Internet

Verhaal door René van DensenDe internetjongeman kijkt bedruipt wanneer hij mijn woonkamer binnenloopt, en het regent niet buiten. Ik vraag wat er is, en hij zucht. “Het internet ligt er bij mij uit,” meldt hij mismoedig. Ik reik direct de internetjongeman een bier aan.

Ik check snel even op Twitter, maar de internetjongeman heeft inderdaad al zeker 24 uur geen tweet verstuurd. Hij kijkt hoopvol naar mij met mijn laptop open en durft niks te vragen, maar een vraag ligt op zijn lippen. Ik klap direct de klep dicht en verstop mijn laptop onder mijn slaapkussen op mijn woonkamerbank.

Hij schraapt zijn keel schuchter. “Je woont hier mooi,” zegt hij. Voor de show kijkt hij wat rond, naar spinnewebben in mijn woonkamerhoeken en doorrookte gordijnen voor het raam. Ik beaam het en drink van mijn bier. We weten allebei hoe deze dans gaat verlopen.

Ik meld iets dat vandaag in het nieuws was. De internetjongeman kijkt me droevig en verstoord aan. “Vandaag heb ik niks meegekregen,” waarschuwt hij. Ik probeer de actualiteiten uit mijn kop te krijgen. Geen goede gespreksonderwerpen. “Erg he,” zeg ik, “die hele Tweede Wereldoorlog ?” De internetjongeman zwijgt en drinkt.

Al snel kijkt hij rechtstreeks naar mijn hoofdkussen. Behoedzaam schuif ik de laptopoplader uit zicht. Het geluid veroorzaakt zichtbare rillingen in zijn huid. Zijn mondhoek kwijlt een beetje. Hij neemt een moedslok van zijn bier. “Wat eh,” vraagt hij, “wat voor laptop heb jij eigenlijk ?”

Hij heeft me volledig bij mijn ego. Ik schep op over het goede merk dat ik goedkoop gekocht heb. “Goh,” moedigt hij me aan, “die dingen lopen nog best snel, geheugen en zo.” Ik vraag of hij mooi weer heeft gehad vandaag. De internetjongeman zegt dat hij zonder internet niet weet wat voor weer het buiten is.

Dan kijkt hij me strak aan, duidelijk alle moed bijeengeraapt. De internetjongeman zegt: “Jij hebt hier internet,” en hij hoest even, als een soort afkickverschijnsel. “Mag ik…”, hij staat op en loopt op me af. Ik druk me schuchter in mijn bank weg. Hij schrikt even en zwaait met zijn handen in een poging tot rust geven. “Nee nee,” zegt hij haastig. Dan wijst de internetjongeman naar de laptop onder mijn kussen. “Mag ik….”, hij trekt een verlegen rubberstreep op mijn houten vloer met zijn schoenzolen.

“Mag ik het internet even aanraken ?”

Terwijl hij mijn laptopscherm streelt met facebook open, voel ik me heel, heel vies.

Share Button

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *