Prozacstad 2

Verliefd


De Opperpater drinkt uit zijn blik. “Ik ben verliefd, knikker,” stelt hij. Ik hef mijn eigen blik en feliciteer hem. “Ja, knikker,” zegt hij en drinkt. “Ze eet elke dag bij het minima-restaurant.”

Ik laat de Opperpater graag praten. Bij de Opperpater is het nooit nodig om te vragen om informatie, die komt er vroeg of laat wel uit. “Ze is vierenzeventig, knikker,” vult hij direct aan. Ik ben een tikje verbaasd. Niet dat de beschrijvingen van de andere vriendinnen van de Opperpater verrassende topmodellen schetsten, maar toch.
Lees meer

Internet

De internetjongeman kijkt bedruipt wanneer hij mijn woonkamer binnenloopt, en het regent niet buiten. Ik vraag wat er is, en hij zucht. “Het internet ligt er bij mij uit,” meldt hij mismoedig. Ik reik direct de internetjongeman een bier aan.

Ik check snel even op Twitter, maar de internetjongeman heeft inderdaad al zeker 24 uur geen tweet verstuurd. Hij kijkt hoopvol naar mij met mijn laptop open en durft niks te vragen, maar een vraag ligt op zijn lippen. Ik klap direct de klep dicht en verstop mijn laptop onder mijn slaapkussen op mijn woonkamerbank.
Lees meer

Brief aan een organisator

Beste Wim,

Ik noem je hier Wim, maar dat doe ik omdat ik deze brief ook als een verhaal ga plaatsen op mijn site. Alle mensen in mijn leven die in mijn verhalen opgevoerd worden, hou ik anoniem. Dus jij heet nu, in mijn verhaal, Wim.

Dat je écht Wim heet, dat doet er niet toe, dat weten de mensen thuis niet. Die denken na de vorige alinea dat je naam vooral géén Wim is. Allesbehalve Wim. Eens ze daarvan overtuigd zijn, kun je de alinea erop gerust beweren dat je wél Wim heet: niemand zal je meer geloven.

Enfin, Wim, dank voor je aanbod om op te treden. Dat je geen budget hebt om me een vergoeding te betalen, is jammer. Maar ik mag je en herinner me vaag dat je me bij ons vorige treffen straaldronken hebt gevoerd. Of was jij dat niet ? Hoe dan ook, volgens mij ben jij wel een toffe. Ik kom.
Lees meer

Saxbenefiet


De hele zaal is stampensvol volk. Een massale opkomst bij het saxbenefiet. Het saxbenefiet is georganiseerd omdat een bekende saxofonist na een optreden ineens vaststelde dat zijn saxofoon gestolen was. Hij stond na het optreden nog wat aan de bar met mensen te praten. De saxofoon lag onbewaakt in de gang. En vervolgens niet meer.

Allerlei artiesten spelen op het saxbenefiet. De saxofonist treedt ook vanavond weer op. Hij speelt op een geleende saxofoon. Na zijn optreden ligt de leensax onbewaakt vlakbij de uitgang. De ironie ontgaat hem volledig. Maar ja, in feite is álles uiteindelijk zinloos.
Lees meer

Écht heel slecht

“Ik weet,” zei hij nog, “dat als je dat tegen musici zegt, dan geloven ze je niet. Dan zit je ergens te chillen met ze, en dan zeg je: ik zat ook in een band. Maar we waren echt héél slecht. Neeeee man, zeggen de musici dan. Je moet jezelf niet zo omlaag halen, enzovoorts. Dus dan zeg ik, we hebben ook een CD gemaakt. Die mag je best lenen. Dat willen ze dan natuurlijk. En dan zeg ik het nog een keer: het is wel echt heel slecht hoor. Dat willen ze dan niet geloven. Dus ik geef die CD mee, en na een paar weken geven ze hem terug: ja okee. Dit is écht heel slecht.”
Lees meer

Wildplaswandeling

Als ik het beduimelde cafeetje in Prozacstad binnenloop, ligt al vlug zijn kruimelige hand op mijn schouder. De terrasbioloog. Prozacstad heeft een unieke terrasbioloog. De hele dag bestudeert hij de flora, de fauna, en alles wat vloeit op het terras. Ik schreef erover in de stadsgids van Prozacstad, maar voor wie die niet gelezen heeft, is deze introductie in feite voldoende. Hij dringt er voor de zoveelste keer op aan dat ik eens deelneem aan een van zijn wandelingen. Ik heb mijn eerste koffie nog niet op, en dan ben ik vaak meegaander. Tot mijn eigen verbazing stem ik dus toe. Mooi, roept hij, dan zie ik je vanavond. Ik hoef niet te vragen waar: uiteraard op het terras.
Lees meer

Morgen bier halen

Waar anderen een can-do attitude hebben, heb ik een krachtig no way Jose. Elke taak lijkt me al snel torenhoog. Niet uit luiheid, maar omdat ik onmiddellijk bedenk wat er nog bij komt kijken als ik de taak écht goed wil doen. En wat erbij komt kijken om die extra taken écht goed te doen. Enzovoorts. Zo dijt een taak al snel uit in een zee van belangrijke bijzaken, en tja, dan moet je keuzes gaan maken. Plannen, dat is natuurlijk hoofdzaak 1. Stel bijvoorbeeld, er moet worden stofgezogen. Dan moet er ook een nieuwe zak gehaald worden, voor de zekerheid, want halverwege moeten stoppen is stom. Dan kun je er net zo goed niét aan beginnen. En als ik een nieuwe zak ga halen, kan ik dat net zo goed meteen combineren met andere boodschappen. Maar daarvoor moeten mijn banden eigenlijk dringend opgepompt worden en mijn ketting geolied. Ja ga zo maar door.
Lees meer

Pil

De bewoners van Prozacstad moeten er weer aan geloven. Van hogerhand is er iets in hun belang besloten. En dan valt er niks tegen te doen. Iedereen betaalt mee aan de realisering van wat ze niet nodig weten te hebben. In dit geval wordt er een mooi symbool van de stad gerealiseerd. Een standbeeld in de vorm van een pil. Het moet niet zomaar een pil zijn. Geen ordinaire huis- tuin- en keukenpijnstiller. Geen anticonceptiedingetje. Of zo’n banale Viagra. Bah ! En zeker geen Drion. Deze pil moet de mensen vrolijk stemmen. De gemoederen doen opklaren. De mensen hebben het zo zwaar. Daarom moet die reusachtige standbeeldpil er komen. Groter dan de huizen. Hij moet eigenlijk van heinde en verre zichtbaar zijn.
Lees meer

Weer of geen weer


Ik sjok wat over straat. In feite heb ik het druk met andere dingen, maar vandaag is een sjokdag. De dingen wachten wel, ze lopen niet weg. Even tijd voor het sjokken. Middenin mijn gesjok besluit ik even stil te staan. Ik kijk naar boven. Blauwe lucht. Verwonderd staar ik ernaar, want hij is uitzonderlijk blauw. Ik heb hem elders al eens blauwer gezien, maar voor mijn huidige locatie is hij erg blauw. Er drijft een enkel, ogenschijnlijk verdwaald, piepklein wolkje in, maar de rest van de lucht is veroverd door het blauw. Het is een genot om te zien. En dan die éne stralende bol in het midden. Wat een licht, wat een lucht.
Lees meer

Godenstad

We drinken zwijgend in de zon. Wij zijn de winnaars. We wonen in deze stad, en deze stad is een van de geweldigste steden in de wereld, en dat maakt ons geweldig. Wij zijn reuzen, en de mensen die elders wonen, zij zijn dwergen. Elke grote prestatie van mensen uit deze stad is de onze. Elke grote prestatie van mensen van elders, negeren we. Die prestaties tellen niet. Dat zijn bergbeklimmende mieren, terwijl wij op grotere hoogte, nee, bovenop de Godenberg strijden. Dit is ook de enige plek ter wereld waar dit bier zo lekker smaakt. Het bier is niet hier gebrouwen, maar dat zien we door de vingers. In elke andere plek op de wereld is dit bier smerig, maar hier, in onze Godenstad, daar valt het nog reuze, ha ha, mee.
Lees meer