Prozacstad 2

Een hoog


En weer stopt er eentje. Kijkt. Voor zijn gevoel kijken ze allemaal zomaar zijn woonkamer in. Het werkt enorm op zijn zenuwen. Knorrig rolt hij een sjekkie om op zijn balkonnetje te gaan roken. Als die eikel dan nog staat te koekeloeren, neemt hij zich voor, dan schreeuw ik hem weg. Met zijn gekijk. Ga ergens anders kijken, vent. Rot op. Ik wóón hier, ja. Zijn vloeitje scheurt. Inwendig vloekt hij. De koekeloerdert is alweer doorgefietst, maar toch. Allemaal zijn schuld. Agressief pulkt hij een nieuw vloeitje uit het pakje. Dan maar rollen op het balkon.
Lees meer

Steigers

In Prozacstad is er weer eens een rel. Eigenbelangrijk vrijgevig heeft een steigerbouwer een stellage opgesteld zodat een kunstenares een huizenhoge illustratie kan aanbrengen op een flatgebouw. Vereerd door deze gulle voorziening, bovendien geïnspireerd door de kleurloze troosteloosheid van het stadje, en met een gezonde arbeidsethos, ging de kunstenares aan de vlijtige slag. Met als resultaat dat ze vroeger dan verwacht haar schildering voltooid heeft. En dat is dus tegen het zere been van de steigerman. Bij haar werken hangt namelijk, promotioneel, een vlag van zijn steigerbedrijf. Nu is ze eerder klaar en zeg maar dag met het handje tegen deze gratis reclame. De steiger moet afgebroken worden om het kunstwerk vrij te laten. Niks ervan, bromt de steigerman. Die steiger blijft staan. En de kunstenares moet langer blijven doorwerken. Afspraak is afspraak. Maar het kunstwerk is áf, werpt de kunstenares tegen. Het helpt niets. De steigerman dreigt met een rechtzaak. Boete wegens vervroegd voltooien van het kunststuk.
Lees meer

Yell-Art

Geld voor de voedselbank is er niet, maar de regering heeft een andere mooie deal weten te sluiten. De armen van Prozacstad mogen gratis naar de voorstelling ‘Yell Art‘ in het museum. Met hongerige magen schuiven ze in kolonne het gebouw binnen. Gratis is gratis. Ze willen niet ondankbaar overkomen. Er wordt tenminste nog iets voor hen gedaan van het gemeenschapsgeld. Dat mag je niet in de bek kijken. Ironisch genoeg is dit precies wat de voorstelling toont. Overal om hen heen zijn afbeeldingen van grote schreeuwende monden. Als ze de monden passeren, komen daar luidruchtige soundbites uit geschreeuwd.
Lees meer

Cursus

In het buurthuis wordt een cursus georganiseerd: “Eindigheid voor beginners”. De cursisten wordt geleerd om te gaan met hun uiteindelijk nietmeerzijn. Het vuistdikke cursusboek is alvast bijna dodelijk. Maar dat mag de pret niet drukken. De zaal zit vol met oudjes. Er is koffie en er zijn broodjes. Op de broodjes liggen enkel plakken dierenlijk. De cursusleider wil het broodbeleg gaan gebruiken als onderwerp. Dat het dode één een levend ander helpt, zoiets. Maar voor hij zijn naam op het schoolbord kan krijten, wordt de deur van het cursuslokaal ingetrapt.
Lees meer

Halfweg

“Dan zien jullie er nog goed uit,” was het dubieuze compliment dat ons ten deel viel. Halverwege. Halfweg, zoals de zuiderburen zeggen. En wat is er dan beter he, tja. Het gaat om hetzelfde woord, en ‘onze’ vervoeging klinkt enorm ouderwets. Lekker simpel en modern: halfweg. Half-weg. Nog niet helemaal, maar wel half. Wij waren wel halverwege, maar nog niet half weg, dat was ongeveer het compliment wel. Wat een mens toch kan nadenken over taal. Zeker als je ligt te bekomen. Of bij te komen ? Waarbij dan ? En is dat een terugkeer van gáán ?
Lees meer

Kwijtgeraakt

We gingen op een vrijdag. Dat was besloten zodat de Opperpater mee zou kunnen. We gingen déze specifieke vrijdag. Dat was omdat de man die telkens het hele land op de kast kan jagen, alleen deze vrijdag zou meekunnen. Allebei de mensen waar de planning al maanden terug op afgestemd was, gingen uiteindelijk niet mee. De Opperpater mocht niet en wou  vooral niet. De kastman had hoge belangen te verdedigen die vóór vriendschappen gingen. Wat ik geen van de mensen vooraf vertelde, is dat dit misschien de laatste keer is dat ik zoiets met hen onderneem. Nog één gek, idioot idee. Één memorabele tocht. En dan komt de nieuwe baan in de weg van onze vriendschappelijke bijeenkomsten. Misschien dat ik ze nog eens in een weekend zal zien. Maar zeker niet zoals voorheen, wekelijks. Ik voel het zelf ook: het begin van het einde van mijn tijd in deze stad is aangebroken.
Lees meer

Roze mile

Wanneer enkele vrouwen horen van onze Golden Mile, willen ze dat ook. Althans, ‘ook’. Want dat we stevig gaan zuipen, dat is dan weer niet ‘hun ding’. De dames willen koffietjes. En wijntjes. En fruitsapjes. Maar twaalf cafés hoppen, dat is dan wel weer leuk. Althans, ‘een aantal’. En ‘met terrasjes, toch’. Vraagteken. Ze menen dit. De vrouwen menen dit allemaal uiterst serieus. De dames vragen of ze met ons mee mogen. Natuurlijk niet ! Ze vragen of ze dan zelf een keer mogen gaan. Ik zie daar geen been in. Idealen zijn voor jonge mensen. Als de dames willen, mogen ze gerust met hun pinkje omhoog koffies en fruitsapjes drinken op hun Pink Mile. Maar wij, idiote en dappere mannen, wij gaan voor goud. Wij gaan voor authentiek. Wij gaan de uitdaging aan. Wij, mannen, wij zullen niet rusten voor we omvallen. We gaan lallend ten onder.
Lees meer

Golden Mile

Wel in een vrij troosteloos stadje, dat wel. Overal hangen ‘te koop’ bordjes, en naar Belgische standaarden zijn veel gevels hier op standje ‘alles opgegeven’ aan het hangen. En toch is het er leuk. Ik kom er graag. Enkele vrienden zeiden dat ze ook graag eens mee gingen. Dus gaan we met een groep. En aangezien we allemaal van drinken houden, gaan we een kroegentocht doen. Gemodelleerd naar de film The World’s End: een Golden Mile. Oftewel – 12 cafés, 12 bier. Ik heb de toer uitgestippeld. Er is zelfs een mooi routekaartje ontworpen. Met vakjes om de cafés af te vinken. Alsof we de tel kwijt zouden raken. Het gezelschap is illuster. De man die alle WK trauma’s compleet heeft. De man die eindelijk zijn boek af heeft. De man die telkens het hele land op de kast krijgt. Ik. En De Opperpater. Vijf vrienden. Vijf kameraden. Vijf drinkebroeders. Vijf stoere kerels tegen de hele wereld. Met elk een glas in de hand.
Lees meer

Pats

“Dank je.”
“Mooi weertje toch nog vandaag.”
“Zet de schakelaar nog eens om !”
“Zeker mooi weertje vandaag ja.”
“We kunnen het slechter hebben.”
“Ja, pats, op dit stopcontact vliegt hij er ook uit dus.”
“Hoe is het met jouw maat ?”
“Goed, hij maakt het goed. Veel zuipen he.”
“Probeer het nog eens !”
“Hij was toen toch ook in die sloot beland ?”
“Ja, dat was een mooi verhaal inderdaad.”
“En pats, alweer. Het zit echt in de stekker.” Lees meer