksteen

Ik zit tegenover een ijverig schrijver. Zelf heb ik vooral zin in bier, maar de ijverig schrijver wil praten over zijn boek. Natuurlijk wil hij praten over zijn boek: het is net verschenen. Echt net. Eerder deze week. De schrijver laat trots zijn boek zien. We zijn in een café: normaal de plek waar je niet je kinderen komt tonen, maar je geesteskind is natuurlijk wel toegestaan.

Ik mag niet klagen want ik kom zelf ook altijd met dingen naar dit café. Dan weer een boekje, dan weer een petje. Mijn vrienden zijn al helemaal armgekocht. Daardoor incasseert mijn schrijversvriend maar een beetje geld. Iedereen is geroofd door mij. Schrijvers onderling, en zeker van terrasverkoopniveau, zouden kavels met elkander moeten afspreken, schiet het door mijn kop.
Lees meer

Horoscoop

Op een ochtend besloot de baas dat de functioneringsgesprekken feitelijk geen zin hadden. Ja, ze boden een legale stok achter de deur bij bezuinigingsronden. En ja, zo kon je besluiten een contractje daar niet te verlengen, een salarisverhoging hier niet door te voeren. Maar het was zo makkelijk. Op elk van zijn medewerkers kon hij wel wat aanmerken. Op zichzelf trouwens natuurlijk ook. Het was té makkelijk, om fouten in een ander te vinden.

Het is mijn bedrijf, bromde hij ‘s ochtends achter het stuur. Ik doe verdomme wat ik wil. En dus stopte hij bij de krantenwinkel om de hoek. Hij haalde een forse stapel verschillende kranten en reed door naar de zaak. Daar stonden, koukleumend, enkele uitslovers al voor de deur te wachten. Zodra hij iedereen binnen had gelaten, repte hij zich naar zijn kantoor en deed de deur op slot.
Lees meer